ZUIDLAREN – Harm Sijnstra presenteerde afgelopen week een uniek kinderboek. Het boek ‘Kabouter Prugelie en de prins die zeuik is’ is geschreven in het Drents en neemt jonge lezers mee op een spannend avontuur aan de hand van het kleinste kaboutertje van het kabouterbos.

Het boek ‘Kabouter Prugelie en de prins die zeuik is’ gaat over de kleinste kabouter van het kabouterbos en werd uitgegeven door uitgeverij het Drentse boek. Voor Sijnstra (83) een grote eer die hem op hoge leeftijd ten deel valt.

‘Ik heb natuurlijk wel vaker een boek gemaakt, maar dat was dan in eigen beheer. In die zin vind ik het wel heel erg mooi dat dit boek op de juiste waarde wordt geschat, een ISBN nummer heeft gekregen en dus gewoon kan worden gekocht. Er heeft ook wel aardig wat tijd in gezeten, want het gaat niet alleen om het verhaal natuurlijk. Ook de illustratie moet goed matchen binnen het totaal, maar daarvoor heb ik uitstekende hulp gekregen van één van mijn kleinkinderen. Het geeft me in die zin wel een enorm dubbel trots gevoel.’ In vogelvlucht is het lezen van ‘Kabouter Prugelie en de prins die zeuik is’ absoluut een aanrader legt Sijnstra uit. ‘Het is pure fantasie, want het gaat over het kleinste kaboutertje van het kabouterbos die op zoek moet naar een prins die is verdwenen. Er gaan allerlei geruchten dat hij gevangen is genomen en er moet een plan komen. De kabouterkoning vraagt aan alle kabouters wie er op zoek wil gaan om hem te vinden, maar bijna iedereen heeft een excuus. Dat maakte zowel de koning als de koningin erg droevig, totdat de kleinste kabouter zich beschikbaar stelt en op pad gaat. Wat de avonturen inhouden kan ik natuurlijk niet verklappen, maar het loopt in elk geval goed af.’

Het moment waarop de eerste versie van eigenaar wisselde was een speciaal moment besluit Sijnstra. ‘Ik heb het eerste boek mogen aanbieden aan mijn achterkleindochter Tessa (8) die lijdt aan de ziekte van Pompe. Een ziekte die wordt veroorzaakt door een gestoorde stofwisseling in de spieren en daarom zit ze nu dus ook al in een rolstoel. Ze was blij om het boek in ontvangst te mogen nemen.’ Op de vraag hoe lang Sijnstra nog doorgaat met schrijven laat hij het antwoord in het midden. ‘Werken aan dit boek was een mooie tijd waarin je ook wel weer nieuwe dingen leert. Natuurlijk ga ik door, maar wat ik ga schrijven en wanneer het wordt uitgebracht kan ik nu nog niet zeggen. Het is net als met dit boek. Je begint ergens op een bepaald moment, maar je weet nooit precies waar het moet eindigen. Schrijven is en blijft voor mij uiteindelijk een heel boeiend vak, waarmee ik mensen nog heel lang wil bedienen.’