tour de france 6tour de france 7tour de france

tour de france 2tour de france 3tour de france 4tour de france 5Een dagje Tour de France

BEL AIR – De Tour de France is dit jaar gestart in Utrecht. De Vriezer Post was bij de Tour, maar niet in Nederland, maar waar hij thuishoort: Frankrijk.

Op camping Longchamp in het Bretonse Saint-Lunaire kijken we nog eens in het tourboekje. Dichtstbijzijnde etappe staat op zaterdag 11 juli geprogrammeerd: Rennes-Mûr de Bretagne. Op de camping heeft ook onze vriend Arno Koudstaal uit Nijverdal wel oren naar de rit. En dus trekken we samen – zijn zoon Kevin is ook mee- op. Doel is de Col du Mont de Bel Air. Een mooiere naam bestaat niet. We voelen ons nu al ‘de prince of Bel Air’. Wat kunnen we verwachten? Een bergje – vergelijkbaar met de Vaalserberg- in niemandsland? Dat is het zeker, maar voor een keer is er leven in de brouwerij op deze col van de vierde categorie in het departement Cote d’Armor. Hoewel pas om 13.30 de reclamekaravaan passeert en de renners zelf volgens het snelste schema 15.30 gaan we voor de zekerheid op tijd op pad. Met Arno als chauffeur. De tomtom doet zijn werk. Nog voor de beklimming staan de eerste campers- behangen met wielertricots en spandoeken- langs de kant. Bij Collinee houdt de bewoonde wereld op en volgt een smaller pad, dat leidt naar de top van de Bel Air. We belanden in een file. We willen ons neerstrijken op een steil stuk. De auto kunnen we parkeren in een van de weilanden. Vlakbij een bult mest, maar dat mag de pret niet drukken. Net als de Fransen (we lijken echt de enige Nederlanders) gaan stoeltjes, kleedjes, koelboxen, enz. mee naar boven. Bij het plaatsnaambordje Trebry stoppen we. Een prima plek, met zicht naar boven en onderen. Het wordt steeds drukker. Dit verbaasde NOS-verslaggever Herbert Dijkstra ook, die dit meldde tijdens de rechtstreekse uitzending: “wat veel volk voor zo’n klein bergje”. Het volk dringt op. Een politieman waakt bij een hek. Maar doet niks als we voor het hek gaan staan. De sfeer is uitgelaten, maar niet zoals de gekte op Alpe d’Huez. Twee meelopers vallen op. Eentje in gifgroene uitdossing en een ander in de Amerikaanse kleuren. Het is warm. Fransen eten (met het onvermijdelijke stokbrood) en drinken uitgebreid en lezen het plaatselijke krantje, de Ouest France, die al vlaggetjes heeft uitgedeeld. Een fotograaf van een andere krant, le Penthièvre, zet ons – in bolletjestrui en gele trui- op de foto. In het aanpalende weiland staat een tent met catering en een wc. Nou ja, je behoefte kun je doen in een bak met stro. Op de top staat een kapel en kun je aanschuiven bij de barbecue. Het is de tijd doden. De pubers vermaken zich met de Nintendo. Tot in de verte de reclamekaravaan opdoemt. En dan breekt de gekte los. Alles wat maar kan bewegen komt voorbij. Enorme autobanden bijvoorbeeld. Of rijdende kippen. Geen Nijntje zoals in Utrecht. Het is plaatselijk. De karavaan gaat in razende vaart omhoog. En dan is het een kwestie van goed opstellen. Kinderen en volwassenen vechten om een zakje snoep of andere Tour-herinnering. De buit is niet slecht. Met name Kevin heeft er een neus voor. Zo vangen we gemakkelijk een wielershirt van autosponsor Skoda. Even later is iedereen gekleed in het groene tricot, voorzien van de tekst ‘fan’. We kunnen de etappe prima volgen. Want er staat voor onze neus een busje die de beschikking heeft over een tv. Dan horen en zien we helikopters in de verte. De spanning stijgt bij het wielervolk. Vier koplopers hebben een voorsprong van een paar minuten op het peloton. Wie het zijn, kunnen we niet meteen achterhalen. Het blijken Sylvain Chavanel (IAM Cycling),Bartosz Huzarski (Bora-Argon 18), Romain Sicard (Europcar) en Pierre-Luc Périchon van Bretagne-Séché Environnement, die dus het eigen publiek nog gekker maakt. Even later dan gepland komen ze eraan en worden de mensen gek van enthousiasme. Mensen maken foto’s. Een man met hoed op en camera met statief wil dat ik een stap opzij doe. Maar dan moet je maar eerder opstaan. Mensen zwaaien met vlaggen, waarvan de Bretonse zwart-witte kleuren in de meerderheid zijn. En daar sta je als groepje Nederlanders. Om op tv te komen moet je opvallen. Dat lukt dus niet met ons in allerijl meegepakte Nederlands vlaggetje met onze namen erop. Een kreet op de weg had ook gekund. ‘Koop Frans vlees’ lezen we. We gooien maar geen olie op het vuur. Binnen enkele minuten is de pret voorbij. De renners bestormen de top van de col du Mont Bel Air. Als makke schapen daalt het volk af. Hier zijn ze voor gekomen. Voor die paar minuten. Sommigen hebben er nog niet genoeg van. Onze campingvriend uit Nijverdal had de hele tijd al zijn oog op een aanwijsbordje (een pijl) van de Tour. Maar de politieman kun je niet omzeilen. We vragen het gewoon. De man vindt het goed. “U mag het proberen”. Nou, met hulp van een verkeersregelaar die zijn mes erin zet lukt het met de nodige moeite. Een vrouw wil het bord ook. Maar we houden de boot af. Wij waren eerst. Het smaakt naar meer. Ons volgende doel is een rotondebord, ook voor eenmalig gebruik. Het mocht toch van de politie?. Maar er zijn meer kapers op de kust. Zoals een camper, die er naast staat geparkeerd. Razendsnel peuteren we het bord uit de hoogte. Op elke hoek (overigens prima organisatie!) staat een agent. Eentje ziet het tafereel maar knijpt een oogje dicht. ‘De Prinsen van Bel Air’ ontpoppen zich als de bordjesjagers. Want onze fanatieke campingvriend Henk de Boer uit Surhuisterveen krijgt er ook eentje. Iedere wielerfan doet gek op zijn eigen manier. Maar wij laten de renners met rust. Oh ja, wie de etappe gewonnen heeft, geen idee. Maar daar ging het ook niet om. Het ging om erbij te zijn. Niet op de Nederlandse berg Alpe d’Huez, Mur van Bretagne (want van die muren zijn er al zoveel), maar de Bel Air. Ergens bij Trebry en Lamballe. Welke Nederlander kan dat zeggen?