VRIES – Aan de Groningerstraat in Vries ligt aan het water het prachtige landgoed Bosch en Vaart. Het landgoed, dat inmiddels in bezit is van Pieter en Greet Battjes, heeft een rijke geschiedenis. In 1881 is Bosch en Vaart gebouwd als zomerhuis en 35 jaar geleden heeft Pieter het hoofdhuis van het landgoed gekocht. Inmiddels bezit Pieter, samen met zijn zus Greet, het gehele terrein. Samen met Pieter dook de Krant van Tynaarlo in de geschiedenis van het landgoed.

In 1881 besloot de heer Hermannus Inden dat hij behoefte had aan een zomerhuis buiten de stad. “In de zomer willen mensen uit de stad opzoek naar rust”, vertelt Pieter. “Rijke families lieten vroeger dan een zomerhuis bouwen in een klein dorpje. De heer Inden was zo’n rijke man. Hij wilde een zomerhuis met een exclusieve omgeving en koos voor de locatie bij het Noord-Willemskanaal (die toen overigens net gegraven was) in Vries. Hij noemde het Villa Anna”. De heer Inden had een groot vermogen en behoorde tot één van de rijkste Groningers in de negentiende eeuw. Voordat hij het landgoed kon laten bouwen, moest hij eerst het stuk grond kopen. Voor acht percelen langs het Noord-Willemskanaal, met een totaal oppervlak van zo’n elf hectare, betaalde Inden vijfduizend gulden. “Op 21 april 1881 werd vervolgens de eerste steen van het huis gelegd”, laat Pieter weten. “Architecten beschrijven de bouw van het huis als een combinatie van eclecticisme en chaletstijl. Villa Anna was een grote, witgepleisterde villa met hoge symmetrische ramen, met een fraai balkon op zuilen aan de kant van het kanaal.” Naast de villa liet Inden een koetshuis bouwen met een grote paardenstalling. Daarnaast kwam er een stookhok, orangerie en een theekoepeltje. Tussen de villa en het kanaal was daarnaast een grote vijver gegraven. Ook het park op het terrein zag er prachtig uit.

“Rond zijn zestigste besloot Inden het echter wat kalmer aan te gaan doen”, vertelt Pieter. “Hij had, samen met zijn vrouw, besloten uit Groningen te vertrokken. In 1893 had het echtpaar Villa Anna proberen te verkopen. Dit lukte toen niet, waarna het echtpaar in 1897 een tweede poging ondernam.” Een verkoop zat er toen echter nog niet in. Pas tien jaar later, op 7 mei 1907, wist de familie Inden de villa te verkopen. De Groninger gedeputeerde Hendrikus Dieters Janneszn was de nieuwe eigenaar van het landgoed. Hij betaalde hier 20.000 gulden voor en verving de naam Villa Anna voor Bosch en Vaart. “Met de naam Bosch en Vaart verwees de nieuwe eigenaar naar het kanaal en het omliggende bos”, legt Pieter uit. “Echter is het grootste gedeelte bos rond de Eerste Wereldoorlog alweer verdwenen.” De heer Dieters wilde zijn gebied uitbreiden met de bouw van een nieuw zomerverblijf, gelegen aan de andere kant van het Noord-Willemskanaal. Echter was dit niet zo’n slimme zet. “Dieters had aan tonnen had geleend om zijn aankopen te kunnen realiseren, maar kon niet meer aan zijn verplichtingen voldoen. In 1909 werd hij failliet verklaard. Bovendien werd hij aangehouden op verdenking van ‘verduistering op grote schaal’, waardoor hij één jaar en drie maanden gevangenisstraf kreeg.

