“Soms moet je het toeval een kans gunnen”

BUNNE – De auto wordt geparkeerd voor het hek dat het opschrift ‘Galerie de Bun’ heeft. De neus van de zwarte Volkswagen Up wordt geparkeerd in het riet. De Krant van Tynaarlo is op bezoek bij kunstenaar Tonnis de Boer. Samen met zijn vrouw Alian is hij woonachtig in een oogstrelende boerderij in Bunne. Zeeën van ruimte bieden de kunstenaar op ontelbare manieren inspiratie. Die ruimte heeft hij ook nodig: “Kijk maar eens achter je. Zie je het tafereel dat zich daar voltrekt? Het licht valt prachtig op het gras daarachter. De natuur blijft boeien.” Toch zit hij veelal elders in de natuur.

Wie is Tonnis de Boer? De Boer is een kunstenaar die volledig bezeten is van zijn vak. Zijn atelier staat vol met zijn werk. Ontelbare schilderijen, kaarten, portretten en her en der nog een vleugje keramiek: “Dat heb ik in het verleden ook veel gedaan.” Bij elk werk heeft hij wel een verhaal. Tijdens het gesprek veert hij meerdere malen op: “Dat is ook wel leuk om te laten zien.” Uiteindelijk wordt de galerie verlaten met een karrenvracht aan kaarten en een prachtig boek. De Boer is naast vakman, ook nog eens sympathiek en bovenal gastvrij. Alian zorgt voor de koffie en de koekjes terwijl De Boer begint te vertellen over zijn werk.

“Ik heb de opleiding Minerva afgerond en daarna lag het open. Wat ga je doen? Dat is dan de vraag. Je moet zelf je weg zien te vinden, maar ik heb altijd de drang gehad om op eigen benen te staan”, vertelt hij. Vlak na de opleiding is dat idee surrealistisch en dus gaat De Boer parttime in het onderwijs werken. “Ik heb wel altijd mijn schilderwerk ernaast gedaan.” Waar hij in het begin vooral naar zijn eigen waarneming schildert, realistisch dus, verandert dat na een bezoek aan Noordpolderzijl in 1976: “Het was zo’n dag dat het de hele tijd miezerde. Geen echte regen, maar toen ik er een tijdje in zat, was ik wel kletsnat. Uiteindelijk moest ik natuurlijk met veel te veel water werken. In eerste instantie dacht ik dus ook dat het een verloren dag zou worden.” Het tegendeel blijkt waar. Hij mag zijn schilderij bij ’t Zielhoes, een plaatselijk cafeetje, bij een straalkacheltje laten drogen: “Ik was dus niet tevreden, maar na het drogen dacht ik: ‘jongen, dit is eigenlijk wel heel mooi’. In de periode die daarop volgde, heb ik zelf vaak voor regen gezorgd.” 

Het tekent de vakmanschap van De Boer, die zich diverse technieken als aquarel, acryl en olieverf eigen maakt. Bovendien hanteert hij een eigen werkwijze: “Ik werk altijd plat op de grond en zit vaak met mijn knieën in de klei.” Dan zit hij dus met een groot bord tussen het riet. Op de knieën omdat iets vanuit het kinderperspectief groter lijkt. Waar water eerst een soort guerrillategenstander lijkt, die altijd op kan duiken wanneer De Boer het niet verwacht, wordt het in de loop der tijd zijn bondgenoot. “Dat komt omdat ik die dag in Noordpolderzijl het toeval een kans heb gegeven.“

Sindsdien heeft de natuur hem altijd gefascineerd. Veel van zijn schilderijen worden in een dag afgerond. Veranderingen in de natuur zijn immers iedere dag zichtbaar. Toch heeft De Boer altijd één uitgangspunt. “Ik probeer altijd voldoende handvaten aan te reiken, maar ook voldoende over te laten om een ieder die het schilderij bekijkt een eigen interpretatie te laten vormen. Ik heb soms weken op dezelfde drie vierkante meter gezeten, maar dat zegt mij niet zoveel. Iedere dag is het anders.” Mochten lezers van de Krant van Tynaarlo in een natuurgebied wandelen en iemand met zijn neus in het riet zien zitten, kijk dan niet raar op. Dat is Tonnis de Boer.