EELDE-PATERSWOLDE  – In Eelde-Paterswolde stroomden eind vorig jaar 148 asielzoekers binnen. In Eelde-Paterswolde bestaan tegenwoordig twee locaties. Een tussenvoorziening voor statushouders in Eelde en een asielzoekerscentrum in Paterswolde waar eind december de eerste bewoners werden opgevangen. COA-adjunct locatiemanager Rob Bulthuis geeft aan dat de bewoners op beide locaties hun draai ondertussen hebben gevonden.

‘Het gaat in Paterswolde om Afghaanse vluchtelingen die afgelopen zomer naar Nederland kwamen nadat ze door de Taliban waren verdreven uit hun leefomgeving. Ze gaan hier sinds medio januari naar school en zijn daardoor rustig geacclimatiseerd’, vertelt Bulthuis. Achter de schermen wordt ondertussen hard gewerkt om de nieuwkomers de juiste richting te geven vervolgt Bulthuis. ‘We hebben een taalklas in de omgeving waar kinderen in de basisschoolleeftijd lopend of met de fiets naartoe gaan. Op deze plek worden ze in eerste instantie 40 weken lang onderwezen, voordat ze de overstap naar de basisschool maken. We hebben het hier dan over de groep van vier tot en met twaalf jaar en dan hebben we ook nog de groep van twaalf tot en met achttien die naar de ISK (Internationale SchakelKlas) gaat in Groningen. Volwassenen krijgen hier op locatie zelf les van een Nederlandse taalcoach en door vrijwilligers worden er in een speciaal café zaken geleerd zoals rekenen, schrijven en lezen. Kortom, alles staat in het teken van ontwikkeling.’

De noodopvang Heumensoord bij Nijmegen bleek niet geschikt om lang te verblijven. De locaties in de provincie Drenthe voldoen beduidend beter aan de eisen. Als individu en als groep wordt er iedere dag gewerkt aan het vinden van ritme als opmaat naar een nieuwe toekomst. ‘Als je in een paviljoen zit heb je bijzonder weinig privacy en dan is de realiteit waarbinnen de mensen zich nu bevinden wel een stuk aangenamer natuurlijk. Er is een stoel, een tafel en een bed aanwezig en de bewoners hebben een koelkastje, zodat ze ook hun eigen dingen kunnen bewaren. Ze kunnen de deur ook gewoon even op slot doen als ze niet willen worden gestoord. De sanitaire ruimtes worden wel gedeeld, maar dat verloopt allemaal prima evenals de collectieve ruimtes waar onder andere televisie wordt gekeken. Koken doen ze overigens ook zelf, want deze mensen zitten al zo ver in hun procedure dat ze geld krijgen via een moneycard en daarmee kunnen ze hun eigen aankopen doen. Verder houden we hier ook kledingmarkten, want er worden regelmatig kledingstukken of andere producten gedoneerd en die krijgen bij ons altijd een tweede kans. Met de fietsen die wij krijgen geven we bijvoorbeeld ook fietslessen, dus het doel is altijd meervoudig. We gaan samen met de bewoners overigens ook bezig met een praalwagen die we tijdens de eerstvolgende Bloemencorso willen presenteren. We doen er alles aan om de verbinding te leggen, want we staan ook in contact met de sportverenigingen uit onze omgeving, zodat mensen ook op deze plekken de kans krijgen om hun talenten te ontplooien.’

De betrokken organisaties doen er alles aan om de mensen te begeleiden naar een betere toekomst. De investering in taal wordt gemaakt, maar niet iedereen is zonder bagage naar Nederland gekomen besluit Bulthuis. ‘Het voordeel van de groep die we hier nu hebben is dat een groot deel als tolk heeft gewerkt voor militairen, waardoor ze het Engels al redelijk tot goed verstaan en kunnen spreken. De taalbarrière is daardoor al een stuk minder en dat maakt het ook gelijk een stuk handiger als je in een supermarkt bent en je hebt een vraag aan een medewerker om maar eens een voorbeeld te noemen. Wat ik terugkrijg vanuit de taallessen is dat de ouders enorm gemotiveerd zijn om te leren en dat is voor ons een bevestiging dat we de juiste koers te pakken hebben.’

Tijd en aandacht is er voldoende om de missie te laten slagen stelt Bulthuis. ‘Wij werken volgens vaste tijden waarmee we onder andere willen stimuleren dat mensen in een regulier dag-/nachtritme blijven. De dag begint natuurlijk voor iedereen met een ontbijtje en daarna brengen de ouders de kinderen naar school. Als ouders vragen hebben, dan kunnen ze die tussen 10.00 en 12.00 uur stellen bij de informatiebalie. Op deze plek zijn mensen aanwezig van het COA en Vluchtelingenwerk. Daarnaast hebben we programmabegeleiders en casemanagers en deze medewerkers gaan meer in op de processen die van belang zijn voor de toekomst van de mensen. We doen hier ook veel aan zelfwerkzaamheid, waarbij bewoners een kleine bijdrage ontvangen voor de werkzaamheden die ze verrichten. We hebben op dit moment 28 bewoners die onder andere schoonmaken in en rondom de gebouwen. Daarnaast sporten de mannen en vrouwen die hier wonen dagelijks en voor de kinderen is er iedere maandag ‘Team up’. Elke vrijdag is er ‘Time for you’ voor de kinderen en vrijwilligers van Vluchtelingenwerk zetten ook regelmatig iets op touw om de kinderen te vermaken. Dit kan bijvoorbeeld een wandeling door het dorp zijn. We doen er alles aan om de mensen op de juiste manier op te vangen.’