Kleintje Cultuur, Maarten Westmaas, Fotografie

ANNEN – Ondanks zijn Noord-Hollandse roots raakte Maarten Westmaas (43) uit Annen sinds zijn verhuizing naar het noorden verknocht aan het Drentse en Groninger landschap. De keurige, doorsnee landschapsfoto’s volgens het boekje verruilde hij gedurende een avontuurlijke ontdekkingstocht geleidelijk voor experimentele fototechnieken en kunstzinnige foto’s. “De traditionele landschap- en natuurfotografie heb ik vaarwel gezegd. Ik wil lagen aanbrengen en de diepte in gaan”, licht hij toe.

In de zomer van 2002 sloot Westmaas de deur van zijn toenmalige huis in Groningen achter zich en begon aan een missie: een zwerftocht door het Drentse landschap langs hunebedden, grafheuvels en steencirkels. Gewapend met een digitale camera en een slaapzak – zonder tent – is hij gaan lopen en bivakkeerde hij drie weken lang onder de Drentse hemel en sliep hij op open plekken in het bos of bij toevallige passanten die hij ontmoette tijdens de tocht. “Ik was enorm gefascineerd door de hunebedden. Het zijn hele mysterieuze plekken. Op zoek naar de geest van het landschap was het alsof ik oog in oog stond met mijn voorvaderen”. Zweverig is Westmaas allesbehalve. “Het is spiritueel in de zin dat ik me geworteld voel met het landschap. Wat ik voel of zie, de sporen uit het verleden probeer ik in beeld te brengen”.

De tocht langs de monumenten van onze Drentse voorvaderen leverde Westmaas in 2009 zijn eerste fotoboek ‘Hunebedden’ op. De financiële opbrengst investeerde hij direct in een andere camera en nieuwe projecten. “De opkomst van de digitale fotografie spoorde mij aanvankelijk aan om de wereld van de fotografie in te duiken, maar op een gegeven moment werd de digitale fotografie zo’n formule – ik zag de zoveelste foto van de ondergaande zon in het Drentsche Aa landschap – dat ik het niet meer interessant vond en ik het digitale fototoestel de deur uit heb gedaan”.

Na het debuut is een handvol fotoboeken van Westmaas gepubliceerd, waaronder ‘De Drentsche Aa’ (2014), ‘De Wadden’ (2015) en ‘Heidense Hoogten’ (2017). In dit tijdsbestek verschoof het beeld van mooie, duidelijk herkenbare beelden naar experimentele, soms duistere en schemerachtige foto’s die bij vlagen welhaast rieken naar abstracte schilderkunst. “Na ‘De Wadden’ ben ik analoog en in het zwart-wit gaan fotograferen. Het ging me niet meer zozeer om een afzonderlijke foto, maar om een serie foto’s achter elkaar die iets vertellen en om het idee achter een bepaalde fotoserie”.

Een goed voorbeeld is een zwart-wit foto die Westmaas heeft gemaakt voor het nog niet voltooide project over het Lauwersooggebied. “Van de polder bij Zoutkamp heb ik vanaf de dijk een foto genomen. In 1919 stond de polder nog onder water. Dat heb ik als uitgangspunt genomen. Op de grenzen van water en land heb ik op de foto twee horizontale lijnen met blauw verf getrokken. Die blauwe verflijnen horen op de foto. Dat staat ver af van een mooie ‘zonsondergang”. Op de foto zijn ook onbeduidende stipjes en stofjes te zien. “Dat komt doordat ik de negatieven heb ontwikkeld met water uit het Lauwersmeer zelf, de troep die in het water zit komt terug in het beeld. Ik vind dat echt wat toevoegen. Ik zoek naar andere manieren om het landschap in beeld te brengen, ook al is het landschap daardoor soms onherkenbaar”.  

De drang om te experimenteren en zijn fascinatie voor het landschap komen niet alleen terug in de foto’s zelf, maar ook in het materiaal. “Ik heb een eigen camera gebouwd: de ‘Ven Cam’. De doos is gemaakt van eikenhout van een boom vlakbij de Groote Veen in Eelde en ik heb stukken veenhout van 10.000 jaar oud verkoold om daarvan de binnenkant te maken. Die moet namelijk zwart zijn. De lens is gemaakt van een blikje bier dat op de grond lag bij een Taarlose vennetje en waar ik een gaatje in heb geprikt. De camera is dus volledig Drents”, lacht Westmaas.

Zijn fotoserie ‘Heidense Hoogten’ ziet Westmaas echt als het ‘omslagboek’, het punt waarin hij definitief de weg van het experiment koos. “Ik wilde het analoog fotograferen onder de knie krijgen en veel mensen zeiden gekscherend tegen mij na het zien van de foto’s: nou, dat is niet echt gelukt, hè?” Door een geluk bij een ongeluk (“onscherpe foto’s” en “de camera stuk”) kregen de foto’s het mysterieuze effect mee wat Westmaas zocht. “Ik ben erg blij met die serie. Het lijken soms wel lijksilhouetten. Ik doe alles op intuïtie. Ik heb echt gezocht naar technieken om zoveel mogelijk vaagheid in mijn foto’s te krijgen. Ergens wordt het dan kunst”. Het bracht hem onder meer op een grote kunstbeurs in Amsterdam.

Westmaas heeft in een soort kluis, á la popmuzikant Prince (in 2016 overleden, red.), voldoende materiaal voor toekomstige projecten. Als het aan hem ligt dan is hij nog lang niet klaar. “Ik vind het heerlijk om in de buitenlucht te zijn: de wind, regen en zon geven je het gevoel dat je leeft. Ik houd ervan om te experimenteren en een vaag idee uit te werken. Als alles aan het einde klopt, dan is dat heel gaaf”. Van 12 mei tot 15 september is de expositie ‘Geworteld’ van Westmaas te zien bij Galerie Lemferdinge in Paterswolde. Nadere informatie hierover volgt nog. Voor meer info over Westmaas: www.maartenwestmaas.nl