Kom vanavond met verhalen

hoe de oorlog is verdwenen

en herhaal ze honderd malen

alle malen zal ik wenen.

Leo Vroman

ZUIDLAREN – Ooit bestond er in Zuidlaren een kleine Joodse gemeente. In 1884 werd er een synagoge gebouwd. Veel stelde het echter niet voor. Met moeite en pijn kon men ‘minjan’ maken. Bij minjan moeten er tien mannelijke, meerderjarige personen aanwezig zijn. In 1924 kon men geen minjan meer maken en werd de synagoge door gemeente opgeheven. De synagoge, het sjoeltje, werd vervolgens voor diverse doeleinden gebruikt. Zo werd het onder meer een pakhuis, een garage, een opslagplaats, een werkplaats voor motorfietsen, een clubhuis van de padvinderij, een peuterspeelplaats en als laatste een winkeltje in tweedehands kleding. In 2005 werd het gebouw overgedragen aan de Stichting Oude Drentse Kerken. Deze stichting restaureerde het gebouw en stelde de Vereniging Behoud Synagoge Zuidlaren als beheerder aan. Het gebouw functioneert sinds de restauratie vanaf december 2007 als synagoge voor de Progressief Joodse Gemeente Noord Nederland en als cultureel centrum van Zuidlaren.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog woonden in Zuidlaren nog vijf Joodse gezinnen. De gezinnen van Izaak van Dam, Jacob van Dam, Mozes Cohen, Israël Joosten en Bernard de Vries. Aan de Stationsweg woonde de familie van Izaak van Dam (foto boven), die een manufacturenwinkel had. Van Dam vervulde een belangrijke rol in de Zuidlaarder samenleving. Hij was bestuurslid van de Zuidlaarder Handelsvereniging en was lid van de gemeenteraad. Het tweede gezin was dat van Jacob van Dam. Hij was hoofd van de openbare lagere school in Schuilingsoord. Het gezin van Mozes Cohen woonde aan de Stationsstraat en hij was ook manufacturier. Israël Joosten woonde met zijn gezin aan de Esweg 4. Hij was paardenslager. Ze kregen als laatste, waarschijnlijk in oktober 1942, een oproep. Van tevoren waren ze gewaarschuwd, maar ze hadden geen goed onderduikadres. De voddenkoopman Bernard de Vries, die aan de Annerweg tegenover de kazerne woonde, had vier zonen Levi, Jacob, Siemon en Aáron. Bernard de Vries stierf in februari 1939 en zijn vrouw werd op 25 oktober 1939 opgenomen in de Joodse psychiatrische inrichting te Apeldoorn. Vandaar werd zij op 21 januari 1943 als één van de bijna 1300 patiënten , weggevoerd naar Auschwitz. Jacob vertrok naar Canada, Levi was ondergedoken in Amsterdam en overleefde de oorlog. Siemon en Aáron kwamen om in de vernietigingskampen. Omdat het gezin De Vries voor de oorlog al niet meer in Zuidlaren woonde, staan hun namen niet vermeld op de plaquette, die aangebracht is op de muur van de synagoge.

In juli 1942 kwam de oproep tot de Joden om zich te melden. Een kleine verzetskern, bestaande uit de toenmalige burgemeester J.H.Roukema, M.W.ten Haaf van Dennenoord en T. de Jong ook van Dennenoord, stelden zich in verbinding met de families Van Dam en Cohen, om in elk geval de oudere kinderen aan een onderduikplek te helpen. Martijn en Siemon van Dam en Gerda Cohen werden ondergebracht bij Ten Haaf op Dennenoord. Die had achter zijn huis een ondergrondse schuilplaats. Ze hielden het echter niet lang vol in deze schuilplaats of ze zagen de situatie niet ernstig genoeg in. Hoe het ook zij, half augustus liepen de jongelui zomaar weer door het dorp. Martijn, Siemon en Gerda werden opgepakt en uitvoerig verhoord door de Sicherheitspolizei. Dit had tot gevolg dat Ten Haaf werd gearresteerd en, na verhoor in Groningen, in het Oranjehotel te Scheveningen terecht kwam. Taeke de Jong ontsnapte ternauwernood aan arrestatie en dook onder.

De familie Van Dam is niet lang in Westerbork geweest. Ze werden al spoedig afgevoerd naar Auschwitz. Bernard van Dam zag nog kans om een briefkaart uit de trein te gooien, toen deze stil stond in Glimmen. Het was een briefkaart voor zijn vrienden Jan en Roelie Janssen. Op de briefkaart stond: ‘Beste Jan en Roelie. We zitten in de trein en gaan heel ver weg. Tot ziens jongens. Groeten van Pa en Moe en de jongens. Bernard.’ De briefkaart is nog jaren lang in bezit geweest van Jan Janssen. Een afdruk van deze briefkaart is  is op de plaquette aangebracht. Eva van Dam en haar zoon Bernard, werden bij aankomst direct om het leven gebracht. Tegen het einde van 1942 stierven ook Izaak van Dam en Siemon van Dam. Martijn van Dam haalde bijna de bevrijding. Hij overleed op 7 februari 1945 in het concentratiekamp Gross-Rosen in Polen.

De namen die op de plaquette zijn vermeld:

Mozes Cohen                                Auschwitz               1942  54 jaar

Sophia Cohen-Meijer                    Auschwitz               1942  48 jaar

Salomon Cohen                             Sobibor                   1943  23 jaar

Gerda Cohen                             Auschwitz                1942  17 jaar

Izaak van Dam                               Auschwitz                1942  49 jaar

Eva van Dam-Nathans                   Auschwitz                 1942  49 jaar

Martijn van Dam                            Gross-Rosen             1945  23 jaar

Siemon van Dam                            Auschwitz                 1942   20 jaar

Bernard van Dam                           Auschwitz                 1942   10 jaar

Jacob van Dam                               Auschwitz                 1942   57 jaar

Anna van Dam-Nathans                 Auschwitz                 1942   43 jaar

Israel Joosten                                  Auschwitz                1942    67 jaar

Eva Joosten-Gans                           Auschwitz                  1942   62 jaar

Martha Joosten                              Auschwitz                   1942  22 jaar

Betje Polak                                     Auschwitz                    1942  29 jaar

De enige overlevende van de Zuidlaarder Joden is Flip Joosten (foto linksonder). Toen de ‘legale’ Zuidlaarder Joden in oktober 1942 allen waren verdwenen, kwamen daar nieuwe, maar nu ‘illegale’ Joden voor in de plaats. Als stuwende krachten achter dit onderduikerswerk moeten Arnold van Weringh, Ten Haaf en de stichtingsarts Jan Speelman worden genoemd. Zij hadden ook zelf Joden in huis. Arnold van Weringh heeft een zestiental Joden uit de Groninger Veenkoloniën gehaald en die ondergebracht bij Zuidlaarders. Alle Joodse onderduikers hebben de oorlog overleefd.

Bronnen: “Joods leven in Zuidlaren“ van Geert C. Hovingh; Het archief van de Gemeente Zuidlaren; “Zuidlaren in oorlogstijd” van dr.T.J.Bumas.

Deze tekst is samengesteld door Herre Steegenga (foto rechtsonder).