‘Dennenoord en Het Noorder Sanatorium’

ZUIDLAREN – Al enkele dagen nadat Nederland door de Duitsers was bezet, werden door de nieuwe machthebbers onder andere de volgende maatregelen afgekondigd:

1: Tussen 10 uur ’s avonds en 6 uur ’s morgens mochten zich geen personen op de   

    openbare weg bevinden, de zogenoemde ‘Spertijd’.

2: Van zonsondergang tot zonsopgang was een absolute verduistering van kracht.

3: Het Duitse strafrecht werd ingevoerd.

Het bijzondere van Zuidlaren was, dat het een garnizoenplaats was. Dat is een militaire term voor een bepalad aantal soldaten dat op een specifieke plaats is gestationeerd. De bouw van de Adolf van Nassau kazerne was net voor de oorlog voltooid. In juli 1940 werd deze kazerne door de Duitsers in gebruik genomen, om er recruten op te leiden. De Zuidlaarders werden dagelijks geconfronteerd met marcherende en zingende troepen. De militaire voertuigen maakten rondes door het dorp. De aanwezigheid van de Duitse militairen heeft echter nooit veel overlast gegeven voor de burgers. Wel liepen er na ingang van de ‘spertijd’ gewapende militaire patrouilles door het dorp. Zij keken er ook op toe of de woningen goed verduisterd waren. Op 1 oktober 1941 werd ook het Noorder Sanatorium een Duitse kazerne. Een luftwaffe Regiment kwam hier. Binnen 24 uur moest het hele gebouw leeg worden opgeleverd. De verpleegsters, timmerlieden, schilders, tuinknechten en arbeiders van de stichting Dennenoord werden hiervoor ingeschakeld. Men had in principe alles mogen  meenemen. Maar alle lampen, elektrische klokken, gordijnen, verduisteringsplaten, een aantal opklapbedden met matrassen, zeven snelblussers en zestien brandslangen moesten ten behoeve van de Duitsers achterblijven.

Ook de woning van de geneesheer directeur werd opgeëist. De woning zou als onderkomen voor Duitse officieren dienst doen. Het terrein voor het Noorder Sanatorium werd als exercitieterrein gebruikt. Loopgraven werden aangelegd, afweergeschut werd geïnstalleerd, bunkers kwamen tot stand en een grote vrachtwagenloods werd er gebouwd. Bij de hoofdingang kwam een schildwachthuisje. In februari 1943 kwam daar opeens een eind aan. Het gehele Luftwaffe Regiment was met de ‘noorderzon’ vertrokken en de commandant van het regiment had het beheer van het gebouw overgedragen aan de burgemeester van Zuidlaren, de heer J.H. Roukema.              

Burgemeester J.H. Roukema

Het gebouw stond nu leeg. Een aantal baldadige jongens van 16 tot 18 jaar hebben vernielingen aangericht. Op 19 maart 1943 nam het Luftwaffe Regiment  weer bezit van het gebouw. Op 1 april 1943 kwam hier ook nog een afdeling van de Grüne Polizei bij. Deze ‘Ördnung Polizei’ had zich  in de loop der jaren ontwikkeld tot een militair apparaat, dat verantwoordelijk was voor onder andere de razzia’s. Zo vond er op 26 juni 1943  een grote razzia plaats in Zuidlaren. De Grüne Polizei  kamde het gehele dorp uit op zoek naar radio’s, fietsen, auto’s en onderduikers. Onderduikers waren mannen, die zich hadden onttrokken aan de oproep om in Duitsland te gaan werken en Joodse mannen. Hoewel er vele onderduikers in Zuidlaren waren, werd er niemand gearresteerd.

Op 27 juni kwam Dennenoord aan de beurt. Het gehele terrein werd afgezet en van boven tot onder doorzocht. Dennenoord had zich ontwikkeld tot een broeinest van illegaliteit. Er waren 133.000 bonkaarten verstopt en talloze wapens op het terrein ingegraven. Eén van de belangrijkste mensen van het Zuidlaarder verzet was A. Van Weringh. Hij werkte op Dennenoord bij de technische dienst. Hij wist op deze dag uit Duitse handen te blijven, door een verplegersjas aan te trekken en in paviljoen 15 gewichtig de patiënten te temperaturen op het moment dat dit gebouw werd doorzocht.

