OBS ANLOO – een kleine school met grootse impact

ANLOO – Ruud Mulder, directeur van de Openbare Basisschool Anloo, Kariann Miedema-Otter Intern Begeleider en leerkracht van groep één tot drie en Els Zaalberg, gepensioneerd biologie docente en coördinator van het project ‘Samen Leren’ vertellen gepassioneerd over hoe het project ‘Samen Leren’ is ontstaan en hoe dit project hun kleine dorpsschool heeft gered

De entree van de school is idyllisch, midden in het dorp, tegenover de Magnuskerk en beschikt over een fantastisch groot speelveld met een eigen bos. In het midden van het schoolgebouw zelf is een complete bibliotheek te vinden. “Het is een boekencollectie waar menig grote school jaloers op kan zijn. We zijn een ‘Debos’ school, dat staat voor bibliotheek op school en het houdt in dat we een grote vaste collectie leesboeken voor kinderen hebben, maar ook een grote wisselende boekencollectie”, zegt Kariann trots. “Het wordt mogelijk gemaakt door Biblionet Drenthe, daardoor maken onze kinderen bijvoorbeeld jaarlijks deel uit van de Drentse Kinderboekenjury”, voegt Ruud toe. Er wordt erg veel waarde gehecht aan het goed kunnen lezen op deze school. “Daarom doen wij aan horizontaal lezen, dat wil zeggen dat we dagelijks met alle groepen tegelijk twintig minuten tot een half uur lezen. Dat doen wij samen met veel ouders en vrijwilligers. Dat maakt onze school wel uniek denk ik. Want overal wordt wel een extern iemand ingevlogen, maar niet op deze schaal”, vertelt Kariann. “Zo was er een leerling die echt helemaal niets had met lezen, voor mij was het dan een uitdaging om hem wel aan het lezen te krijgen. Dan praatte ik met zijn ouders over wat hij leuk vond en met de juf. Uiteindelijk vond ik boeken met thema’s die hij leuk vond en nu leest hij heel goed, missie geslaagd!”, aldus de enthousiaste vrijwilliger Elsje.

Samen Leren

De betrokkenheid van vrijwilliger Elsje, en met haar vele anderen, heeft te maken met het project ‘Samen Leren’. Het project is gestart op het moment dat er dreigde geen nieuwe instroom aan leerlingen te komen op de school. “We zijn gaan nadenken over hoe we ons beter kunnen profileren, wat zijn onze sterke kanten en hoe maken we dat duidelijk? Op dat moment was het namelijk helemaal niet hip om een kleine school te zijn”, vertelt Ruud. “Wij wilden dat de school het midden van het dorp zou worden. Maar dat konden we alleen waarmaken als het schoolteam erachter stond en de mensen uit het dorp”.

Zo ontstond er een werkgroep, bestaande uit mensen van het schoolteam, en van mensen uit de dorpen Anloo, Gasteren en Anderen. Er zitten namelijk ook kinderen uit de omliggende dorpen op de school. “Voor corona kwamen we eens in de zes weken samen met de werkgroep. Het ging over de school, ontwikkelingen, activiteiten en hoe zij ons daarin konden ondersteunen”. “Op die manier hebben wij vele naschoolse activiteiten kunnen ontwikkelen. Opa’s die bijvoorbeeld timmerles geven of kinderen leren schaken en ik zelf doe biologie, scheikunde en natuurkunde proefjes met de kinderen. We hebben een complete moestuin achter en koken van de producten samen met de kinderen” vertelt Elsje enthousiast. “Ik kom zelf uit het onderwijs, maar het is wonderbaarlijk hoeveel ruimte de leerkrachten mij hebben gegeven om de leerlingen individueel te mogen ondersteunen.” De drie zijn het met elkaar eens dat dit project absoluut hetgeen was wat de school nodig was, want het leerlingenaantal groeit harder dan verwacht. En inmiddels blijkt het zelfs een landelijke trend dat mensen meer de voordelen gaan inzien van kleine scholen die samenwerken met een gemeenschap.

