Kampeer Vereniging ‘Mooi Zeegse’

ZEEGSE – Bij Zeegse ligt één van de drie vijfsterren landschappen die Nederland rijk is. Een deel van kampeervereniging ‘Mooi Zeegse’, ligt in dat landschap. Het is gekocht in 1932 door de heer J. Menkveld. Hij stelde het land ter beschikking aan minder draagkrachtige gezinnen uit de omgeving van de stad Groningen zodat ook zij vakantie konden vieren. Afgelopen jaar zag de vereniging zeker meer aanvragen binnenkomen om lid te worden van de vereniging en zijn er nog maar enkele plekken beschikbaar, maar niet meer in het vijfsterrenlandschap. “Deze plekken zijn vol. Wel mag iedereen er rondwandelen, het is zeker de moeite waard”, vertelt Esdert Edens voorzitter van kampeervereniging ‘Mooi Zeegse’.

De voorzitter Edens woont in Den Haag, maar kende het terrein vanaf zijn prilste jeugd, deels opgegroeid in Groningen, kwam hij er vaak. Sinds 2015 komt Edens weer met veel plezier naar Zeegse met zijn echtgenote. Sinds Edens en zijn echtgenote vernamen dat er een volwassen kampeervereniging gevestigd was, namen zij een oud kampeerhuisje in ‘Mooi Zeegse’ over van vrienden hun uit Den Haag. “Dat huisje hebben we inmiddels aan een ander lid overgedaan en hebben zelf een nieuw huisje gebouwd”, vertelt Edens. De huisjes op het kampeerterrein hebben een bijzondere geschiedenis. Voor 2014 verboden de gemeentelijke regels dat er huisjes mochten blijven staan in de winterperiode. Dat hield in, dat er in maarthuisjes voor het kamperen werden opgebouwd. De huisjes werden gebouwd van triplex of andere soort goedkoop bouwmateriaal. Aan het einde van het seizoen in oktober werden de huisjes afgebroken en werd het materiaal van de huisjes in een loods opgeborgen voor het volgende seizoen. De grond werd aangeharkt en het was alsof er nooit huisjes had gestaan.

“De leden geven aan dat, door de veranderde regelgeving, het verenigingsleven wel wat veranderd is. Vroeger was je met zijn allen bezig huisjes op te bouwen en af te afbreken. Iedereen hielp elkaar en dat voelt nu voor sommigen als een gemis”, legt Edens uit. Toch blijkt het een goede verandering te zijn voor de vereniging. “We hadden te maken met een behoorlijke leegloop. Want voor heel veel oudere mensen was het opbouwen en afbreken niet meer te doen. Er bleven bijna geen leden over. ”Sinds de huisjes er permanent mogen blijven staan is de vereniging weer helemaal opgebloeid en zijn veel oude leden terug gekomen naar de kampeervereniging. Er was jaarlijks al een groei van leden en sinds de extra aanvragen van afgelopen jaar zitten we nu bijna vol,” aldus Edens.

De kampeervereniging is behoorlijk ruimtelijk opgezet. Om de vijftig of zestig meter staat er een huisje wat niet groter mag zijn dan dertig vierkante meter. Daartussen staat helemaal niets en dat houdt de vereniging graag zo. Wat tevens anders is dan bij andere campings, is dat er geen winstbejag is. Waar op een normale camping jaarlijks tussen de 1800 en 2300 euro betaald moet worden, betaalt men bij deze vereniging op dit moment maar 580 euro per jaar. “Maar dat houdt wel in dat je samen huisjes bouwt, helpt met organiseren van activiteiten begeleiden en meehelpt om de natuur in stand te houden. Wij werken samen met Landschapsbeheer Drenthe en gemeente Tynaarlo om de natuur in dit gebied zoveel mogelijk in originele stand te brengen en houden en dat doen wij vrijwillig als lid,” vertelt Edens als enthousiast natuurliefhebber. Daarnaast zijn er geschoolde vrijwilligers van de vereniging die het bosonderhoud verzorgen vanuit de BomenKapKommissie (BKK). Volgens Edens hebben zij het er nu erg druk mee, want er mag maar tot 15 maart gekapt worden, omdat daarna het broedseizoen van de vogels begint.

Het kampeerterrein is bedoeld voor de leden zelf. Buitenstaanders kunnen er niet een nachtje komen logeren. “Dat is eerder wel geprobeerd, maar dat gaf veel troep en ellende, dus dat doen we niet meer. Wel stellen enkele leden hun huisje maximaal drie weken per jaar te huur onder strikte voorwaarden. Verder mag iedereen natuurlijk door het prachtige gebied bij ons in Zeegse komen wandelen. Ik verbaas me hoe weinig mensen afweten van dit prachtig stukje natuur.”