A. van Weringh

In december 1943 verdween de Grüne Polizei en het Luftwaffe Regiment weer. In januari 1944 kwam er een speciale opleidingsafdeling van de Duitse marine voor in de plaats. De tuin van het sanatorium werd volledig omgespit. Een groot aantal loopgraven werden aangelegd. Het oorspronkelijke wandelpark was een volkomen oefen- en opslagterrein voor Duitse rekruten geworden. Op het dak van het sanatorium werd afweergeschut geplaatst.

In oktober 1944 werd het pas echt vol in Zuidlaren. Er waren ongeveer 3000 militairen. Allerlei grote zalen, dcholen en twee paviljoens op Dennenoord werden gevorderd voor huisvesting voor Duitse soldaten. In februari 1945 moest geheel Dennenoord worden ontruimd, omdat er een ‘Kriegs Lazaret’ (ziekenhuis) moest worden gevestigd. Dennenoord was overvol doordat 450 patiënten uit de stichting Bloemendal in  Loosduinen naar Dennenoord waren geëvacueerd. De Duitsers hadden deze stichting omwille van de aanleg van de ‘Atlantikwall’ ontruimd. Talloze patiënten werden in verschillende scholen, cafézaaltjes, verenigingsgebouwen en in de Gereformeerde Kerk en de voormalige synagoge ondergebracht. Ook het verplegend personeel nam thuis veel patiënten op. Per vrachtauto gingen patiënten naar Wagenborgen en Assen. Op 27 maart 1945 liep een troosteloze rij patiënten door Zuidlaren op weg naar het station in Tynaarloo. Het was een lange stoet van lopende en sloffende mensen, die vanaf het stichtingsterrein naar het station in Tynaarloo werden afgevoerd. De aanblik van deze colonne moet werkelijk hartverscheurend zijn geweest. De boeren in de buurt werden opgeroepen om met paard en wagen te komen helpen. Een negentigtal patiënten werden in lakens ingewikkeld en daaromheen werd een wollen deken vastgenaaid. Deze patiënten werden op wagens gelegd, de anderen moesten lopen. Vanaf Tynaarloo werden deze 528 mensen per trein naar Franeker gebracht. De 23 goederenwagons van de trein en de 6 personenrijtuigen waren met bloed besmeurd en overal zaten luizen. Vele ramen waren gebroken. Franeker was echter al overvol. De patiënten kwamen in scholen terecht. Vaak waren er geen dekens en bedden en soms geen servies of eetgerei. Men sliep op los stro, in kleine ruimtes, dichtopeen gepakt, onder slechte hygiënische omstandigheden en met onvoldoende voeding. Door hun kwetsbare psychische toestand en lichamelijke zwaktes werden ze makkelijk slachtoffer van besmettelijke ziektes. In deze periode in Franeker stierven dan ook 56 patiënten.

In april was er enige tijd geen leidingwater. Het drinkwater kwam uit de regenbakken van Groot Lankum, het waswater kwam uit de grachten en vijvers. De slechte hygiëne leidde tot dysenterie en difterie. Na de oorlog is eerst weinig aandacht geschonken aan deze episode. Pas vele jaren later is op het  terrein van Dennenoord een monument opgericht dat naar deze droevige episode verwijst. Op 13 april 1945 werd Zuidlaren door de Canadezen bevrijd, maar het duurde nog tot 26 juli 1945 voordat de patiënten weer terug konden keren naar Dennenoord.

Bronnen:  “ Het Noorder Sanatorium” van Jan Hein Furnée en dr. Jan H.G. Jonkman

                    “De helletocht die vergeten werd.“

Deze tekst is samengesteld door Herre Steegenga.

Herre Steegenga