Opdat wij niet vergeten

ZUIDLAREN – Herre Steegenga wil niet dat de geleerde lessen van de Tweede Wereldoorlog vergeten worden, hoe moeilijk iedereen het nu ook heeft. Dus heeft hij een reeds artikelen geschreven over de gebeurtenissen in die periode. Deze week het één na laatste stuk, over de pers en persvrijheid tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Zuidlaren.

Het algemeen Nederlands Persbureau (A.N.P.) kwam direct na de inval van de Duitsers onder leiding van het SS-lid Heinrich Hushahn te staan. Hij ontsloeg alle Joodse medewerkers bij het A.N.P. en nam in hun plaats pro-Duitse mensen in dienst. Alle kranten moesten in mei 1940 een verklaring publiceren, waarin ze beloofden loyaal te zijn aan de bezetter. Vanaf dat moment kwamen er dagelijks een reeks instructies bij de dagbladen binnen via de ANP. Zo mocht er geen kritiek meer worden uitgeoefend op Nazi-Duitsland. Er mocht niet geschreven worden over de Jodenvervolging en niet over Amerikaanse kunst, ook mochten de namen van de leden van het koninklijk huis niet genoemd worden. De lijst met instructies is ellenlang, er worden in totaal ongeveer 4000 van die instructies uitgegeven. Er verscheen zelfs een apart boekje waarin de belangrijkste instructies waren afgedrukt, gerangschikt naar onderwerpen. Mussert (de leider van de N.S.B.) had een keer een aanrijding. Prompt kwam de instructie: “Het publiceren van het bericht ‘Auto van Mussert heeft aanrijding’ is verboden”.

Het communistische Volksdagblad deed dit echter niet. De Duitsers verboden het Volksdagblad en andere communistische periodieken onmiddellijk. Daarmee was het Volksdagblad het eerste dagblad dat door de Duitsers verboden werd. Korte tijd daarna werd ook de communistische partij Nederland (C.P.N.) verboden. Eind 1940 gaven de Groningse communisten daarom hun eerste verzetskrant uit, ‘Het Noorderlicht’. Dit had ten gevolge dat talloze communistische drukkers en verspreiders werden gearresteerd. Er verschenen spoedig meer ‘ondergrondse’ blaadjes tegen de Duitse propaganda. Waarvan enkele tot op heden bekende namen zijn, zoals ‘Het Parool’ en ‘Vrij Nederland’. Het schrijven, drukken en verspreiden van deze ondergrondse bladen was levensgevaarlijk. Men zocht soms allerlei geheime werkplaatsen op zolderkamers, in het ketelhuis van een ziekenhuis, tot zelfs in een lege grafkelder. Toch werden al spoedig arrestaties verricht. De Duitsers hadden het masker van vriendelijkheid afgeworpen en in maart 1941 werden 18 Nederlanders doodgeschoten.

De dichter Jan Campert, die later in een concentratiekamp stierf, schreef toen het ontroerende gedicht : De achttien doden

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal de avond zien.

In mei 1941 moesten alle journalisten toetreden tot het nationaal-socialistische geïnspireerde Persgilde. Dit was voor ‘Het Friesch Dagblad’ een reden om te stoppen. Eind 1941 werd vrijwel de gehele protestantse-christelijke pers opgeheven. Maar de illegale pers hield in de somberste uren het geloof in de overwinning levend en zij riep het volk bij ontelbare gelegenheden op, geen gevolg te geven aan Duitse bevelen. Eén van de jongeren die hier bij een grote rol speelde, was Wim Speelman een broer van Jan Speelman, die arts was op Dennenoord. Wim Speelman was de leider van de technische organisatie eerst van ‘Vrij Nederland’ en later van ‘Trouw’. Begin 1945 is hij gevangengenomen in de drukkerij van Paul Bakker in Amsterdam en is bij Halfweg doodgeschoten.

