‘Hier komen niet alleen vluchtelingenkinderen van het asielzoekerscentrum’

EELDE – Onlangs stond het paginagroot in de New York Times, maar hier in de regio is er weinig over bekend. De taalklas van Obs de Veenvlinder in Eelde. In het nostalgische schoolgebouw aan de Esweg wordt lesgegeven aan anderstalige kinderen. “Wij geven niet alleen les aan kinderen uit oorlogsgebieden, maar ook aan kinderen van wie de ouders hier naartoe verhuizen voor het werk.
In principe hebben we de hele wereld zo’n beetje wel in de klas gehad”, vertelt leerkracht Rosan Zeilstra enthousiast. “Ik heb het gevoel dat veel mensen denken dat we alleen kinderen van vluchtelingen lesgeven, maar dat is niet het geval”, vult collega Gonny Bijl aan.

De taalklas is onderdeel van Stichting Baasis en is ontstaan doordat er steeds meer families met veel kinderen uit het buitenland in het dorp kwamen wonen. “We zijn begonnen binnen onze eigen school met twaalf kinderen, die we apart van de rest les gaven. Op een gegeven moment waren er zoveel aanmeldingen dat we hebben besloten een taalklas op te richten”, licht Zeilstra toe. In de taalklas gaat het er heel anders aan toe dan op het regulier onderwijs. Een leerling zit gemiddeld veertig tot zestig weken in een taalklas. In deze periode wordt de leerling in rap tempo klaargestoomd voor het reguliere onderwijs. “Wij werken met een individuele leerlijn. Daarbij staan een aantal doelen centraal. Als deze doelen door de leerling zijn behaald, dan zijn ze klaar om lessen te gaan volgen in het reguliere onderwijs en dan sturen we ze de wijde wereld in”, legt Bijl uit. Na uitstroming houden de leerkrachten van de taalklas soms nog contact met hun leerlingen. Bijl kreeg onlangs nog een bericht van een Afghaanse jongen die ze in de taalklas heeft gehad: “Een aantal jaren geleden had ik hem in de klas en uitzetting hing de familie boven het hoofd. Hij appte me dat ze nu een woning toegewezen hebben gekregen in Borger. Dat is toch supermooi?” 

De taalklas geeft les aan kinderen van 6 tot en met 13 jaar, dus van groep 3 tot en met groep 8. “Alle kinderen die bij ons in de klas komen hebben een bepaald niveau. Sommige kinderen zijn wegens oorlogssituaties nog nooit naar school geweest of hebben in bepaalde periodes scholing gehad. Het is echter duidelijk dat alle kinderen in de taalklas een inhaalslag moeten maken. Het mooie aan de leerlingen van de taalklas is dat klasgenootjes begrip hebben voor elkaars achterstanden en elkaar daarmee willen helpen. De kinderen accepteren dit van elkaar, omdat ze vaak in hetzelfde schuitje zitten”, verklaart Bijl.

Zeilstra apprecieert de vrijheid die ze heeft met haar werk in de taalklas: “Het is echt pionierswerk. We hebben in het begin veel moeten uitzoeken, maar dat maakt het juist leuk. Dat pionieren doen we iedere dag, want ieder kind is anders en verdient onderwijs op maat. Bovendien zitten we, in tegenstelling tot regulier basisonderwijs, niet vast aan één methode, maar kunnen we uit verschillende methoden putten.” De leerkrachten van de taalklas staan dicht bij de kinderen en zijn voor hen vaak een vertrouwenspersoon en een steunfiguur. Er is ook veel contact met de ouders. Zo worden er koffie-ochtenden voor de ouders verzorgd en is een huisbezoek bij de leerling voor de leerkrachten vanzelfsprekend. “Wij weten erg veel van onze kinderen. Door het huisbezoek hebben we inzicht in de thuissituatie en maak je als leerkracht écht kennis met de cultuur van je leerling”, zegt Bijl.

Er is daarnaast veel aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind. Zo geven de leerkrachten traumasensitief les. De taalklas van Eelde is een pilotklas van het programma Team-up dat opgezet is door Warchild. Team-up is een sport- en spelprogramma wat ervoor zorgt dat de veerkracht van kinderen wordt versterkt, zodat ze beter om kunnen gaan met stressfactoren als angst en boosheid. Met dit programma is de Taalklas van Eelde onlangs zelfs uitgelicht in de New York Times. 

 “De leerlingen zijn iedere dag zo blij om je te zien en ze zijn zeer gemotiveerd om te leren. Daarbij tonen de kinderen oprecht interesse in elkaar en leren ook wij als leerkrachten van leefwijzen over de hele wereld. Het werk is zo divers en juist dat maakt het leuk, dus we hopen nog lang hiermee door te mogen gaan”, besluiten de leerkrachten eensgezind.