“We zouden meer als een voetbalteam moeten denken”

REGIO – Racisme is de afgelopen weken een terugkerend onderwerp in de media. Momenteel gevoeliger dan ooit. Door de moord op George Floyd in het Amerikaanse Minneapolis is een mondiale stroming op gang gekomen die over de hele wereld de straat op gaat om te laten weten dat het voor hen genoeg is met het racisme en de ongelijke behandeling van donkere mensen. Voor Miguel Ririhena, raadslid voor GroenLinks in de gemeente Tynaarlo, komt het allemaal erg dichtbij. Als kind, maar ook als volwassene maakt hij meermaals racisme mee. Althans dat gevoel bekruipt hem en dat moet voor eens en voor altijd voorbij zijn.

Racisme is volgens Ririhena het superieur stellen ten opzichte van iemand op basis van het feit dat die persoon anders is. “Wat veel voorkomt is het institutionele racisme, het onbewuste racistisch bejegenen van personen. Dat komt veelal voort uit onwetendheid. Onbekend maakt immers onbemind”, denkt het raadslid wiens opa en oma in de jaren zestig van de vorige eeuw vanuit de Molukken naar Nederland tijgen. Opa is militair in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en is één van de KNIL-militairen die indertijd naar Nederland wordt overgebracht.

Ririhena groeit liefdevol op in een Molukse wijk en start op jonge leeftijd met voetbal. Daar wordt hij ook voor het eerst racistisch benaderd: “Ik voetbalde in de omgeving van Arnhem en speelde dus geregeld een wedstrijdje in de Achterhoek. Daar had je overwegend witte mensen. Ik had als kind een flinke bos krullen en een donker tintje, dus ik werd eenvoudig gebombardeerd tot ‘zwarte piet’ of ‘treinkaper’ en er is me meerdere keren geadviseerd terug te gaan naar mijn eigen land.”

Niet alleen op het voetbalveld is het echter raak. In Zevenaar werkt hij 12,5 jaar in een sigarettenfabriek. Hij draait productie en blijkt één van de uitblinkers te zijn: weinig storingen, goede aantallen en hoog rendement. Tot er op een gegeven moment een vaste baan beschikbaar komt: “Ik werkte samen met Raymond Jansen, een goeie gast overigens. Nederlandser krijg je ze overigens niet. De baan werd gegeven aan ofwel Raymond of mij, maar ik kreeg die baan natuurlijk niet. Het gevoel bekroop me dan ook dat daar niet alleen kwaliteit heeft gespeeld, maar dat is mijn gevoel en dat is het lastige. Je kunt het niet hardmaken.”

Andere incidenten, onder meer het etnisch profileren door bijvoorbeeld politieagenten, komen ook in het leven van Ririhena voor: “In Tynaarlo heb ik dit overigens nog niet meegemaakt, maar in Arnhem ben ik geregeld staande gehouden omdat ik in een nette Volkswagen reed en een donker kleurtje had. Een ander voorbeeld is wanneer ik in een restaurant eten bestel. Anderen die later besteld hebben, worden dan regelmatig veel eerder bediend.”

Het meest recente geval van racisme ervaart Ririhena als hij vluchtelingenwerk doet op Lesbos voor Stichting Bootvluchtelingen. Eenmaal per week heeft hij daar een vrije dag. Hij besluit daarop met een internationaal gezelschap bestaande uit een Amerikaanse arts, een Vlaamse arts en Nederlandse verpleegkundigen de boot naar Turkije te pakken voor een dagje uit. Op de boot gaat het echter al mis: “De douanier pikte mij ertussenuit en het duurde al meteen langer dan bij de rest van de groep.  ‘You may not enter Turkey’, werd me toen verteld terwijl er niets aan de hand was. Mijn papieren waren in orde. Al met al moesten we ruim drie kwartier wachten en na aandringen van mijn reisgenoten en een telefoontje naar de moederorganisatie, mocht ik uiteindelijk toch het land in. Je weet voor jezelf dan gewoon dat zoiets om racistische beweegredenen gebeurt.”

