ZEIJEN – Toneelgroep Spotlicht in Zeijen bestaat 30 jaar en om dat te vieren pakte de toneelclub uit met drie verschillende voorstellingen in café zalencentrum Hingstman geïnspireerd op de sprookjes van Hans Christian Andersen. Donderdagmiddag om 15:00 uur – in de kerstvakantie – was er speciaal voor kinderen en (groot)ouders een voorleesvoorstelling met toneel in het hoekje van de grote zaal in het plaatselijk café. De kaarten waren geheel gratis, een vrije donatie voor stichting ‘Het Vergeten Kind’ werd daarentegen wel op prijs gesteld. Vanwege een ongelukkig gepland oliebollenvoetbaltoernooi in Vries, is de aanloop helaas niet bijster groot, maar dat doet niets af aan de sfeervolle setting in de zaal. Als de Ongenode Gast de zaal binnen loopt is de voorstelling net begonnen. Gastheer Frits Milders – tevens voorzitter van toneelgroep Spotlicht – spreekt een select groepje toehoorders in een net pak toe. Vervolgens wil hij prinses Annemée van Weimar-Sachsen-Eisenach, gespeeld door Annemée de Mos uit Zeijen die vorig jaar voorleeskampioene was van basisschool De Zeijer Hoogte, aan de hand naar binnen leiden, maar schrijver Hans Christian Andersen, gespeeld door Johan Pierik, is hem echter voor en leidt de prinses aan de hand op keurige wijze binnen. Een echte gentleman. Hertogin Marianne Bakker uit Zeijen kijkt goedkeurend toe. Het is een deftig gebeuren. Milders vertelt het publiek: ,,Er zijn twee soorten: mensen die deftig zijn en mensen die doen alsof ze deftig zijn. Andersen wilde zelf bij de deftige mensen horen, bij de mensen van adel en met aanzien. Daarom is Andersen – Pierik – zo dienstig. Mensen die doen alsof, daar heeft Andersen een hekel aan. Hij drijft de spot met ze”. Andersen kwam uit een arm gezin, maar was vastberaden om op te klimmen in de pikorde. ,,Toen Andersen op z’n 14e naar Kopenhagen vertrok, vroeg zijn moeder: wat ga jij nou doen? Ik wil beroemd worden, antwoordde Andersen”, vervolgt Milders in keurig Algemeen Beschaafd Nederlands. De 6-jarige Pim Nijholt uit Zeijen wil later ook wel beroemd worden. “Nee, niet als schrijver. Als volleyballer”, vertelt hij. De sprookjes van Andersen kende hij nog niet, maar wat hij hoort bekoort hem wel. Pierik, ahum, Andersen leest voor een aandachtige publiek vervolgens zijn sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer’ voor. De keizer is erg van het uiterlijk en draagt steeds extremere kleding. Hij laat zijn kleermaker een gewaad maken waarvan het lijkt alsof “de stof niet bestaat”. “Eigenlijk loopt hij dus gewoon rond in zijn blote kont”, vertelt Milders. De zaal vindt het prachtig. Hertogin Marianne hoort het met klapperende oren aan: “Alleen als je het goed articuleert mag je blote kont zeggen”, waarna ze het even voordoet. “Het woord derrière heeft mijn voorkeur”, zegt de hertogin kakineus. Onbeschaafdheden worden niet getolereerd, zoveel is wel duidelijk. “Wat maakt een prinses tot een echte prinses?” vraagt Milders aan de zaal. “Hoe je zit en loopt”, antwoordt Lindie Goosen overtuigend. Maar er is meer: afkomst, met twee woorden praten (“Ja, meneer”), niet met de mond vol praten en andere goede manieren, en, natuurlijk, afkomst.  Prinses Annemée de Mos leest vervolgens op vloeiende wijze nog even het sprookje ‘De Prinses op de erwt’ voor van Andersen, waarin de prinses tussen 20 lakens voelt dat er een erwt op haar bed ligt. Een knap staaltje fijngevoeligheid. Moeder Amanda de Mos kijkt trots toe: ,,We lazen de kinderen vroeger veel voor. Niet per se de sprookjes van Andersen, daar zitten toch wel wat moeilijke elementen in die voor jonge kinderen niet altijd te begrijpen zijn. Later is Annemée Andersen wel gaan lezen”. Dan is het pauze en de Ongenode Gast mengt zich even onder het publiek en de toneelspelers. Lindie Goosen uit Ubbena kende de sprookjes van Andersen al. Het is een wereld die haar wel interesseert. “Vroeger speelde ik ook vaak prinsesje”. “Nog steeds”, vult haar moeder lachend aan. Vriendin Jet Nijholt sleurde Lindie mee naar de voorstelling. Moeder van Jet en Pim, Inge Nijholt,is ook aanwezig. ,,Onze kinderen houden wel van sprookjes. We hebben vakantie, alle tijd dus om vanmiddag hiernaar toe te gaan. Ik vind het erg leuk: kleinschalig en intiem. Die kostuums en zo vind ik leuk, dat spreekt tot de verbeelding. Het is jammer dat er niet meer mensen zijn”. De Ongenode Gast loopt in de kleedkamer waarde heer Milders nog even tegen het lijf. “Onze toneelgroep Spotlicht bestaat dertig jaar, dus we wilden uitpakken met een Andersen-drieluik. Voor volwassenen spelen we nog een zelfgeschreven stuk van Bart van Mulkom genaamd ‘Het meisje van altijd’, waarin elementen uit de sprookjes van Andersen zijn verwerkt, maar dat voor de rest een geheel eigen creatie is”. De pauze is om, het gezelschap maakt zich op de voor de tweede akte. De Ongenode Gast keert huiswaarts om aan zijn manieren te werken en zijn woeste baard te trimmen.