“De Buitenplaats is de plek van verbondenheid tussen cultuur en natuur”

EELDE – Sinds maart heeft museum De Buitenplaats in Eelde met Mariëtta Jansen een nieuwe directeur. Anderhalve week later moet ze de deuren van het museum vanwege de coronacrisis sluiten. “Ik was goed en wel geïnstalleerd en vervolgens gaat er een streep door het programma. Dat was zeker heftig. Je komt natuurlijk in een hele rare situatie terecht”, vertelt Jansen. Aangezien het museum in Eelde aankomende vrijdag de herstart beleeft, is het hoog tijd om eens bij te praten met de nieuwe directeur. Wat staat het museum te wachten onder haar leiding?

Het museum ontstaat nadat het echtpaar Jos en Janneke van Groeningen in 1971 het Nijsinghhuis voor een symbolische gulden overnemen. “Dat waren echte kunstliefhebbers. Zij lieten het hele huis aan de binnenkant beschilderen door gerenommeerde kunstenaars als Wout Müller en Mathijs Röling”, vertelt Jansen enthousiast. Het echtpaar verzamelt in de loop der jaren zoveel kunst dat er een museumgebouw voor gebouwd moet worden. Architectenduo Ton Alberts en Max van Huut, die tevens het Gasuniegebouw in Groningen hebben ontworpen, bedenken ook het kenmerkende gebouw van museum De Buitenplaats: “Het gaat helemaal op in de omgeving. Dit is toch prachtig”, reageert de directeur. De omgeving doet fabelachtig aan met een grote tuin waarin onder andere eigen gewassen worden verbouwd, een rozenperk te vinden is en beschikt over een vijver met kwakende kikkers.

De Buitenplaats draait voornamelijk op vrijwilligers. Er zijn vaste krachten, maar Jansen is van mening dat ze zonder vrijwilligers het museum niet kan draaien: “Ik noem hen ook steevast medewerkers. Ze horen er echt bij. Zo worden de baliediensten door hen verricht, wordt de tuin bijgehouden en het café valt onder de bezielende leiding van een aantal vrijwilligers.” Er is niemand die officieel fulltime bij het museum werkt. Daarom kan Jansen relatief makkelijk schakelen naar thuiswerk: “Wat dat betreft is het team erg flexibel geweest.”

Normaal gesproken is het museum het hele jaar geopend. Nu na tweeënhalve maand dicht te zijn geweest, mogen aankomende vrijdag de deuren voor het eerst weer onder strikte voorwaarden open. “Ik ben ontzettend blij en dankbaar dat wij de tentoonstelling van Johan Dijkstra van de Groninger kunstenaarsbeweging ‘De Ploeg’ hebben weten te behouden. Die is bij ons blijven staan en daar kan men dus nog van komen genieten. In de eerste zes weken van dit jaar leverde dat een hoop bezoekers op.”

Het wordt wel even passen en meten met alle coronamaatregelen die er zijn. “Het gros van onze vrijwilligers is tussen de 60 en 70 jaar. Daarvan zit dus een flink aantal in de risicogroep. We moeten maar zien hoe dat gaat lopen. Het museum doet er in ieder geval alles aan om het voor een ieder zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen”, laat de directeur weten. Daarom besluit het museum de komende periode louter op vrijdag, zaterdag en zondag de deuren te openen. Er wordt tevens een routing aangebracht op de vloer van het museum.

De kerncollectie van de Buitenplaats bestaat uit figuratieve kunst na 1945. Jansen is van mening dat het museum zich vooral moet richten op kunstenaars in Nederland en dan voornamelijk Noord-Nederland. “Geen blockbusters, het is veel interessanter om iets uit de omgeving te laten zien”, verklaart ze. Het doel van de directeur is het aantrekken van meer publiek, logisch, dat zou voor elke museumdirecteur het doel zijn, maar Jansen gaat verder: “Het zou fantastisch zijn als we hier in Eelde en cultureel centrum kunnen ontwikkelen. Bijvoorbeeld in samenwerking met het Internationaal Klompenmuseum en de bibliotheek.” Voordat dat zo ver is, zijn we echter wel even verder. De Buitenplaats is volgens de directeur: “De plek van verbondenheid tussen cultuur en natuur. Het is uniek. Ik kom zelf ook uit het dorp en ik zou het fantastisch vinden als meer mensen uit het dorp en de directe omgeving, de gemeente Tynaarlo dus, eens een kijkje komen nemen. Ze zullen versteld staan.”