‘Mi lobi sranan’ oftewel Ik hou van Suriname

VRIES /PARAMARIBO – Dore Mulder heeft zich in deze krant wel eens ‘Surinaamse Drent’ genoemd. En niet zomaar. Zij heeft Surinaams ‘bloed’. De al jaren in Vries woonachtige Dore Mulder ging onlangs met haar partner Raimona terug naar het land waar ze haar schooljeugd heeft doorgebracht. Ze is alweer een maand thuis, maar eenmaal weer beginnen over Suriname, komen de emoties weer los.

"Het was een bijzondere reis. Een weerzien van meer dan zestig jaar. Ik ben nog net in Nederland geboren; toen ik drie maanden was woonde ik al in Suriname. Op 11-jarige leeftijd ging ik terug naar Nederland. Mijn vader was dominee in Paramaribo, de hoofdstad. Ik bracht mijn lagere schooltijd door in de koloniale tijd. Als kind merkte je daar weinig van. Mijn klasgenoten waren van verschillende afkomst: Chinezen, Creolen, Javanen en Hindoes. Ik herinner me alles nog van mijn jeugd. Ik had geweldige ouders. We woonden in Paramaribo, de enige echte stad van het land. Bijna alle woningen en scholen waren -en zijn nog steeds- van hout gemaakt. Er staat zelfs de enige houten kathedraal van Zuid-Amerika. En die kerk is ook met hout versierd. Er is niks veranderd. De juf die nu op de school les geeft sprak zelfs net als de juf van vroeger. Je kreeg een goede, strenge opleiding. Heel apart was dat we de Nederlandse topografie leerden. Het rijtje ‘Hoogezand-Sappemeer’, enz. in plaats van Surinaamse plaatsnamen. We hadden geen idee waar Hoogezand-Sappemeer lag!. En dat Friezen Limburgers niet kunnen verstaan. De hoofdtaal was Nederlands, maar doordat je ook te maken had met de gemengde bevolking, die Nederlands een moeilijke taal vonden, is er gezamenlijk een eigen taal ontwikkeld: ‘Sranantongo’. Het is een mix van Nederlands, Frans, negertaal en zelfbedachte woorden. Ik ken het nog. ‘Mi lobi sranan’ betekent ‘Ik hou van Suriname’". Omdat op scholen nog altijd les wordt gegeven in het Nederlands spreekt iedereen ook deze taal. "

"Suriname is geen achterlijk land. Over politiek wordt nauwelijks gesproken. Het gaat goed met het land. Althans dat vindt de jeugd, die werk heeft. De oudere generatie heeft er meer moeite mee, vanwege de moordpartijen van Bouterse. Maar er is momenteel rust in het land. Suriname was een rijk land, vanwege de honderden plantages voor producten als bananen, koffie en cacao. Er zijn nog maar een paar plantages over. Het land is echter zo vruchtbaar, je hoeft maar een stok in de grond te prikken en er begint iets te groeien. Suriname heeft alles: bauxiet, goud, olie, enz.. Maar het land is in diskrediet gebracht. Bauxiet werd in de oorlog in vliegtuigen voor Amerika verwerkt. Duitsers kwamen in Suriname overigens in concentratiekampen, want dat waren de vijanden. Toerisme is momenteel een belangrijke bron van inkomsten".

ouderlijk huis

"Het huis waarin we woonden- ook van hout- staat er nog". Dore toont een kaart, waarop straten staan als Kerkplein, Heerenstraat en Knuffelsgracht. "We zijn nog in het ouderlijk huis geweest. Veel mensen hadden personeel:. kindermeisje, kookster, wasvrouw, enz. Mijn moeder had alle tijd voor ons. Er was slechts een weg geplaveid. Op zondag ging je van de ene naar de andere kant fietsen, dat was een zondagsuitje. Toen er later bussen kwamen gingen de mensen op zondag ‘bussen’ ( tegenwoordig stikt het van de auto’s). Fietsen is te gevaarlijk. Je ziet alleen Hollanders fietsen, met een rood hoofd van de zon. Er zijn wel nieuwe wijken bij gebouwd. En de koloniale huizen zijn opgeknapt. De straat van toen is nog net zo. Alleen heb je niet meer van die weelderige bomen. Als het heet was holde je naar die bomen, met zoveel schaduw. Toen wij er onlangs waren was het heerlijk weer, 27 graden. Men praat daar nooit over het weer. We hadden ook te maken met een stortbui die een half uur duurde. Niemand klaagt. Daarna brak de zon weer door. Je hebt hier veel Nederlandse jongeren, meisjes vooral, die in Suriname stage lopen. Wij ontmoetten ook enkele Nederlanders. Jullie komen net op tijd, zeiden ze. Het heeft gisteren de hele dag geregend. Nederlanders praten altijd over het weer. Dat is ook wel enigszins te begrijpen. In Suriname schijnt altijd de zon. Voor het overige: Wij Nederlanders zijn vaak gelukkig als we veel materie hebben. Surinamers zijn niet zo materialistisch ingesteld. Ze doen alles samen. Het zijn ook vrolijke mensen en vriendelijk. Wat dat betreft ben ik een halve Surinamer. Maar het zit ook in mijn karakter. De huizen- van hout en dat scheelt- zijn goedkoop in Suriname. We troffen een gids die heel veel geld heeft verdiend in Nederland en drie huizen gekocht heeft in Suriname. Speciaal voor vrouwen van 50 plus is er elke donderdagavond dansen. Omdat ik daarvan houd werd ik ook uitgenodigd. Geweldig. Op Zuid-Amerikaanse muziek, de dames in trance. Als enige ‘bakra’ (blanke) was het toch speciaal, omdat ik ook de enige was met grijs haar!. Wat bleek, oudere mensen verven hun haar want grijs wordt geassocieerd met armoede. Er werd mij wel eens gevraagd, waarom ga je er niet wonen? Maar ik heb in Vries mijn werk en vrienden". Maar toch proef je enige twijfel als ze zegt "ik blijf een Surinaamse Drent, dus wie weet…"
doremulder

doremulder2