Lenteweer en quarantainetijd zorgt voor stormloop bij kwekers

EELDE – Het is voor het gros van de Eeldenaren een hard gelag dat het volledige Bloemencorso voor het eerst in de geschiedenis geen doorgang kan vinden. Het zogenoemde ‘Bloemendorp’ zonder bloemencorso. Voor de Krant van Tynaarlo een reden om eens te kijken hoe het ervoor staat met het Bloemendorp. We maken een rondje langs de plaatselijke kwekers. En wat blijkt? De bloemendorpelingen laten zich gelden. Gesteund door het prachtige weer van de afgelopen week, werken de kwekers zich een slag in de rondte om hun klanten te voorzien van de benodigde fleurigheden.   

Als eerste spreken we kweker Ben Kamps aan de Hoofdweg. Hij geeft aan het megadruk te hebben: “Mensen vinden het toch fijner om in de buitenlucht rustig hun bloemen en planten uit te zoeken, denk ik. Daarom gaan ze niet naar de grote jongens, omdat ze zich daar in de winkel toch in de drukte bevinden.” Om de coronamaatregelen bij de mensen op het hart te drukken, heeft hij een groot whiteboard geplaatst met de tekst ‘Houd 1,5 meter afstand!’. Hij vertelt dat hij weinig met het bloemencorso te maken heeft, maar dat hij een andere oeroude traditie van Eelde eigenlijk weer een beetje wil gaan oppakken en dan heeft de kweker het over de Lichtweek: “Wij kwamen vroeger speciaal naar Eelde toe voor de lichtweek. Dat was prachtig en de mensen zorgden ervoor dat hun tuintje er die week picobello uit zag. Het is jammer dat dat er niet meer is.” Eelde is volgens de kweker echter altijd een Bloemendorp geweest en dat zal het met de terugkeer van de Lichtweek alleen maar worden versterkt.

We rijden de Esweg op en raken daar in gesprek met Jan Hommes, die net de krant aan het lezen is. Hij merkt niet heel veel van de coronacrisis, zijn klandizie is op peil en hij heeft het drukker dan normaal in deze periode van het jaar. “Ik merk wel dat klanten doelbewuster binnen komen. Ze komen voor iets specifieks, dat halen ze en vervolgens gaan ze weer weg. Daar waar ze normaal nog wel even een rondje in de kas maken”, vertelt hij. Ouderen ziet hij in deze periode echter helemaal niet. Dat komt ongetwijfeld door het hele gebeuren rondom het coronavirus, denkt de kweker die met een plakkaat aan de kas zijn klanten wijst op de afstandsmaatregel van 1,5 meter. “Onbewust ben je er toch meer mee bezig dan je zou willen. Je wilt het ook zo goed mogelijk organiseren voor je klanten.” Hommes is zijn kwekerij jaren geleden gestart omdat hij gefascineerd is door het proces. Zodra we de kas inlopen vertelt hij in geuren en kleuren over zijn passie: “Iets helemaal tot leven laten komen en uiteindelijk zien vormen tot een mooie bloem, dat vind ik prachtig.”

