scans (2)

scans (3)Jan Hayema en de goudkoorts van Canada

‘Als je zoekt vind je ook wat’

DAWSON CITY/DE PUNT – Iedereen in de buurt van Yde-De Punt weet het: Jan Hayema, de voormalige eigenaar van de vermaarde discotheek Oude Snik, zit vaak in Canada. Op zoek naar goud. Van mei tot september is hij te vinden in het immense Canada. “Ik probeer altied voor Ronermark weer thoes te wezen”. Dat moet ook wel anders begint het te vriezen en kun je niet meer graven naar goud. Ruim voor deze bekende markt is Hayema home, in De Punt. “Heb je even?”

“Goud zoeken is een jongensdroom”, vertelt Hayema aan de keukentafel, terwijl de zure haring op tafel komt. Bedoeld voor op het brood. Neem ook wat. Zal ik een ei bakken?”, vraagt de immer gastvrije Hayema. En vertelt het verhaal. “Ik zag het vroeger in een programma op Duitsland 3 waarbij goud werd gezocht in Canada. Met behulp van een bulldozer. Ik zei tegen mijn –inmiddels overleden- kameraard Gerrit Drijfholt: “dat is wat voor ons!” Maar ik was net getrouwd, we hadden kinderen en een bedrijf, dus er kwam niks van terecht. In 1999 ben ik gestopt met de discotheek, dat was het moment om te gaan”. Onder het motto ‘als je zoekt vind je ook wat’, ging Hayema op pad. Op doorreis in Canada kwam ik iemand tegen die goud zocht met machines. Ik sloot een deal en in 2000 ben ik begonnen met ‘minen’. Ik wist eerst van niks”. Hayema ondervond ook de papierenrondslomp. “Ik ben drie keer naar de Canadese ambassade in Berlijn geweest. Ik had een contract ‘claim op naam’. Daarvoor moeten ze je eerst toelaten. Dat staat in de wet. Ik ben drie uur op immigratie geweest voor een werkvergunning. Steeds stelden ze me dezelfde vragen”. Uiteindelijk lukt het. “Het is een klein bedrijf, dat ik samen run met mijn compagnon John Erickson, een Zweed, die in Nieuw-Zeeland is geboren en al jaren in Canada woont. Hij heeft verstand van ‘minen”. ‘Minen’, goud zoeken, houdt in: heel veel grond afgraven. De plek: Dawson City, in het noordwesten van Canada, tegen Alaska aan. Het is een dorp van 1200 inwoners. In de zomer komen hier veel toeristen. Het goed zoeken (minen) gebeurt rond de Yukon River, met 3100 kilometer een van de langste rivieren van Noord-Amerika, die in zee uitkomt. In 1885 was hier sprake van een Gold Rush. Het was even de bekendste stad ter wereld; duizenden goudzoekers overspoelden het plaatsje. “Goud zoeken gebeurde met de hand. Met behulp van de pikhouweel en schop. Jaarlijks wordt 13,649,736 ounce goud gevonden, goed voor 1,5 miljoen dollar. Tijdens de Gold Rush werd in hoogtijdagen 1 miljoen ounce (gewicht van goud, een ounce is 31 gram, red. ) Het werd zo zwaar dat er later machines werden ingezet, zoals een baggerschip”. Maar waar zit nu het goud? “Kijk, in de bergen zit goud. Er wordt zo’n 2,5 kuup zand afgegraven, aan de oevers van de rivier. Het water moet je wassen. Er zijn tweehonderd miners actief in het gebied. Wij zijn maar een klein bedrijfje, met claims in het gebied. Een claim (je koopt het niet, maar hebt wel recht op de opbrengst, red.) is 300 meter bij 150 meter lang, in totaal 9 hectare. Er wordt 50 kuup per uur gewassen. Daarvoor wordt een 10 meter lange buis gebruikt. Als je denkt dat er op een bepaalde plek goud zit, ga je boren en dan het grond verzetten. Denk nu niet dat alles goud blinkt. Het gaten boren kost veel geld. En we hebben een weg moeten verleggen, dat kost al gauw 1000 dollar aan brandstof. We verstoken 30.000 gasolie per seizoen. Met nog andere onkosten kom je op 40.000 dollar. En dan moeten we ook nog eten en kamperen. Het goud verkopen we aan handelaren. Een oude caravan doet dienst als woning. Beren, vossen, coyotes, alles loopt hier rond”. Dat alles niet altijd soepel verloopt blijkt uit foto’s die Hayema laat zien. Van een bulldozer die te scheef te werk ging en vast kwam te zitten. Of Jan Hayema nog terugkeert naar Canada is de vraag. Zijn gezondheid wordt minder. Maar hij had het voor geen goud willen missen.