Opdat wij niet vergeten

ZUIDLAREN – In de Laarkerk en de Meent in Zuidlaren zou woensdagochtend 16 december 2020 de tentoonstelling ‘Opdat wij niet vergeten’ van Herre Steegenga, geopend worden. Een tentoonstelling ter ere van 75 jaar bevrijding. De 75 jaar bevrijding die ook al niet goed gevierd kon worden afgelopen jaar. Omdat deze tentoonstelling door de lockdown niet te bezichtigen is, viel de afspraak met Steegenga om wekelijks tot het einde van de lockdown gedeeltes van zijn tentoonstelling in de Krant van Tynaarlo te bespreken. De lockdown is net weer met drie weken verlengd,  dus met veel plezier gaan we verder met de reeks verhalen van Steegenga. Deze week het onderwerp ‘Dennenoord als broeinest van verzet ten tijde van de Tweede Wereldoorlog’.

In het najaar van 1941 werd het Noorder Sanatorium in beslag genomen ten behoeve van het Duitse leger. Eerder geschreven werd er een militaire post en opleidingscentrum gevestigd. Tijdens WO II werd Dennenoord een belangrijke plek voor de Duitsers, maar het werd ook zeer belangrijk voor het verzet. Datzelfde jaar 1941 nam verpleger Taeke de Jong namelijk het initiatief voor de vorming van een Orde Dienst (verzet) voor Dennenoord en Zuidlaren. Hij betrok daarbij Willem M. ten Haaf, hoofd van de smederij en de smidsknecht Arnold van Weringh. Samen met anderen formeerden ze een groep van 40 personen.  Onder het oog van de Duitsers groeide Dennenoord uit tot een broeinest van verzet. Dat kon omdat het een bebost en omheind terrein was. De bossen en gebouwen waren goede plekken om mensen, bonnen en gestolen goederen te verstoppen. Het was ook mogelijk omdat de Duitsers angst hadden voor de patiënten op Dennenoord en de ziektes die zij mogelijk met zich meedroegen zoals schurft, difterie en tbc. Zo vonden onderduikers van buiten soms plek tussen de patiënten. Ook had het verzet veel steun uit het dorp en de omgeving omdat de medewerkers een christelijke achtergrond hadden. Waar mogelijk werd door hen een bijdrage geleverd aan het verzet.  

Maar de meeste mensen vonden een schuilplek bij  het echtpaar Ten Haaf met hun gezin van elf kinderen en de wasserij. In juli 1942 was het Taeke de Jong, die in overleg met de burgemeester Rouwkema en Ten Haaf, de Zuidlaarder Joden Van Dam en Cohen probeerde te overreden om hun kinderen te laten onderduiken. Ten Haaf had een mooie schuilplaats. Afgesproken was dat de familie Ten Haaf en Van Weringh, die tegenover elkaar woonden op Dennenoord, beurtelings voor de voeding en dergelijke zouden zorgen. Deze 3 kinderen hebben het maar kort volgehouden in de schuilplaats. Tien dagen later zag De Jong, tot zijn grote woede en schrik, de kinderen weer in het dorp lopen. Ze konden het niet volhouden in de schuilplaats. Het gevolg was dat op 17 augustus 1942 de heer Ten Haaf werd gearresteerd. Hij werd naar Het Scholtenhuis in Groningen gebracht. Het Scholtenhuis werd in die tijd het voorportaal van de hel genoemd. De SS’er Robert Lehnhoff had het daar voor het zeggen en iedereen die in  zijn handen viel, was niet zeker van zijn leven. Ten Haaf is daar ook geslagen, hij kreeg rake klappen en de verwondingen die hij opliep, werden niet verzorgd. Hij hield er een scheef bovenlichaam aan over. Hij moet in die tijd veel pijn hebben geleden. Eind oktober werd Ten haaf naar “Het Oranjehotel” een beruchte gevangenis in Scheveningen gebracht. In het Oranjehotel zaten vaak mensen die gefusilleerd werden op de nabij gelegen ‘Waalsdorpervlakte’. Gelukkig is Ten Haaf hieruit bevrijd. Tot het einde van de oorlog heeft hij moeten leven onder de schuilnaam Klaas Kroodsma en kon niet terug naar zijn oude leven, hij sliep vaak in het tbc-verblijf in paviljoen 3 tussen 1942-1945.

