VRIES – Ten westen van de wijk De Fledders in Vries ligt een fraai stuk natuur dat beheerd wordt door Staatsbosbeheer en waarin veel Vriezenaren prettig wandelen. De vraag is of dat nog wel zo prettig blijft. Staatsbos komt nauwelijks aan onderhoud toe, terwijl dat eigenlijk wel nodig is. IVN-Vries denkt aan de mogelijkheid dat onderhoud zelf ter hand te nemen, samen met wijkbewoners. Tussen het wandelgebied en de woningen ligt de bekende oude Kerkweg.

Eeuwenlang hebben de inwoners van het dorp Zeijen de Kerkweg gebruikt om naar de kerk in Vries te gaan -vandaar de naam Kerkweg. Overigens liep vanuit het dorp Yde eenzelfde Kerkweg naar Vries, waar destijds de enige kerk in de omgeving stond. De Kerkweg van Zeijen was een zandweg die lag in een uitgesterkt heideveld, dat tot de rand van Assen doorliep. De heide was in die tijd het domein van de schaapherders, die er met hun kudden ronddoolden. Een smal stroompje, dat vroeger wel de Zeijerstroet werd genoemd, vormde de grens tussen de markes (de dorpsbehorens) van Vries en Zeijen. De boeren van Zeijen hebben enkele jaren geleden hun markegrens, door middel van grote keien langs sommige wegen, opnieuw gemarkeerd. ‘s Winters , wanneer het veel geregend had, moet de kruising van de Kerkweg met het stroompje, dat de markegrens vormde, een forse hindernis zijn geweest voor de kerkgangers van destijds. Nadat het gebruik van kunstmest aan het eind van de negentiende eeuw meer in zwang was gekomen werd de heide ontgonnen tot landbouwgrond. De herders met hun schaapskuddes verdwenen van het toneel. Die situatie bleef lang bestaan en tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw bleef de Kerkweg de kortste verbinding tussen Zeijen en Vries. Na de Tweede Wereldoorlog werd de wederopbouw van Nederland stevig ter hand genomen, maar de landbouwkundige situatie in de gemeente Vries bleef sterk achter bij de situatie elders. Men vond dat daar verandering in moest komen. Het gebied rond Donderen was al landbouwkundig verbeterd in het kader van de ruilverkaveling Peize-Bunne en nu moest de rest van het gebied worden aangepakt. Er werden plannen gemaakt voor de ruilverkaveling Vries en in 1966 werd het plan met een ruime meerderheid van stemmen aangenomen. Een commissie van boeren uit het gebied pakte de zaken, ondersteund door de Cultuurtechnische Dienst, meteen fors aan. Nieuwe landbouwwegen werden aangelegd -soms op de plaats van een zandweg – de waterhuishouding werd volgens de toen geldende normen aangepast, en kleine landbouwpercelen werden samengevoegd tot grote kavels. Belangrijk was ook dat levensvatbare landbouwbedrijven vanuit de dorpen naar het buitengebied werden verplaatst. Kleine bedrijven konden in die tijd maar beter verdwijnen en voor die mensen was toen buiten de landbouw werk genoeg. Dat natuur en landschap onder die ingrepen sterk te lijden hadden werd destijds van minder belang geacht. Er werden wel een aantal nieuwe bossingels aangelegd als compensatie van de houtwallen en singels, die opgeruimd werden, maar de verdroging was funest voor veel planten- en diersoorten.

Veel onverharde wegen werden in ruilverkavelingverband opgeheven en dat was ook het lot van een groot deel van de Kerkweg. Op een paar stukjes na werd het deel van de weg dat in de marke van Zeijen lag opgeheven en werd het Oostersche Veld van Zeijen herverkaveld. Voor het gebied ten westen van het Vriezer deel van de Kerkweg waren soortgelijke plannen gemaakt. Inmiddels had het gemeentebestuur van Vries besloten tot de aanleg van een grote nieuwbouwwijk tussen de Kerkweg en de (Oude) Rijksweg naar Assen. Het plan voor de inrichting van die wijk van het stedenbouwkundig bureau van Ir. Hajema voorzag in de aanleg van veel groen in de nieuwe wijk. Het uitloopgebied van de bewoners zou echter kaal en leeg worden. Onder politieke druk vanuit de gemeenteraad en met medewerking van de bekende landschapsarchitect Harry de Vroome van Staatsbosbeheer (die ook de bedenker was van de boomweide bij de es) is dat gedeelte van het plan echter drastisch gewijzigd. De asfaltweg lag er al en het nietige stroompje op de grens van Zeijen en Vries was verbreed tot een forse watergang. Het grootste deel van de zandpaden en de houtwallen en -singels werd echter gespaard. De belangrijkste zandwegen met aangrenzende beplantingen gingen naar de gemeente en Staatsbosbeheer kreeg de overige paden, diverse houtwallen en veel percelen in het gebied in eigendom, beheer en onderhoud. Ze kwamen daarmee “in veilige handen”. Verdere dorpsuitbreiding dat was niet meer aan de orde. De provincie Drenthe en de gemeente Vries hebben het gebied de status van agrarisch gebied met landschappelijk waarde gegeven. We zijn inmiddels ruim 40 jaar verder en de tijden zijn veranderd. Natuur en landschap hebben veel meer aandacht gekregen. Veel inwoners van de woonwijk “De Fledders” maken regelmatig een korte wandeling -vaak met de hond- in het gebied, dat ook “De Fledders” heet, maar beter bekend is als “De Holten Zuid”. Maar…. Staatsbosbeheer moet bezuinigen en komt aan een deel van het onderhoud niet meer toe. De paden zijn soms modderig en groeien langzamerhand dicht met bramen en ander struikgewas. Erger is dat opgaande beplantingen in het gebied niet meer regelmatig afgezet worden. Sommige mensen vinden dat niet erg, maar de meesten vinden dat toch wel jammer en vinden dat er wat aan gedaan zou moeten worden. Maar wat dan wel en hoe dan wel en wie zou dat dan moeten doen? De Fleddersfoto