EELDE Op weg naar mijn afspraak zie ik wapperende vlaggen, tuinen die volop in de bloei staan en voor me uit loopt een dame met een tros witte ballonnen. Op het moment van schrijven is het bijna zomervakantie. Bij Beate van der Klooster, geboren Postma (42) staan de groenten in de teeltbakken er goed bij. Ik praat met haar over de noodzaak en het succes van de buurt(koel)kast voor overgebleven etenswaren. ‘Nu de buurt(koel)kasten er zijn, is voedsel verspillen niet meer nodig’, aldus Beate.

Beate is geboren en getogen in de stad Groningen. Ze is acht jaar oud als haar ouders gaan scheiden.  Met haar moeder woont ze daarna in de Oosterparkwijk. ‘Destijds was ik een onbekommerd, maar ook driftig stadsmeisje’, vertrouwt Beate me toe. ‘Met mijn kennis van nu was ik toen van mijn ankers losgeslagen en ging ik als kind, onbewust, op zoek naar nieuwe zekerheden.’ Buiten het veilige nest dat haar moeder haar biedt, zoekt ze tijdens haar puberteit en adolescentie haar heil in het helpen van anderen, in het volgen van onderwijs en een verblijf in het buitenland. ‘Ik wilde mijn omgeving en later de grotere wereld op mijn eigen manier verkennen’, lacht Beate.

Beate wil heel graag van betekenis zijn voor anderen, maar ze heeft geen idee hoe. ‘Ik had geen hulp- of inspiratiebronnen.’ De middelbare hotelschool en de hogere beroepsopleiding voor facilitair management heeft ze keurig afgerond, maar dit is het niet voor haar. Dan maar verder speuren op de arbeidsmarkt:  arbeidsbemiddelaar, verkoper van bankdiensten en ten slotte een burn-out: de werkzaamheden geven haar te weinig voldoening en het zoeken breekt haar op.  Ze is 32 jaar als ze haar bestemming vindt in de ambulante geestelijke gezondheidszorg. ‘Dat gezoek was een heel leerzaam’, zegt Beate. In 2017 verhuist Beate met haar man Raymond en hun drie jonge kinderen naar Eelde. ‘Ik heb jarenlang, eerst met mijn moeder en later in mijn uppie in de Oosterparkwijk gewoond en vond dat heerlijk. In Eelde herkende ik het dorpse waar ik als oud-Oosterparker zo vertrouwd mee was: wonen op een plek die leeft en waar men elkaar vrij laat’

Sinds een paar jaar heeft Beate een pittige baan als cliëntregisseur en onafhankelijk cliëntondersteuner (oco) in de regio Emmen en de Kanaalstreek. Gebieden waar inwoners generatieslang kampen met armoede, eenzaamheid en waar vergrijzing een steeds groter probleem wordt.  ‘De leefomstandigheden en de veelal trieste verhalen die cliënten me toevertrouwen, raken me. Om stoom af te blazen helpt het me enorm dat mijn man ook in de zorg werkt’. Een baan van 24-28 uur per week is dan genoeg en zo blijft er tijd voor haar gezin, om paard te rijden, om te sporten én om tuinieren in haar moestuin. Beate glimlacht als ze zegt dat ze tevreden is wie ze nu is. ‘Mijn leven gaat een stuk gemakkelijker, sinds ik besloot iets minder veeleisend voor mezelf te zijn.’

In de loop  van haar leven ontwikkelt ze haar visie op de maatschappij. ‘Al jaren zie ik dat de economie veel belangrijker wordt gevonden dan de zorg voor mensen en de aarde.’  Sociale ongelijkheid en voedselverspilling zijn belangrijke thema’s geworden voor Beate. Het idee van  de buurt(koel)kast pikte Beate op uit Leeuwarden en samen met dorpsgenote Emmy van Dijk lanceert zij dit idee in Eelde/Paterswolde. Eén van de passies van Beate is groente telen. Dat doet ze in de bakken in haar voortuin. Wat ze zelf niet nodig heeft, komt in de buurt(koel)kast, die ze in 2021 in haar tuin heeft neergezet. Wie goed voedsel over heeft, kan dat erin leggen. Wie het kan gebruiken, kan het eruit halen.  Nu, een jaar later, maakt Beate de balans op. Dat er veel vraag is, blijkt uit de vele reacties op Facebook.  Er staan in Eelde/Paterswolde inmiddels zeven buurt(koel)kasten en er is een buurtkoelkast bij het tankstation in Paterswolde.  ‘Dan kun je wel van een succesje spreken, toch?’, glimlacht ze. In een ademteug relativeert ze dit succes. ‘Voedselverspilling is een groot probleem. In je eigen buurt kun je echter wel iets doen. Zo’n buurt(koel)kast helpt om contact met elkaar te leggen en elkaar aandacht te geven. Het effect van elkaar helpen en omzien naar elkaar kan groot zijn, ook al lijkt het maar iets kleins.’  

In Eelde is Beate ook penningmeester van de oudervereniging van de Mariaschool. De oudervereniging organiseert het sinterklaasfeest, het carnaval, de avondwandelvierdaagse en het schoolkamp.  Hoewel haar man en zijzelf niet gelovig zijn of zijn geweest, gaan hun kinderen naar de katholieke Mariaschool in Eelde. ‘De Mariaschool is een kleinschalige school, waar het geloof praktisch en gezamenlijk beleefd wordt. Uiteraard is er het leerprogramma, maar wat we heel belangrijk vinden is hoe de mensen met elkaar omgaan. Op deze school worden er wekelijks kaarsjes aangestoken voor  wie dat nodig heeft, zoals bij verdriet, ziekte, pijn of dood.’ Dat lijkt een klein gebaar misschien, maar kan voor betrokkene van grote betekenis zijn. Er wordt aandacht geschonken aan wat de kinderen van binnenuit beweegt en aan de emoties die hieruit voortkomen. Elkaar echt zien en elkaar ondersteunen als dat nodig is, past het gezin Van der Klooster als een jas.

Gezien en gehoord worden zonder te oordelen helpt om positief en geduldig met elkaar om te gaan.  Een actueel thema om over na te denken. In de zomervakantie, bijvoorbeeld.