Eind 1909 kon men de onroerende goederen van Dieters in Vries en Assen kopen. Het ging hierbij om meer dan 77 hectare, die verdeeld was in 21 kavels. Bosch en Vaart werd ingezet op slechts 8600 gulden. De nieuwe eigenaar van Bosch en Vaart was de heer Meindert Meindersma. Hij vestigde zich hier in 1910 officieel, waarna hij in 1921 weer vertrok. Siemen Jan Reinders had de kavel overgekocht, waar hij samen met zijn vrouw verbleef. “Toen zijn vrouw in 1924 stierf, wilde ook Reinders hier weer weg”, laat Pieter weten. “In 1928 kreeg Bosch en Vaart wederom een nieuwe eigenaar in de persoon van Herman Tenhoff. Hij voerde tevens de nodige verbouwingen aan de kavel door.” De heer Tenthoff was een aantal keren naar Amerika vertrokken en was dat ook in 1931 nogmaals van plan. Hij besloot Bosch en Vaart daarom te koop te zetten. “In 1933 kon Tenhoff het landgoed verkopen aan Marten Stavast”, legt Pieter uit. “Hiermee kwam een eind aan de vele tussenjaren op Bosch en Vaart. De familie Stavast zou namelijk ruim 35 jaar op het landgoed wonen.”

Stavast woonde jarenlang op Bosch en Vaart met zijn zus. Op een gegeven moment, rond 1967, hoefde het allemaal niet meer van hem. Hij besloot het landgoed in de verkoop te doen. Zelf heeft Stavast de verkoop van zijn Bosch en Vaart niet meer meegemaakt. Hij overleed op 10 april 1968 in het ziekenhuis. “In 1669 werd het landgoed vervolgens gekocht door de schoondochter van Jan Hoogland, de makelaardij bij wie Bosch en Vaart in de verkoop stond”, vertelt Pieter.  “Het grootste deel van de grond werd doorverkocht aan de buren, de familie Meek. Bijna drie jaar later verkochten Dore Mulder, schoondochter van Jan, en Wouter Hoogland het huis aan Hans Heeren. Samen met zijn vrouw Mia woonde Heeren er in totaal dertien jaar.”

Op 31 augustus 1984 kocht de huidige eigenaar, Pieter Battjes (toen dertig jaar oud), Bosch en Vaart over. Acht jaar later nam zijn zus Greet Battjes het koetshuis over. “Het huis was één grote puinhoop toen ik het overkocht”, laat Pieter weten. “Zo stonden er op zolder bijvoorbeeld vele pannen en emmers om het water, dat door lekkage op de grond drupte, op te vangen. Er was minstens vijftien jaar niets aan onderhoud aan het huis gebeurd.” Pieter was er echter van overtuigd om er een mooi huis van te maken. En dat deed hij dan ook. “De eerste jaren stonden vooral in het teken van het onderhoud van het huis”, gaat Pieter verder. “Hierdoor betekende het ook dat Bosch en Vaart nog vrijwel helemaal in het origineel was.” Mede hierdoor werd het landgoed in 1994 een rijksmonument. Naast het ‘hoofdhuis’ kregen ook het koetshuis, de oranjerie, het stookhok en het tuinkoepeltje een eigen monumentnummer. In 1995 begon vervolgens een grote restauratie en verbouw van Bosch en Vaart.

“Ik ben hier destijds heen verhuisd omdat ik heel graag vrij wilde wonen”, vertelt Pieter. “Bovendien was ik heel geïnteresseerd in monumenten. Ik was ook van plan om het te restaureren, zodat je er goed kunt wonen. Voor mij is het ook gewoon een normaal huis. Je raakt eraan gewend. Het is een bepaalde manier van leven, waarbij je ontzettend veel tijd kwijt bent aan zowel het huis zelf als de tuin. Mijn zus en ik doen er alles aan om het landgoed goed te onderhouden. Ik wil hier echt mijn hele leven blijven wonen”. Tegenwoordig wordt het landgoed, naast woonplek van Pieter en Greet, voor diverse doeleinden gebruikt. Zo zijn er regelmatig rondleidingen, doet het landgoed mee aan open monumentendagen en zijn er diverse lezingen. Bovendien hebben broer en zus een stichting opgestart: Stichting Pieter en Greet Battjes tot instandhouding van Landgoed Bosch en Vaart. “Wij willen voorkomen dat Bosch en Vaart weer uit elkaar gaat vallen”, laat Pieter weten. “Als wij er niet meer zijn, moet Bosch en Vaart behouden blijven en in zijn geheel aan de volgende generaties worden doorgegeven. Op deze manier hebben we de toekomst van Bosch en Vaart zeker gesteld.”

Informatie voor dit artikel is verkregen middels Pieter Battjes en het boek: ‘Bosch en Vaart, Schoonheid aan het water’.