TYNAARLO- De aanwas van de populatie steenuilen in de kop van Drenthe lijkt dit seizoen minder gunstig dan verwacht. Hoewel de diverse paartjes die er zijn vrijwel allemaal tot broeden zijn overgegaan zijn er nog bijna geen jongen met succes uitgevlogen. Er zijn sterke aanwijzingen dat de oorzaak moet worden gezocht bij roofdieren die zowel eieren als jongen voortijdig verorberen. Zo waren dit voorjaar bijvoorbeeld in Bunne maar liefst vier legsels bekend. Drie nesten daarvan zijn om die reden de afgelopen weken mislukt. Toen Martijn Snijder en Sarah Schipper van de Stichting Steenuilen Werkgroep Drenthe deze week een nestcontrole uitvoerden bij het laatste nest in Bunne was ook dat nest leeg, op een paar losse veertjes en pootjes na. “Het is de natuur maar je wordt er op zo’n moment wel even moedeloos van”, zegt Snijder die niet zeker weet wie de rovers zijn. Het kan een marter of een wezel zijn, of mogelijk een eekhoorn. Intussen hebben Snijder en Schipper de kasten waar het uilenleed plaatsvond vervangen door nieuwe exemplaren die zodanig geconstrueerd zijn dat ze marterproof zijn. Tegen de wezel en de eekhoorn zijn ze echter niet bestand. Hopelijk hebben de rovers minder kans als de uiltjes het volgend jaar opnieuw proberen, aldus Schipper. Het landschap in de dorpen waar de Steenuilen Werkgroep actief is leent zich bij uitstek voor de Steenuil. Heggen, boomgroepen, veel vrijstaande huizen met erven in het buitengebied en kleine bloemrijke weitjes: de ideale biotoop voor dit kleinste uiltje dat hier voorkomt. En dat nog maar een paar jaar geleden zo zeldzaam was dat het dreigde uit te sterven. Dankzij de inspanningen van enkele vogelbeschermers is dat voorkomen. En is de populatie in vier jaar tijd behoorlijk gestegen. In 2008 toen het beschermingsplan van start ging was het resultaat met één bezette kast in Bunne en uiteindelijk één uitgevlogen steenuil jong wel erg mager en vreesden Snijder en Schipper voor het voortbestaan van de Steenuil in de kop van Drenthe. Maar dankzij alle inspanningen ging het vorig jaar al om zeven bezette kasten en twaalf uitgevlogen jonge Steenuilen in 2011. Van de zeven bezette kasten was Bunne met drie bezette kasten het kerngebied en van groot belang voor de uitbreidingen naar de omliggende dorpen zoals Winde, Donderen, Yde, Peest en Peize. 2012 begon met in die regio negen bezette kasten en in totaal zevenendertig gelegde eieren zeer hoopgevend. De realiteit aan het einde van het broedseizoen laat een ander beeld zien. Waar in Bunne de afgelopen vier jaren de meeste jonge steenuilen werden geboren blijft de teller dit jaar op nul staan. Schipper en Snijder laten zich niet ontmoedigen door de situatie. Er zijn nog nestjes in Yde en Peize waarvan we goede hoop hebben dat die ’t wel gaan redden. Wij zullen er in ieder geval alles aan doen om te zorgen dat dit prachtige uiltje het hier gaat redden.