Opdat wij niet vergeten

ZUIDLAREN – In het kader van 75 jaar bevrijding wat niet gevierd is afgelopen jaar, vertelt Herre Steegenga verhalen over bekende mensen en minder bekende mensen en hun daden in de Tweede Wereldoorlog en over gebeurtenissen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Deze week gaat zijn verhaal over predikanten in de frontlinie en daarbij twee in het bijzonder die vele mensenlevens hebben gered, dominee Frits Slomp en dominee Leendert Overduin.

In de strijd tegen de Nazi’s vonden de Christenen uit verschillende kerken elkaar. Dominee Johan M. Snoek zelf Gereformeerd predikant wijst in zijn boek ‘De Nederlandse kerken en de Joden’ de Rooms-katholieke Kerk aan als de Kerk die het meest en zeer duidelijk tegen de leer van de Nazi’s heeft geprotesteerd. Deze kerk wees voor de oorlog al duidelijk op het gevaar van de Nazi’s. De bekende uitgeweken theoloog Karl Barth zei hierover: ‘Het is niet alleen geoorloofd, maar zelfs geboden voor Christenen om illegale organisaties financieel te steunen.’ Sommige dominees spraken duidelijk, concreet en fel. Anderen waren behoedzamer in hun stof en woordkeuze. Men moest in geval van gevangenneming kunnen verantwoorden wat zij gedaan hadden tegenover God, hun gezin en gemeente. 1942 was het jaar dat verreweg de meeste predikanten werden gearresteerd omdat zij (in)direct stelling namen tegen de bezetter. Van 19 april 1942 tot 26 juli 1944 werden de kanselboodschappen in de kerken voorgelezen waarin de leer van de Nazi’s werd veroordeeld. Van september 1944 tot mei 1945 was de fase van de terreur. De Nazi’s lieten hun ware gezicht zien. Dominee  Jan Ridderbos noemt in zijn boek ‘Predikanten in de Frontlinie’ tal van predikanten die zich verzetten.  Twee dominees die veel betekend hebben in de strijd zijn dominee Leendert Overduin en dominee Frits Slomp.

Leendert Overduin was een predikant binnen de Gereformeerde Kerk in Enschede. In september 1941 werden voornamelijk Enschedese Joden naar het concentratiekamp Mauthausen gedeporteerd. Dat was het moment waarop het de Enschedese Joodse Raad duidelijk werd dat men moest onderduiken. Leendert Overduin nam de taak op zich om voor onderduikadressen te zorgen voor Joden waarvan bekend was dat ze gedeporteerd zouden worden. Samen met zijn zussen Maartje en Corrie, een buurvrouw, een bakker en een ambtenaar zette hij een onderduikorganisatie op. Samen hebben zij minstens de helft van de Joodse Enschedeërs uit de handen van de Nazi’s weten te houden. Overduin werd drie keer gearresteerd. In het najaar van 1942 werd hij aangehouden met een groot aantal persoonsbewijzen van Joden op zak en liet men hem na een week vrij. Tien maanden later werd hij veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf. Hij moest negen maanden van de straf uitzitten. Na zijn vrijlating dook hij onder en zette zijn werk voort onder de naam Ten Kate. Hij reisde rond als boodschappenjongen, bakker en smid. In de laatste week van de bezetting werd Overduin opnieuw opgepakt. Hoewel hij op de dodenlijst stond, ontkwam hij aan een slachting door onoplettendheid van zijn bewaker. Met dezelfde vanzelfsprekendheid waarmee hij zich had ingezet voor het helpen van vervolgde Joden, sprong hij na de bevrijding in de bres voor vervolgde NSB’ers. Zijn stellingname werd door weinigen begrepen. Wel stelde zich de Enschedese geestelijkheid, protestants en katholiek, als één man op achter dominee Overduin toen tegen hem werd geageerd. Zelf zag hij ieder mens, wat hij ook mocht hebben gedaan of misdaan, in de eerste plaats als medemens. Leendert Overduin was in de oorlogsjaren de leider van één van de grootste organisatie voor hulp aan Joodse medeburgers. Meer dan duizend Joodse burgers hebben dankzij hem de vervolging overleefd. Toch zijn er weinig mensen zo onbekend gebleven en zo onbekend hebben willen blijven als Leendert Overduin. Terwijl hij voor zovelen zoveel betekend heeft.

Een andere dominee was Frits Slomp alias Frits de Zwerver, een predikant uit Heemse, vlakbij de Duitse grens. Doordat deze plaats dichtbij de grens lag, behoorden ook Duitsers tot zijn kerkgangers. Zij hielden hem op de hoogte van de politieke ontwikkelingen in hun land. Door zich vroeg op nationaal- socialistische bladen te abonneren en de werken van Hitler en Alfred Rosenberg, de ideoloog van de nazipartij, te lezen, doorzag hij de gevaren van de nationaalsocialistische staatsopvatting en maakte hij de opkomst van het nationaalsocialisme mee van dichtbij. Het raffinement van de propaganda en het druppel na druppel vergiftigen van de volksgeest ziet hij van nabij. Op deze manier groef het nationaalsocialisme stukje bij beetje de fundamenten weg van een Christelijke samenleving. Dat ging zo sluw, dat één van de mensen met wie dominee Slomp hierover spreekt opmerkt ‘dat de duivel nog iets zou kunnen leren van Hitler’. Daarom waarschuwde hij zijn eigen gemeenteleden en catechisanten tegen de gevaren van het nationaalsocialisme. Hetzelfde deed Slomp wanneer hij voorging in andere gemeentes of lezingen hield. Zelfs na de Duitse bezetting van Nederland stopt dominee Slomp niet in zijn verzet tegen de Nazi’s. Slomp zat eind november 1942 ondergedoken toen hij, na een lezing in Winterswijk Helena Kuipers-Rietberg, beter bekend onder haar verzetsnaam ‘Tante Riek’, beter leerde kennen. Op haar dringende verzoek begon Slomp een nationaal netwerk op te zetten: de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Slomp reisde het hele land door onder zijn schuilnaam ‘Frits de Zwerver’ om nieuwe commissies te vormen van de LO. Soms bezocht hij bekenden, soms preekte hij ergens onaangekondigd of hield hij een lezing als ‘Ouderling Van Zanten uit Dordrecht’. Hoewel hij op het eerste gezicht weinig indruk maakte, bezat hij een grote overtuigingskracht die voortkwam uit zijn principiële levensbeschouwing. Daarbij hielpen hem zijn mensenkennis en empathie, alsmede zijn spontaniteit, gevoeligheid, vrijmoedigheid en onafhankelijkheid. Als medeoprichter van de LO en als een van de weinigen van haar leiders die de Duitse bezetting hadden overleefd, werd Slomp na de bevrijding één van de personen die het verzet personifieerden. Na de bevrijding zag hij het als zijn plicht om vooral de jeugd voor de gevaren van ideologieën te waarschuwen zoals het communisme en de Zuid-Afrikaanse apartheidspolitiek. 

Bronnen ‘Predikanten in de frontlinie’ van Jan Ridderbos, Leendert Overduin : het levensverhaal van een pastor Pimpernel (1900-1976) ‘ door A. Bekkenkamp, H.J.Ph.G. Kaajan, ‘Slomp, Fredrik (1898-1978)’