“Dat was voor mij veel geld, want ik kreeg maar twee dubbeltjes zakgeld”

EELDE – Al twintig jaar zijn Dick en Rieteke Verel de uitbaters en bewoners van Museum Vosbergen in Eelde. Een muziekinstrumentenmuseum in de krochten van het Eelder woud, geherbergd in een fabelachtige villa. Een plaats van ontmoeting, waar men rond kan dwalen door een indrukwekkende collectie muziekinstrumenten en in de prachtige tuin kan genieten van een kopje koffie, die hier nog gewoon bij het entreekaartje in zit. Toch stopt het stel met het museum, want de leeftijd gaat een rol spelen. Dick is inmiddels 81 en vorig jaar ernstig ziek geweest. Hetgeen het stel enkele inzichten heeft opgeleverd: “We werden gewezen op het feit dat wij niet het oneindige leven hebben.”

Het stel gaat op zoek naar opvolging. Deze vinden ze in een aantal regionale ondernemers, die zich zullen verenigen in Sociëteit Vosbergen en in de villa zullen gaan vergaderen. De Verels hebben de opvolging echter uitgezocht op de voorwaarde dat het museum in stand blijft. Nog onduidelijk is of een aantal stukken uit het privébezit van Verel ook tentoongesteld zullen blijven worden: “Daarover zijn we nog in gesprek.”

Zijn hele leven verzamelt hij al muziekinstrumenten: “Ik was twaalf jaar oud toen ik mijn eerste instrument kocht. Een trekharmonica op de vlooienmarkt in Den Haag. Het kostte een rijksdaalder. Dat was voor mij veel geld, want ik kreeg maar twee dubbeltjes zakgeld. Gelukkig was ik een spaarzaam knaapje en kon ik daardoor mijn eerste instrument kopen”, vertelt Verel. Een instrument dat tot op de dag van vandaag te zien is in het museum. Gedurende de jaren blijft hij zijn collectie uitbreiden, naast zijn werk als natuurkundedocent op het gymnasium in Groningen. Inmiddels kun je nergens in de villa kijken of er staat, hangt of ligt een instrument te pronken. Ontelbaar. Evenals de verhalen over de instrumenten in het hoofd van Verel. Verhalen die hij nog aan het optekenen is, want de beste man is zelf uitgegroeid tot een wandelende encyclopedie als het om muziekinstrumenten gaat.

Het museum beschikt over stukken die afkomstig zijn vanuit de hele wereld. Van Egypte tot Colombia en van Nepal tot Afghanistan. Noem maar een land en Verel begeleid je naar de juiste plek in het museum. Men zou logischerwijs denken dat hij de hele wereld over is geweest. Niets blijkt echter minder waar. Het gros verzamelt de Eeldenaar door te struinen over vlooienmarkten, een bezoekje te brengen aan antiekwinkeltjes in Londen en ook door vrijgevige hippies, die door de bergen van Nepal backpacken, een instrument kopen en het vervolgens aan het museum schenken.

Een bijzonder stuk is de schedeltrom uit Tibet, op de foto linksachter Verel. Twee menselijke schedels zijn aan elkaar gemaakt en menselijke huid is gebruikt om een soort doek over de schedel te spannen. Verel erover: “Ja, dat klinkt een beetje luguber hè, maar zo gaat dat daar. Als mensen overlijden, dan begeleiden de monniken de overledenen naar de berg. Daar komen de gieren dan om het lichaam mee te nemen. Soms komen de gieren niet opdagen. Wat er dan precies aan de hand is, durft men niet te zeggen. Het resulteert echter in overblijfselen en daar maken ze dan dit soort instrumenten van.” Zo ligt er ook een instrument in de kast dat van menselijk dijbeen is gemaakt. De knie is van de desbetreffende persoon herken je er zelfs in. Unieke stukken in een uniek museum: “Wij zijn het enige museum in Nederland met een dergelijk grote muziekinstrumentencollectie. Alleen het Rijksmuseum heeft nu ook een muziekinstrumentengedeelte, maar die is niet zo uitgebreid en exceptioneel als die van ons.”

Alle instrumenten worden door Verel zelf gerestaureerd. Het is de ingenieur die in hem naar boven komt: “Als je instrumenten niet onderhoudt, dan gaan ze teloor.” Iets wat de liefhebber absoluut wil voorkomen. Daarom richt hij een hele werkplaats in waar hij geregeld aan het sleutelen is, iets wat hij ook na de overname zal blijven doen: “Ik denk dat ik het maar moeilijk kan laten.” Tot slot vult vrouw Rieteke hem aan: “Hij zal de rondleidingen ook nog wel blijven doen, want hij is de enige die er echt alles van weet.”