ZUIDLAREN – In 1979 is alles begonnen met de kleine winkel Bucky van Jannes Bezu in Roden. In 1981 kwam het bedrijf Joy erbij en sindsdien zijn er in totaal zeven vestigingen in het Noorden van Nederland. Het bedrijf bestaat dit jaar veertig jaar. Inmiddels wordt het bedrijf gerund door de tweede generatie, Pascal en Jeroen Bezu, beide ouders werken nog steeds in de winkels en de partners van Pascal en Jeroen ook. Jeroen Bezu vertelt over de afgelopen periode.

“We hebben sinds maart te maken met een virus en ondanks dat we tot half december open mochten blijven, heeft het invloed gehad op ons bedrijf. Minder mensen bezochten onze winkels. Toch hebben we er veel werk ingestoken om de winkels veilig te maken. Ik denk dat de desinfectie poortjes de komende jaren een blijvend iets zullen zijn. Ik geloof niet dat we meteen helemaal terug kunnen gaan naar de oude situatie. Daarom wilden we het wel zo leuk mogelijk maken voor iedereen. Maar nu we helemaal onze deuren moeten sluiten, staan we met de rug tegen de muur. Ons hele businessmodel, klanten voorzien van kledingadvies, is weggevallen. Alles moet nu digitaal, dat is een heel andere tak van sport. In de eerste maand van corona hebben we daarom onze hele voorraad van alle winkels accuraat online gezet. Zo kan de online klant nu binnen 24 uur zijn bestelling in huis hebben. Dat is mogelijk doordat wijzelf bezorgen. De klanten krijgen echt iemand van Joy aan de deur. Het zijn de mensen die normaal in de winkels staan, in het magazijn of op kantoor werken. Ook doen we aan Facetime verkoop. Dan loopt een verkoper met een telefoon door de winkel en laat de klant zien wat er in de winkel hangt. Zo stellen we een rekje samen met kleding voor de klant en de klant krijgt het thuisbezorgd om te passen. Daarnaast zijn we veel bezig met social media. Toen bekend werd dat de lockdown werd verlengd, hebben we meteen via de socials bekend gemaakt dat onze collectie met vijftig procent afgeprijsd werd. Met zijn allen zijn we bezig de winkels op te knappen zodat deze straks mooi en fris weer open kunnen. Zo proberen we iedereen aan boord te houden binnen het bedrijf. Ons personeel krijgt wel andere soorten werk, maar we hebben gelukkig nog dingen te doen. Wat betreft de steunpakketten uit Den Haag, het klinkt fantastisch, maar valt in praktijk nogal tegen. Wij krijgen namelijk bijna geen compensatie. Het hele jaar moesten wij geld bijstoppen en aan het einde van het jaar werden ons de drukste weken van het jaar afgenomen. Voor en na kerst zijn anders de topweken. De nieuwe collectie die eraan zit te komen kunnen we niet annuleren, terwijl de oude collectie er nog ligt. We hebben voorzichtiger ingekocht vorig jaar, maar je wilt je klant wel blijven verrassen met de nieuwste collectie en niet met spullen van een jaar geleden. Wij willen ook dat de kleding in onze winkels verantwoord is geproduceerd. Maar verantwoord geproduceerde kleding in onze winkels willen houdt ook in dat dat de processen langer duren dan wanneer je goedkope massaproductie kleding inkoopt. Onze leveranciers proberen mee te denken, maar aan het einde moeten de producten toch betaald worden. Ons zakelijke proces is daardoor zeg maar zo wendbaar als een mammoettanker en dat maakt het lastig. Toch begrijpen we dat deze maatregelen nu nodig zijn. Voor de toekomst zullen we ervoor blijven zorgen dat mensen veilig en verantwoord zaken met ons kunnen doen. We zien de toekomst vooralsnog positief in.”