We rijden daarop door naar Gerrit en Anke Bazuin. Kwekerij Bazuin bestaat al meer dan 100 jaar en we komen precies op tijd. Het stel staat namelijk net op het punt om thee te gaan drinken. Onder het genot van een lentezonnetje en een versgezet kopje thee steekt Gerrit af: “We hebben het ontiegelijk druk. Onze afzet loopt gewoon, ondanks de coronacrisis. We missen alleen de voorjaarsmarkten als ‘Kom in de Kas’ en de plantenmarkt van de Hortus.” Bij aankomst staat echter een bordje met de mededeling dat de verkoopafdeling dicht is. Hoe dat zit, legt Anke uit: “We willen het risico mijden. We kunnen het niet riskeren om ziek te worden.” Het stel heeft heel veel met het Bloemencorso en baalt van de afgelasting, maar Gerrit maakt daarbij wel een kanttekening: “Als ondernemer en liefhebber van het Bloemencorso vind ik het een wijs besluit. Ik sta erachter, maar het is een evenement die je niet graag wilt missen in het dorp. Het geeft toch een wrange smaak, ondanks dat het een juist besluit is.” Hij noemt het coronavirus een ‘echte sluipmoordenaar’. Daarom gaat de familie Bazuin zo min mogelijk het dorp in, doen ze zoveel mogelijk telefonisch en hebben ze bijvoorbeeld nog geen vakantiepersoneel aangenomen. Er staat wel iets anders op de planning, zegt Anke: “Onze verkoopafdeling gaat vrijdag 17 april weer open. We hopen dat iedereen respect voor elkaar op kan brengen en de maatregelen worden opgevolgd.”

Het blijkt lastiger om Willem Rutgers van het gelijknamige tuincentrum te pakken te krijgen. Als we het bijna honderdjarige tuincentrum in Paterswolde bezoeken, is Willem niet aanwezig. “Het wordt sowieso lastig, want hij heeft het ontzettend druk”, geeft één van zijn werknemers aan. Op een ander moment lukt het hem ook niet. Gelukkig staat de techniek tegenwoordig voor niets en spreken we via Whatsapp een telefoonmoment af. Dinsdagochtend vlak voor de deadline van de Krant van Tynaarlo, spreken we met Willem. Hij beaamt het verhaal van zijn medewerker: “Ik heb het hartstikke druk met bestellingen ophalen en bezorgen. Als kweker zit je in ongewisse. Zet je de kas vol of niet? Ik heb besloten om het niet vol te zetten, want stel je moet wel dicht, dan zit je met een berg handel dat wel betaald moet worden. Ik ben niet van plan om achteraan in de rij van faillissementen te sluiten.” Bij het tuincentrum in Paterswolde worden klanten verzocht om een karretje te gebruiken en wordt erop gewezen dat men rekenschap met elkaar moet houden. Ondanks de drukte kan er niet meer gesproken worden van Bloemendorp Eelde vindt Rutgers: “Nee, dat vind ik niet. Ik vind het hartstikke jammer hoor, maar overal is tegenwoordig gras gezaaid. Als je daarentegen in Haren komt dan is het één bloeiend gebeuren. De gemeente heeft helaas onze kenmerkende bloemperken wegbezuinigd.”

Als we vervolgens het terrein van de Florahof oprijden, staat een medewerker met een tuinslang de bloemetjes te besproeien. Geen overbodige luxe met de temperaturen van vandaag. Als we vragen naar meneer Van Kammen, worden we verwezen naar één van de twee grote kassen. In de tweede kas die we bezoeken, staat hij achter de kassa. De telefoon rinkelt aaneen en de klanten komen en gaan. “Of ik last heb van de coronacrisis? Ja, ik heb het veel te druk”, vertelt Van Kammen. Zo goed en zo kwaad als dat gaat, probeert hij de klanten te wijzen op de 1,5 meter afstand. “We moeten deze tijd even uitzitten, want je kunt er zo weinig aan doen. Het is voor de handel wel goed, want waar we normaal in deze periode bakken viooltjes verkopen, gaan er nu tafels vol over de toonbank”, laat de voorman weten. Een topdrukte als dit in deze periode van het jaar heeft hij nog niet eerder meegemaakt: “Men wordt door de vrouw des huizes de tuin ingestuurd. We merken de echte drukte sinds bekend werd dat mensen zoveel mogelijk thuis moeten werken.”

Al met al kan de conclusie getrokken worden dat de Eeldenaren nog steeds groene vingers hebben. Eelde hoort bij bloemen en bloemen horen bij Eelde. Ondanks de gemeentelijke bezuinigingen op de bloemperken, zorgen de dorpelingen ervoor dat het bloemendorp in volle bloei is.