Taeke de Jong wist nog net op tijd te ontkomen van Dennenoord. Hij dook onder bij verzetsman Simon Schoon in Vries.  Daarna wisselde hij verscheidene keren van onderduikadres. Soms sliep hij dicht bij huis in het geitenhok van de familie H. Korte. Eind 1943 werd hij alsnog gearresteerd en kwam in Port Natal terecht, het voorportaal van het concentratiekamp Vught. Hij wist echter uit Port Natal te ontvluchten en heeft de oorlog overleefd. Burgemeester Roukema is ook gearresteerd en naar de gevangenis in Assen gebracht. Bij de overval op deze gevangenis door de L.K.P. Noord Drenthe (verzet), onder leiding van Kees Veldman op 11 december 1944, werd hij bevrijd. Ook Arnold van Weringh sliep bijna nooit meer thuis, maar in de paviljoens 4 of 15, niet zo ver van zijn huis. Hij nam de leiding van het verzet over toen ten Haaf was opgepakt en de Jong ondergedoken was . Arnold van Weringh heeft zestien Joden uit de Groninger veenkolonie “gesmokkeld” en deze ondergebracht bij mensen in Zuidlaren. In de meeste huizen waren schuilplaatsen ingericht , waar men kon wegkruipen als er een razzia werd gehouden. Men was daarbij erg vindingrijk en allerlei loze ruimten werden benut, zoals vlieringen, ruimten achter kasten tegen een schuin dak of in kelders achter een schot. Niet alleen voor de gezinnen was dit een enorme belasting, bijvoorbeeld voor de kinderen die absoluut moesten zwijgen over de gast, maar ook voor de onderduikers zelf. Maanden of zelfs jarenlang moesten ze leven in een kleine ruimte, met vaak nauwelijks de mogelijkheid om een frisse neus te halen, naar de kapper te gaan of kleren te kopen en dat gaf nog wel eens spanning. Het was zaak om uitermate voorzichtig te zijn. Werd men verraden, dan werd niet alleen de onderduiker, maar ook het gezinshoofd en zelfs andere volwassen in het gezin opgepakt met een kans op ‘de kogel’ of het concentratiekamp. Het was niet alleen oppassen voor verraders maar ook voor goede vaderlanders. Er werd in de oorlog veel gekletst en geruchten konden gemakkelijk bij “foute” dorpsgenoten komen. Gelukkig hebben alle zestien ondergedoken Joden van de Groninger veenkoloniën het overleefd.

In maart 1945 moest het terrein van Dennenoord op last van de Duitsers worden ontruimd. Alle patiënten moesten verwijderd worden van het complex zodat de Duitsers ruimte hadden voor militaire oefeningen. Dat moment wordt de ‘Helletocht’ genoemd. De 528 patiënten van Dennenoord werden naar Franeker getransporteerd. En getransporteerd is niet zoals dat tegenwoordig zou gebeuren, er waren geen fijne vervoersmiddelen beschikbaar voor de patiënten. Dat moment wordt ‘de Helletocht’ genoemd omdat het twee dagen duurde en er 56 patiënten overleden onder barre omstandigheden. Op het Lentis-terrein staat een monument ter nagedachtenis aan deze slachtoffers. Er is veel over terug te lezen en zien op de tentoonstelling van Steegenga.

Na de oorlog kreeg Ten Haaf niet de eer die de rest van de verzetsmensen van Dennenoord wel kregen. Ten Haaf werd na de oorlog namelijk verweten enkele tonnen verstopt ijzerwerk verhandeld te hebben aan Duitsers. IJzer en koper was destijds namelijk zeer gewild door de Duitsers. Het verzet heeft daarom tonnen ijzer en koper verstopt in de grond tijdens de Tweede Wereldoorlog zodat de Duitsers het niet in handen kregen. Na de oorlog ging men het weer opgraven, maar één plek kon men niet meer terug vinden. Dit kwam omdat de tekening van de plek niet meer bij de directie lag, waar het was achtergelaten door Ten Haaf. Er is nooit bewezen dat Ten Haaf schuldig was, toch is hij destijds daardoor zijn baan verloren en uiteindelijk met zijn hele gezin geëmigreerd naar Nieuw-Zeeland. Pas in 2007, toen Ten Haaf niet meer leefde, werd het ijzer en koper teruggevonden bij graafwerkzaamheden voor de huidige wasserij op het terrein van Dennenoord. Op de plek achter het huis waar de familie Ten Haaf gewoond had. Inmiddels is er een boek geschreven over het verhaal van de familie Ten Haaf, genaamd ‘Onderduiken in een broeinest van verzet’, om de naam Ten Haaf in ere te herstellen. Het boek is geschreven en samengesteld door Goff F. Miedema.  Ook de dochter van Ten Haaf, Adriana Maria de Reus-ten Haaf, heeft een boek geschreven over wat zij als klein meisje op het terrein van Dennenoord heeft meegemaakt, genaamd ‘Twilight Ramblings’.

Overige bronnen: ‘Zuidlaren in oorlogstijd’ van Dr. T.J.Buma, ‘Een aantal gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog’ van Bote de Jong, ‘Onderduiken in een broeinest van Verzet’ door Goff F. Miedema