“Nog steeds moeten we elk dubbeltje twee keer omdraaien”

YDE – Het is even wennen voor Egbert Brinkman, voormalig eigenaar van de gelijknamige kroeg. Sinds een half jaar is hij gestopt met het oudste café van Yde. Het familiebedrijf dat al 161 jaar bestaat, sloot haar deuren. Nog steeds als Egbert iets hoort spring hij wel eens op. Zouden dat klanten zijn? Maar nee, er komen geen klanten meer. “Aan de ene kant is het erg wennen, de kroeg was mijn leven”, vertelt Egbert. Aan de andere kant, nu hebben we eindelijk tijd voor onszelf. We kunnen gewoon bij kennissen of familie op bezoek. Dat is een heel apart gevoel, want de zaak stond altijd voor op. Maar ik heb me nog geen moment verveeld.”

Waar eens de houten tafels en stoelen stonden – compleet met rode tafelkleedjes – staat nu een crèmekleurig bankstel. De stamtafel staat er nog, maar de bar is verdwenen. Ook het biljart heeft nog steeds een plaatsje. Egbert leest de krant, muziekje erbij en een sigaret. “Het is de krant van zaterdag”, zegt hij. “Ook al heb ik nu meer tijd, toch kom ik er niet aan toe.” Brinkman is blij dat ze nu eindelijk meer leefruimte hebben. “We hebben het café huiselijker ingericht, nu hoeven we niet meer in dat krappe hokkie te zitten. Het woongedeelte was altijd al aan de krappe kant, net als de laatste paar jaar op financieel gebied. Elk dubbeltje werd en wordt nog steeds twee keer omgedraaid.”

Het ging café Brinkman de laatste jaren niet voor de wind. Vroeger nog dé belangrijkste kroeg van het dorp, met koninginnedag voor de deur en geregeld in het weekend het hele café vol. In de loop der jaren veranderde de dat. Soms had hij op een dag geen enkele klant meer. Of een stuk of vier. Het bier verzuurde in het vat. Alles liep terug. “Ik heb de gokkast weg gedaan, het tabak liep niet meer en hetzelfde gold voor de slijterij. Vroeger had ik 24 soorten ijs. Op het laatst waren dat er nog maar 9 en dan verkocht ik nog niet alles. Dus dan nam ik zelf maar een magnum”, vertelt hij lachend.

Zijn vrouw Ina, die de financiën deed, vond dat het zo niet verder kon. 15.000 euro moest het stel er bijdoen, allemaal spaargeld voor de oude dag. Nu ging dat op aan lopende rekeningen. De kroeg werd zo wel een erg dure hobby. “Nog steeds komen we elke maand tekort”, zegt Egbert. “Ina werkt halve dagen bij de gemeente. Haar loon gaat helemaal op aan vaste lasten en dan is nog niet eens alles betaald. We kunnen ons momenteel geen gekke dingen veroorloven.”

Toch heeft Egbert geen spijt van het besluit om de kroeg dicht te gooien. Eindelijk tijd voor zichzelf en zijn familie. “Alleen als er iemand in de naaste familie jarig was, dan ging de boel dicht. En dat koesterde je ook, want je maakte soms wel zeventig tot honderd uur in de week. Al waren de uren de laatste jaren niet erg productief, je moest er wel zijn. Ik heb me vanaf 1 december echt nog geen dag verveeld. Ik ben overal mee bezig, huishoudelijke werkzaamheden en ook buiten is genoeg te doen. De dag is zomaar weer om. Ik hoef nu niet meer op die enkele klanten te wachten, dat was echt wel eens frustrerend. Ik zie het wel eens als vissen, je zit wel steeds te wachten, maar je krijgt maar niet beet.”

Of hij het niet jammer vindt dat één van zijn kinderen, Jan of Suzanne, de kroeg niet overneemt? “Nee”, antwoord hij resoluut. “Dat kun je je kind niet aandoen. Dan zou je het alleen doen zodat er ook een zesde generatie op de kroeg komt”, zegt hij wijzend naar de portretjes aan de muur van zijn ouders, grootouders en overgrootouders. “Het café was echt niet meer te redden.”

 

Vriezerpost-week30-p07.pdf - Adobe Acrobat Pro