Het ‘lege’ lokaal

De school heeft overigens maar vier klaslokalen, maar wel erg bijzondere. Elk klaslokaal heeft een extra verdieping in het lokaal. Er is veel ruimte voor de kinderen, met ruimte voor allerlei knusse hoekjes en knutselwerkjes. “Wij hebben kinderen van groep één tot groep acht, alleen hebben wij maar veertig leerlingen. Daardoor zitten groepen samen in een lokaal”, licht Ruud toe. Dan is er het zogenaamde ‘lege’ lokaal, die alles behalve leeg blijkt. Dit lokaal is voor het ‘Samen Leren’. Naaimachines staan netjes opgeborgen, potten en pannen, schaakborden. Ondertussen lopen er kinderen rond met zaadjes en potjes om ze in te planten, op het balkon is iets van een keyboard te zien. Het is duidelijk een plek waar van alles gebeurt na schooltijd. “Kijk daarboven staat ook een hele verkleeddoos en instrumenten, die worden nu minder gebruikt omdat we daar geen vrijwilligers meer voor hebben. Stel dat iemand zich geroepen voelt als drama of muziek vrijwilliger, dan mogen ze zich bij ons melden”, zegt Elsje.

Elke nadeel heeft zijn voordeel

Tijdens de pandemie heeft ook deze school van alles beleefd. Zo was er een corona-uitbraak net twee weken voor Kerst en was niet iedereen het eens met het aantal online lesuren voor de kinderen, het dagelijkse lezen of de hoeveelheid aan leerstof. “Achteraf bezien zou je misschien andere keuzes hebben gemaakt, maar dat is met kennis van nu. Toen dachten we dat het zou overvliegen binnen een paar weken”, legt Kariann uit. Dan valt de directeur in de rede: “Ik heb zo ontzettend veel waardering gekregen voor mijn team afgelopen jaar. De docenten hadden te maken met online lessen voor drie verschillende groepen en allerlei individuele begeleiding. Ze waren onvermoeibaar bezig.” Kariann: “Wat overigens heel positief is te noemen, is de bewustwording over en weer tussen ouders en docenten. Wanneer er bijvoorbeeld een online groepsles startte, dan was er een leerling die zijn boek was vergeten, de andere die bleef doorpraten, de derde was uit beeld. Zo kregen ouders mee waar wij als docenten dagelijks mee te maken hadden, maar ook hoe hun kinderen zich gedroegen in de les. En wij kregen als docenten de hele thuis situatie ineens mee. Zo is er een veel completer beeld voor alle partijen en is er over en weer veel meer begrip”, legt Kariann uit. Elsje vond het de afgelopen tijd maar saai. “ We konden veel minder helpen. Na de zomervakantie heb ik gewoon het risico genomen en heb ik alsnog vrijwillig op veilige afstand op school geholpen. Maar toen de aantallen van coronabesmettingen erger werden, besloot ik ook om toch thuis te blijven.”

Inmiddels zijn de lessen weer begonnen als vanouds, behalve dan dat de groepen niet mogen mixen en dat de vele vrijwilligers de school niet mogen betreden. Dat wordt door alle drie als een groot gemis ervaren. Door de maatregelen komt het af en toe ook voor dat er maar drie kinderen in een klas aanwezig zijn. “Dan houden de ouders de kinderen liever thuis, dan ze te laten testen. En dat is best een rare situatie, maar het is niet anders, we moeten ons aan de maatregelen houden”, aldus Kariann. Wat overigens een grote hit is gebleken tijdens en na de lockdown, is mindfullness. Dat krijgen de kinderen in groep zeven en acht. “Gisteren liep ik langs het lokaal en toen leek het leeg. Maar wat bleek? Ze zaten allemaal in kleermakerszit op de vloer, handen boven hun hoofd en het was doodstil. Hun juf vertelde na die tijd dat de kinderen hadden aangegeven daar behoefte aan te hebben. Dus dan doen ze dat”, vertelt Ruud lachend. Wat alle drie absoluut genoemd willen hebben:  “Er is een traditie van honderden jaren oud, dat elke dag om 12 uur de kinderen van de bovenbouw de klok van de Magnuskerk luiden, waar heb je dat nog?”