Indien de krant niet overging tot publicatie van propagandamateriaal, zoals verslagen van Duitse overwinnigen, werd de toelevering van papier stopgezet en de uitgave verboden verklaard. Sommige uitgevers gaven toe aan de Duitse onderdrukking, anderen omzeilden dit via allerlei kronkels en brachten het werkelijke nieuws via de illegale weg. De Zuidlaarder Courant, de huidige “Oostermoer” behoorde tot de laatste categorie. De Zuidlaarder Courant en de Vriezer Courant, beide uitgaven van de toemalige firma Hertz en Co gevestigd aan De Millystraat te Zuidlaren, bleven van begin tot het einde van de bezetting verschijnen. Dit ondanks alle problemen, het gevaar, gebrek aan papier en het verschijningsverbod van de Duitsers. De Zuidlaarder Courant is op een zeer moedige wijze overeind gebleven en heeft tegelijkertijd een rol gespeeld in het verzet.

Dit is te danken aan Meint Johannes Hertz, de toemalige eigenaar van de kleine uitgeverij in Zuidlaren. Herz had aan het begin van de Tweede Wereldoorlog een grote partij papier ingeslagen. Hij werd verplicht om mededelingen van de bezetter te publiceren. De meeste van deze berichten werden echter voor ‘kennisgeving’ aangenomen en kwamen dus niet in de krant. Op 30 mei 1942 werd er een verschijningsverbod gelegd op de Zuidlaarder Courant, maar de uitgeverij in Zuidlaren ging gewoon door met de verspreiding van de krant. Nu was extra voorzichtigheid noodzakelijk. De persen achterin de kleine drukkerij konden niet draaien, omdat de stroom was afgesloten. Via het toemalige gemeentehuis, het huidige Huize Lariks aan De Millystraat, werd wekelijks in diep geheim een stroomverbinding gelegd. Uitgever Hertz kreeg op deze manier de gelegenheid om zijn krant te drukken. Op deze manier gleed er iedere week weer een plaatselijke krant van de drukpers. En die krant vond gretig aftrek. De inwoners van Zuidlaren hadden er veel voor over om de ongecensureerde krant wekelijks in de bus te krijgen. Dit ontging de Duitsers niet. Een jaar na het officiële verschijningsverbod ontving de firma Herz een bericht waarin de onmiddellijke stopzetting van de krant werd geëist. Hertz bleef echter doordraaien en gaf zelfs gehoor aan een verzoek om de Drentse editie van de verzetskrant ‘Trouw’ te drukken. Aan de illegale voortzetting van de Oostermoer kwam in april 1944 toch een eind. Na april 1944 kwam de krant onder streng Duits toezicht. Men werd gedwongen een N.S.B. redacteur in dienst te nemen. Deze had als taak de Duitse propaganda in de krant te krijgen. Hieraan was niet te ontkomen. Deze situatie sukkelde door tot april 1945.Op 13 april 1945 werd Zuidlaren bevrijd door de geallieerde troepen.

Bij de bevrijding was de krant ‘De Waarheid’ één van de grootste communistische verzetskranten van Groningen. Maar de prijs die zij betaalden was hoog. Talrijke communisten kwamen om het leven in Duitse concentratiekampen, anderen werden voor het leven getekend. Na de bevrijding bleef erkenning lang uit. Terwijl de communisten één van de eersten waren die in het verzet gingen, behoorden zij en hun nabestaanden tot de laatsten die voor een uitkering van de Stichting 1940-1945 in aanmerking kwamen. De na-oorlogse geschiedenis heeft onder invloed van de ‘Koude Oorlog’ weinig recht gedaan aan de inspanningen van communisten in  het verzet tegen de Nazi’s. Het verhaal van de illegale CPN is een belangrijk onderdeel van onze gemeenschappelijke geschiedenis.


Bron : ‘Verdrukking, Verzet en Victorie’ van M.Goote, ‘Het communistische verzet in Groningen’ van Ruud Weijdeveld, Archiefstukken van de firma Hertz en Co, “De Bezetting” deel 3 van Dr. L. De Jong