GRONINGEN – FC Groningen kende vorig jaar een dramatisch einde van het seizoen met zeven verliespartijen op rij. Inmiddels zijn er opnieuw zeven wedstrijden gespeeld waarvan de verbleekte Trots van het Noorden er twee won. Tegen de Go Ahead Eagles en tegen Cambuur Leeuwarden. Er werd tweemaal gelijkgespeeld en drie keer was er een verliespartij. Betere cijfers dan het einde van vorig seizoen, maar de twaalfde plaats is geen reden tot al te veel blijdschap.

Er is vooral kritiek. Kritiek op het aankoopbeleid, op de invulling van het elftal maar de meeste pijlen zijn gericht op de speelwijze. Frank Wormuth, de trainer die het roer overnam van Danny Buijs wordt door supporters en media verweten veel te verdedigend te spelen. Het spel is onaantrekkelijk en in strijd met de doelstelling die ‘aanvallend voetbal en strijden om Europees voetbal’ luidt. Er gebeurt van alles tijdens de eerste maanden onder de Duitse trainer. Het grootste talent uit de jeugdopleiding van de voorbije jaren, Daniel van Kaam, vertrok. Spits Strand Larsen evenzo en ook De Leeuw pakte zijn biezen. De enige nog overgebleven speler die een doelpunt kan maken, Cyril Ngonge, kleurt buiten de lijntjes en werd door Wormuth uit de selectie gezet. Dan zijn er nog de berichten dat de trainer niet meer de steun zou hebben van een deel van de selectie.

Geen al te leuke opsomming om een gesprek aan te gaan met de trainer van FC Groningen. De Duitser blijft er vooralsnog rustig onder en reageert quasi verbaast op de vraag of hij er nog steeds plezier in heeft: ‘Het is mijn werk. Natuurlijk had ik liever meer punten gehad en wat hoger op de ranglijst gestaan. We weten waar we met FC Groningen naar toe willen. Een iets andere speelstijl dan voorgaande jaren. De groep heeft een andere samenstelling en ook de hiërarchie binnen het team zijn we aan het veranderen. Ik denk dat we met een andere dynamiek binnen de ploeg, met een ander rangorde de meeste kans maken op resultaat. Vorig seizoen waren het vooral de jongeren die de leiding namen. Hartstikke goed, maar wij willen nu dat oudere spelers het voortouw nemen. Dus is er een hoop werk aan de winkel. Dat is een hele leuke uitdaging.’

Wormuth grinnikt als het gaat om de verhalen die er de ronde doen. Zo zou een deel van de groep hem gekscherend ‘Opa Wormuth’ noemen. ‘Ik heb mijn dochter gebeld met de vraag of ze zwanger was. Hoezo? Vroeg ze. Ik ben opa geworden blijkbaar.’ Het lijkt makkelijk van hem af te glijden. Maar geen enkele trainer vindt het toch leuk wanneer dergelijke verhalen de ronde doen? ‘Ik ben 62 jaar en weet heel goed wanneer een groep je steunt of dat die steun ontbreekt. We zijn bezig met een groepsproces. Wanneer ik geen steun zou voelen, hadden we hier een ander gesprek. De verhalen in de media zijn sprookjes. Er zijn heus spelers niet tevreden, dat staat hier los van. Ik hoef niemand uit te leggen dat spelers die teleurgesteld zijn, niet blij zijn. Ik werk met een erg prettige groep die heel veelzijdig is en ook erg divers. Dat maakt het soms complex maar ook uitdagend.’

Het is bijna lastig Wormuth kritische vragen te stellen. Dóór te blijven vragen over Kasjanwirjo, waarom die niet in het centrum staat. Als rechtsback wordt gebruikt of misschien wel misbruikt. Terwijl hij in het centrum vorig seizoen één van de weinige lichtpuntjes was. Over de verdedigende speelwijze en het spel dat niet om aan te gluren is. En hoe Wormuth in hemelsnaam nog de play-offs denkt te kunnen halen met deze tactiek. En of de supporters dit seizoen nog kunnen genieten van aanvallend spel. Het is lastig omdat de trainer een aardige man is en alle kritische vragen geduldig beantwoordt. ‘Een journalist die een beetje supporter is’, glimlacht de opvolger van Buijs die overigens geen kwaad woord wil spreken over zijn voorganger. ‘Fledderus heeft mij aangetrokken omdat wij in grote lijnen dezelfde opvattingen hebben over voetbal. We hebben een plan dat we aan het uitrollen zijn. De buitenwereld krijgt daar maar voor een klein deel iets van mee. Het is niet dat ik iets doe dat beter of slechter is dan dat Buijs deed, maar het is anders. We hebben een andere manier van druk zetten, we willen op een andere manier bij de goal van de tegenstander komen om maar wat te noemen. Dat kost tijd. Daarbij hebben we een jonge groep die mentaal natuurlijk kwetsbaarder is dan een team met veel ervaring.’ Wormuth denkt ook dat de zeven nederlagen van vorig seizoen nog altijd doorwerken in de hoofden van de sommige spelers: ‘Natuurlijk zit dat nog in de koppies van enkele jongens. Ze zijn sneller onzeker of worden angstig. Wanneer ze vorig seizoen de laatste wedstrijden hadden gewonnen, was er nu meer vertrouwen geweest en dat vertaalt zich op het veld.’

