Deel 14

Dinsdag 31 maart & woensdag 1 april

Wonderlijk hoe snel de sfeer kan omturnen. Alleen al het gevoel dat we haar begrijpen, maakt dat oudste dochterlief een stuk beter te spreken is. Deze dinsdagochtend laten we de computer uit en gaan we met zijn allen aan de slag in werkboekjes die ik online heb gevonden. Ze doet rekensommen, maakt puzzels en kleurt en is innig tevree. Ook haar zusjes werken lekker op papier en tellen, tekenen en oefenen de eerste schrijfbewegingen. Ik ben verbaasd hoeveel zij geleerd hebben de afgelopen weken en besef me hoezeer het ook een cadeautje is zoveel aandacht aan mijn dochters te kunnen geven. Hoewel ik altijd wel veel thuis gewerkt heb, was het leven voor dit isolement wel heel druk. We waren altijd op weg ergens heen of er was wel iets wat dringend gedaan moest worden. Deze ochtend geniet ik er meer dan ooit van tijd in iedereen te kunnen steken en besef me maar al te goed dat ik ze nooit weer zoveel om me heen zal hebben.

Buiten lijkt het wel echt lente deze dinsdag, zo heerlijk is het in de zon. En dus spenderen we uren buiten en vliegt de dag om. ’s Avonds is het weer op tijd in de pyjama en samen op de bank. Rutte spreekt over het geduld, aanpassings- en improvisatievermogen (meestal check, check en zeker check) van de Nederlanders. Zijn boodschap is weinig verrassend, maar het is nu wel heel definitief dat het leven echt niet weer normaal wordt. Sterker nog, hij zegt zelfs: ‘ik hoop dát het ooit weer normaal wordt’. Maar voor nu zijn we nog niet eens aan het einde van het begin van deze periode en dat is heldere taal.

Wie echt nadenkt over de situatie waar we met zijn allen in zitten wordt gek. Het lijkt wel een film en menig filmscenario is hierop gebaseerd. Maar dit is dus de werkelijkheid: we zitten zoveel mogelijk thuis, er is niks meer om heen te gaan en hoe lang dit duurt is een groot raadsel. Manlief kiest voor strijdvaardig om hiermee om te gaan. ‘Wie mij voor de voeten loopt, kan aan de kant gaan’, vindt hij en op kantoor verwacht hij maar één ding van de mensen en dat is dat ze ervoor knokken. Hier thuis is alles anders. Want er is niks normaals aan om hele dagen met je kinderen thuis te zijn en zelf voor onderwijs te zorgen. Ja, ik ben ook strijdvaardig, maar heb ook zorgen. Want als het voorlopig niet meer normaal wordt, kunnen wij dan overleven met ons bedrijf? We hoeven het niet cadeau te krijgen, maar willen we niet allemaal gewoon lekker leven, zonder zorgen om geld of gezondheid?

Ik hoor op het nieuws woensdagochtend dat veel Nederlanders last van nachtmerries hadden en daar doe ik lekker aan mee. Deze nacht deed corona een poging ons huis binnen te dringen. In mijn geval kwam hij op een scooter en ik heb goed nieuws: het lukte me zijn nummerplaat te noteren. Ik maak me wat zorgen om dat hele verhaal van de groepsimmuniteit, dus ik begrijp wel waar deze nachtmerrie vandaan komt. Want: om groepsimmuniteit moeten mensen zoals mijn man en ik eigenlijk corona krijgen en dat vind ik wel spannend. Want zeker weten hoe dat uit zou pakken bij ons, doen we niet. Mijn man heeft als kind al eens een longontsteking gehad en tweemaal per jaar pakt hij een vreemd hoestje welke alleen na wat dagen codeïne slikken verdwijnt. Zouden zijn longen dit heftige virus aan kunnen? En mijn tweelingmeisjes werden ooit een dikke vijf weken te vroeg geboren. Na een zeer korte bevalling van meisje nummer II – in zeven minuten zette ik haar op de wereld – hadden haar longen niet goed de tijd gekregen om mooi open te klappen en dus had zij de eerste dagen ondersteuning nodig. En dat beeld, van je eigen kleine, complete en prachtige meisje aan de beademing is niet eentje die je snel vergeet. Bovendien vraag ik me af, áls wij corona krijgen, moeten we toch zeker twee weken in quarantaine en wie gaat dan ons bedrijf draaiende houden? En wat als we allemaal zo in ons isolement blijven en de corona zich hier in het noorden niet verspreid. Hoe komen we dan op groepsimmuniteit? En dan kom ik weer op de hamvraag: wanneer wordt het leven weer normaal?

We moeten zowaar een beetje opschieten deze ochtend, want oudste dochterlief heeft een ontmoet-moment via Google Meet gepland staat. Om negen uur verschijnt het ene na het andere klasgenootje in beeld van haar scherm en gelukkig: we zien juf ook nog weer eens! Ze wordt er prompt verlegen van nu er zoveel paar ogen haar aanstaren en juf moet haar nog eens extra vragen of haar microfoon het wel doet. Andere klasgenootjes zijn minder verlegen en tikken met veel plezier ‘poep’ en ‘scheet’ in het chatprogramma. Juf is van plan iedereen stuk voor stuk even te laten vertellen, maar het gebrek aan enig ‘ether-discipline’ bij sommige van deze groep drie-ers maakt dat niet makkelijk. De afspraak is: wie niet aan de beurt is, zet zijn microfoon uit. Want, heb je je microfoon uit en maak jij – of de mensen om je heen – ook maar enig geluid, dan kom je in beeld en ga je dus dwars door een ander gesprek heen. Maar het is natuurlijk ook te leuk om toch even die microfoon weer aan te zetten en gekke geluiden te maken. Na driekwartier begint de eerste te typen: ‘hoelang duurt dit nog?’ en is de rek er wel uit. Oudste dochterlief wilde vertellen van haar nieuwe leesboeken, de speurtocht en haar knutsels, maar komt niet verder dan spelen op de trampoline met haar zusjes. Ze lijkt wel oprecht blij en opgelucht iedereen even te zien. En het is fijn te horen dat ze écht niet de enige is die nu thuis zit en niet meer kan spelen.

Verder blijkt opnieuw dat de woensdag hier in huize Wijnands niet de beste dag om ons heel nuttig te maken. Gelukkig heb ik voor de lichte tegenzin tegen alles wat nuttig is altijd een beproefd medicijn en dat is frisse lucht. En we hebben geluk, het is slecht weer. Normaal geen fijn gegeven, maar nu betekent het dat het vást niet druk is in het bos en wij eindelijk weer eens een rondje kunnen doen. Ik heb gelijk; er staan slechts twee auto’s op onze vaste parkeerplaats en we komen amper iemand tegen. Gek te zien hoe snel we ons allemaal aangepast hebben aan de nieuwe maatregels. Ook hier in het bos, in die gezonde frisse lucht, houden we allemaal meer dan genoeg afstand. Wie elkaar tegenkomt, kiest een ander pad of gaat ver de bosjes in om die afstand te waarborgen. Ook ik heb de kinderen goed geïnstrueerd dat ze niet dichtbij anderen kunnen komen. Heel gek om zo toch ons rondje te doen, maar het is vooral heel fijn er even uit te zijn. De meisjes rennen, klimmen en vallen. We ontdekken een nieuwe glijbaan middenin het bos, dus dat is dolle pret. En we spelen nog even in de speeltuin van de nu nog verlaten boscamping. Vies, moe, wat koud en uiteraard heel hongerig keren wij allemaal opgeklaard en tevreden terug naar huis.