Dirigent_Sietse_P3090175 Sietse Hamersma bevlogen dirigent en muzikant

VRIES – Er zit muziek in Café Onder de Linden.  Dit heeft mede te maken met eigenaar Sietse Hamersma, die buiten het café dirigent is en spelend bij meerdere orkesten. Hamersma zwaait niet lukraak met het bekende stokje, maar heeft zijn sporen verdiend in de muziekwereld. Tot op nationaal niveau.
De muziek werd bij de Groninger met de paplepel ingegooid. “Mijn vader zat in de muziek en alle ‘jongens’ thuis ook. Op mijn zevende ben ik begonnen met spelen. Ik had al vroeg de drang om naar het conservatorium te gaan. Op mijn zeventiende ben ik begonnen met dirigeren, in een jeugdorkest. Op het conservatorium leerde ik trompet spelen. Op mijn achttiende stond ik voor een echt orkest, waarna ik me ontwikkeld heb. Vervolgens gaf ik ook zelf les. Het moet in je zitten. De muzikaliteit, het gevoel voor ritme. Mijn collega’s hebben allemaal de ‘directie’-cursus gedaan. Ik heb het mezelf eigen gemaakt. Als dirigent leer je eerst de grondbeginselen”. Hamersma steekt dan verschillende vingers op. “Hoeveel tellen in de maat, heb ik zelf aangeleerd. Het allerbelangrijkste is mensenkennis en stimuleren. Het gaat ook om de concentratie, vooral van de muzikanten. Bij een orkest samenstellen moet het klikken. Die samenstelling wisselt nogal eens. Ik heb inmiddels 25 orkesten- fanfare en harmonie- gehad.  Ik dirigeer vier in de week. Met de brassband uit Appingedam wilde ik naar het kampioenschap. Deze brassband is verdeeld in A en B-orkest. Vergelijkbaar met het eerste en tweede voetbalelftal. De jeugd was het vlaggenschip. In 1989 won ik enkele regionale prijzen. Bij een bepaald aantal punten kun je je inschrijven voor een kampioenschap”. Sietse klom hoger op de (muziek)ladder. In 1994 werd ik kampioen in de vierde divisie, dat is de laagste afdeling. Vervolgens promoveerden we naar de derde divisie. Wat het orkest betreft, zat ik in de tweede afdeling en werd ik zes keer kampioen. Ja, en toen kwamen er meer aanbiedingen. Van Friesland tot Grootegast. Maar ook: Provinciaal Brassband Groningen, dat uitkwam in de kampioensdivisie, zeg maar de Eredivisie. Ik werd geen kampioen. Ook heb ik meegedaan aan een entertainmentconcours, voor een ‘blinde’ jury.  Sinds Onder de Linden heb ik het aanvankelijk op een laag pitje gezet. De laatste tijd ben ik weer actiever en dan weten ze je te vinden. Als muzikant heb ik het allerhoogste bereikt, niet als dirigent. Zo heb ik meegedaan met de Europese kampioenschappen. Ik heb gespeeld in landen als Zwitserland, Engeland, Noorwegen, Denemarken. De Engelsen zijn de beste muzikanten. Dat wordt er al op de basisschool ingestampt. En komt ook uit de mijnwerkerswereld. Het gaat anders dan bij ons. Ze spelen twee uur achter elkaar en dat is het. Hier gaan we daarna nog naborrelen. Er is redelijk veel aanwas. Jeugd is moeilijker warm te krijgen voor een orkest. Je moet een bepaalde sfeer creëren. Gezellig, met patat en spelletjes. Ik zeg wel waar het op staat. Zo van: “wat gaon we doun, an’t waark of koffie drinken”? Dat wordt wel gerespecteerd. Ik ben recht door zee ja, maar ik ga mensen niet krenken. Vrouwen zijn in de minderheid. Dirigent is geen vrouwenberoep. Het heeft denk ik te maken met doorpakken. Ik ben niet gauw tevreden. Ik heb een bepaalde winnaarsmentaliteit. Ik heb een hekel aan verliezen. Maar het is wel zo: voor de wedstrijd is er concurrentiestrijd.  Daarna met elkaar een biertje drinken.”