De opkomst van de Black Lives Matter-beweging en de demonstraties zijn dan ook een goede ontwikkeling volgens Ririhena: “Mensen durven zich steeds meer uit te spreken als er iemand racistisch wordt bejegend. Dat is een goede ontwikkeling, want dat betekent dat er een bewustzijnsverandering gaande is. Het begint met het erkennen dat het een probleem is. De opkomst bij deze demonstraties is daar een bevestiging van.” Een omstreden uitspraak in deze tijd is die van de leider van het landelijke GroenLinks, Jesse Klaver. Hij vraagt premier Rutte om excuses aan te bieden voor het slavernijverleden van Nederland en de onmenselijke behandeling van donkere mensen tijdens haar kolonisering. Een uitspraak waar Ririhena achter staat: “Je hoort vaak dat mensen zeggen dat ze er niets mee te maken hebben gehad. Dat is misschien wel zo, maar Rutte is een vertegenwoordiger van de Nederlandse regering. Een excuus daarvan is veel waard, want op die manier geeft hij toe dat de overheid in die tijd fout is geweest en daar nu berouw voor toont. Het is de erkenning van de pijn van zoveel mensen.”

De oorzaak van racisme ligt volgens Ririhena deels in de opvoeding: “Ik zat zelf op een school met alleen maar witte kinderen. Dat brengt het gevoel met zich mee dat je je altijd meer moet bewijzen dan anderen. Een gevoel die je in een inclusieve samenleving niet of in ieder geval minder zou hebben. Bovendien denk ik dat het goed is dat men ook opnieuw naar de geschiedenisboeken kijkt. Natuurlijk zijn toonaangevende veroveringen en ontdekkingen van Michiel de Ruyter belangrijk, maar dat hij ook veel leed heeft veroorzaakt, is ook de waarheid. Dat moet verteld worden, vind ik.” Bovendien speelt beeldvorming een belangrijke rol volgens de inwoner van Vries: “Kinderen krijgen bepaalde rolmodellen voorgeschoteld. Daar dient meer variatie in te komen.”

In de gemeente Tynaarlo zijn ze erg bezig met de eerder genoemde ‘inclusieve samenleving’. Hierbij kan men denken aan het VN-panel, maar ook de opvang van statushouders in Eelde die hierdoor redelijk snel integreren. Het raadslid over het doel daarachter: “Mensen mee laten doen, waardoor ze echt onderdeel worden van de samenleving. Daarnaast denk ik dat het een voordeel is dat men in Tynaarlo niet zo gepolariseerd is. Dat is in Oost-Groningen bijvoorbeeld wel anders. Men moet zich daar invechten, zoals Rutte het noemt. Ik denk dat zoiets juist niet nodig moet zijn, omdat men al onderdeel uitmaakt van de maatschappij.”

De Vriezenaar denkt tevens dat racisme wordt gevoed door ontevredenheid en dat die dan ook bestreden moet worden: “Waar je ziet dat mensen ontevreden zijn, zie je ook meer radicalisering. Alle kanten op overigens. Het gevoel dat iedereen erbij hoort moet versterkt worden. Bovendien hebben Nederlanders van nature de neiging om andere culturen te ontdekken, dus sta open voor een ander. Ga in gesprek, maar bovenal heb aandacht voor elkaar en leer elkaar echt kennen.” Hij snijdt op zijn beurt nog even de zwartepietendiscussie aan: “In de gemeente Tynaarlo hebben we nog steeds de echte zwarte piet met rode lippen en gouden oorbellen. Zes jaar geleden ging ik met mijn dochter naar de intocht en ik heb mezelf beloofd nooit meer heen te gaan. Vroeger werd ik altijd gepest en uitgescholden voor zwarte piet vanwege mijn bos krullen, dus het herinnert me aan een hele vervelende periode. Ik snap dat het een gevoelige discussie is en op het moment dat je iets verbiedt, pak je ook iets af. Daarom moet daar ook een volwassen gesprek over gevoerd worden zonder dat men elkaar in de haren vliegt.”

Tot slot wordt Ririhena de vraag voorgeschoteld of er ook een oplossing is voor racisme. Die is er volgens het raadslid zeker, waarop hij terugkomt op het voetbal. “Als je in een voetbalteam kijkt, dan zie je daar zoveel verschillende types. De één is boer, de ander accountant en nog weer iemand anders werkt bij de gemeente. Als op zaterdag of zondag dat wedstrijdshirtje echter aangaat, is iedereen gelijk en ga je samen voor het gemeenschappelijke belang. Ik denk dat we in de samenleving ook meer als voetbalteam moeten denken. Bij voetbal staan je teamgenoten je hierin ook bij en dat moet in de samenleving ook het geval zijn. Dat is een bewustzijnsverandering die we met z’n allen moeten ondergaan. Iedereen hoort erbij, ongeacht welke kleur diegene dan ook heeft. Net zoals in een voetbalteam dus.”