Over Kasanwirjo geeft de Duitser duidelijkheid: ‘Ik zie in hem een potentieel grote centrale verdediger. Dát is zijn beste plek. Daar moet hij in de toekomst gaan spelen. Voor nu vind ik het te riskant. Daar kun je het mee eens of oneens zijn, maar dit dat is mijn keuze. Ik denk dat dit team op dit moment meer gebaat is bij defensieve zekerheid. Ik probeer hem het verdedigen bij te brengen als rechtsback. Niet zijn ideale plaats, maar ook daar kan hij zeker uit de voeten. Dat ik hem gepasseerd heb voor de wedstrijd tegen Sparta heeft niets te maken met zijn voetbalprestaties. Wél met zijn houding. Ik heb er alle vertrouwen in dat we met hem in de toekomst een grote centrumverdediger in huis hebben. En de toekomst komt sneller dan je denkt.’

Wormuth heeft ook nog geruststellende woorden voor de supporters die bang zijn dat de tactiek met vijf verdedigers er eentje voor de toekomst is. ‘Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik van aanvallend voetbal hou. Soms moet je wel eens afwijken van je idealen. Met vijf verdedigers spelen zal een uitzondering blijven. Vergeet niet, deze ploeg is jong en ergens gewoon kwetsbaar. Daarbij zijn we allerlei nieuwe dingen aan het leren. Dat gaat met vallen en opstaan. Op het moment dat je punten pakt, krijg je de succesbeleving en pakken de spelers het veel sneller op. Win je de wedstrijd tegen Volendam ga je met een heel ander gevoel de volgende wedstrijd in. Soms moet het ook net even meezitten. Dat zit het tot nog toe niet. Tegen Cambuur speelden we voor de eerste keer in de laatste minuten met vijf verdedigers en ik zag dat de jongens daar een bepaald vertrouwen en energie uit haalden. Die energie en dat goede gevoel wilde ik ook inzetten tegen Sparta. Dan hebben we daarna weer een tijdje om te trainen naar eventueel andere vormen. Om zo langzaamaan toe te werken naar een manier van voetballen die ik voor ogen heb. En dat is aanvallend voetbal met twee of drie spitsen en met vroege druk. Zoals we de eerste 25 minuten tegen FC Volendam en de uitwedstrijd tegen NEC speelden komt in de buurt van hoe we graag willen voetballen.’ Spelers zouden nog geen bal van A naar B kunnen spelen. Een heftige uitspraak maar ook niet wat al te makkelijk? De trainer is toch eindverantwoordelijke? ‘Zeker, ik maak ook heus niet alleen maar goede keuzes. Achteraf pakt een keuze wel eens anders uit dan je hoopt. Ik ben en blijf daar te allen tijde verantwoordelijk voor. Kijk, dat van A naar B spelen was een manier om spelers te raken. Maar tegelijk meen ik het. Het probleem is alleen niet dat hun kwaliteiten niet toereikend zijn. Het is de druk die dat met ze doet. Ze raken nog te snel angstig. Dat levert overhaaste keuzes op en dus vaak balverlies. Dan hou je druk van de tegenstander. Dat is een soort cirkel, maar daar gaan we uitkomen.’

Wormuth komt in een interview anders over dan zijn gelaten en soms wat negatieve houding langs de lijn. Enthousiast, duidelijk en gepassioneerd. Hij is ervan overtuigd dat het goed gaat komen. Ook met Ngonge. ‘We zijn samen hard aan het werk gegaan wat heeft geresulteerd dat hij weer bij de groep terug is. Ik heb alle vertrouwen in deze jongen. Hij is een geweldige voetballer en een mooi en heel eerlijk mens.  Onlangs liet hij weten weg te kunnen bij FC Groningen naar een andere club. Ik wil hem niet kwijt,  anders heeft dit hele proces wat we met hem hebben ingezet geen zin gehad. Het grote plan ‘samen naar de Grote Markt’ is op dit moment voor vele mensen weliswaar ambitieus, maar een lange reis begint met de eerste dag en niet met de laatste. We vragen wat geduld aan de supporters. En geloof me, misschien ben ik wel de persoon die nog het minste geduld heeft.’