75 jaar bevrijding; Opdat wij niet vergeten

ZUIDLAREN – In de Laarkerk en de Meent in Zuidlaren zou woensdagochtend 16 december 2020 de tentoonstelling ‘Opdat wij niet vergeten’ van Herre Steegenga, geopend worden. Een tentoonstelling ter ere van 75 jaar bevrijding. Helaas is deze tentoonstelling door de lockdown niet te bezichtigen. Net zoals de 75 jaar bevrijding ook niet echt gevierd is door de lockdown. Daarom de afspraak met Steegenga om wekelijks tot het einde van de lockdown gedeeltes van zijn tentoonstelling in de Krant van Tynaarlo te bespreken. Deze week het onderwerp van de rol van vrouwen in het verzet. Een rol die volgens Steegenga amper is beschreven en vreselijk onderbelicht is gebleven.

Naarmate de oorlog duurde werd het aantal onderduikers steeds groter. Eerst waren het alleen de Joden, daarna kwamen al snel de verzetsstrijders erbij. Toen de Engelse en Amerikaanse piloten, die door middel van een parachute uit een aangeschoten vliegtuig veilig neergekomen waren, zij moesten ook ondergebracht worden. De grootste stroom van onderduikers kwam na de staking in 1943 en nog weer later in de herfst van 1944 de spoorwegstaking. Dit betekende dat er gezorgd moest worden voor onderduikadressen, valse identiteitspapieren, valse vrijstellingen, stamkaarten, bonkaarten en ook geld. Een zeer groot aantal bonkaarten werd buitgemaakt bij de overval op drukkerij Hoitsema in Groningen op 17 mei 1944.

Een  groot deel van de meer dan 133.000 bonkaarten kwam terecht op Dennenoord. Vanuit Dennenoord werden die bonkaarten weer verspreid over ons hele land. Dennenoord, het psychiatrisch ziekenhuis in Zuidlaren was een broeinest van verzet. Op het terrein werden tijdens de bezetting onderduikers gehuisvest en er vonden allerlei verzetsactiviteiten plaats. Meerdere kopstukken van het verzet liepen rond op Dennenoord in de rol als verpleger of smidsknecht, terwijl het terrein vergeven was van de Duitsers. Het leverde levensgevaarlijke situaties op die regelrecht in een film terecht kunnen. 

Maar ook de verpleegsters van Dennenoord speelden een even belangrijke rol in het verzet. “Het koerierswerk werd bijna allemaal gedaan door vrouwen, een enkele keer door een man. Er is te weinig aandacht besteed aan de vrouwen in het verzet. De man gaat vaak toch weer naar zijn werk, de vrouw bleef achter met de ondergedoken Joden of andere onderduikers,” aldus Steegenga. De verpleegsters van Dennenoord bedachten dat zij zich konden vermommen als zwangere vrouwen zodat de gestolen bonnen in de buik verstopt konden worden. Op die manier hebben de koeriersters de voedselbonnen stiekem naar alle plekken in Nederland weten te brengen. De verpleegsters Meta Bakker en Fokje Willemsma werden destijds verzocht een deel van de bonnenbuit over te brengen als zwangere vrouw naar een verzetsgroep in Meppel. Met het openbaar vervoer gingen beide verpleegsters op pad en ze hadden allebei duizend bonkaarten in hun nep buik verstopt. Volgens plan hebben ze deze bonnen afgeleverd op het juiste adres.

“Historicus Buma waar ik onderzoek mee deed, heeft mij geleerd dat als je naar Zuidlaarders toegaat voor Tweede Wereldoorlog verhalen, om rustig naar het verhaal te luisteren zonder teveel onderbrekingen. Maar je moet het wel afchecken. De mensen zullen niet met opzet iets verdraaien of ergens over liegen. Af en toe stellen ze zichzelf misschien expres wat meer op de voorgrond. Het klopte wel. De mensen maken sommige feiten, in hun onwetendheid, anders dan ze werkelijk zijn. Daar heb ik veel aan gehad en veel van geleerd. Dat heb ik zelf ook wel eens dat ik iets vertel maar later schiet me te binnen dat ik een detail ben vergeten te vertellen of iets verkeerd gezegd heb. Dat is geen liegen, zo gaat dat in gesprekken. Ik noem dit omdat Buma echt een boekje heeft geschreven over Meta Bakker, de eerder genoemde koerierster. Zelf heb ik Meta ook gesproken. Ze had er echt leuke verhalen over te vertellen,” vertelt Steegenga.

 “Meta was echt een koerierster, zij bracht bonnen en berichten van Dennenoord naar allerlei andere plaatsen. Zij heeft het overleefd. Ze hebben haar wel opgepakt en gearresteerd, maar ze heeft het overleefd. Zij was erg bescheiden. Dat soort mensen waren meestal erg bescheiden. Echt niet op de voorgrond van ‘wij dit of wij dat’. En ze zei wel eerlijk dat ze bang was geweest, maar dat ze het toch deed. Meta vertelde dat zij er nooit spijt van heeft gehad aan het verzet te hebben meegedaan. De grote verzetsmannen werkten op Dennenoord en ze zag het als opdrachten vanuit haar werk. De mannen wisten op hun beurt dat zij een pittige dame was en dat ze voor de volle honderd procent van haar op aan konden. Meta noemde ook elke keer dat er heel veel verzetsmensen zijn geweest die de oorlog niet overleefd hebben. Ze had gewoon mazzel gehad, zei ze dan,” aldus Steegenga.

Daar tegenover, in hetzelfde tijdperk, stonden de Nazi’s. Nazi’s spraken over de drie K’s wanneer het over vrouwen ging: kinderen, keuken en kerk. Dat is te lezen op een poster die Steegenga heeft samengesteld op zijn tentoonstelling. Steegenga: “De taak van vrouwen volgens de Nazi’s was om zoveel mogelijk kinderen krijgen. De nazi’s hadden zelfs een fokpremie. De Nazi’s stonden enorm op dat ras, je moest raszuiver zijn. Ze dwongen soms hele goed gezonde Duitse vrouwen om gemeenschap te hebben met hoge Duitse officieren. Om maar die rasechte baby’s te krijgen.”

Er zijn op de tentoonstelling van Steegenga complete lijsten van belangrijke vrouwen in de Tweede Wereldoorlog te zien. Eén vrouw die volgens Steegenga echt genoemd moet worden is Heleen Kuipers-Rietberg, in verzetskringen beter bekend als tante Riek. Samen met Dominee Slomp en Pater Lodewijk heeft zij de grootste verzetsorganisatie tijdens de bezetting opgericht en geleid. De landelijke hulp voor onderduikers, beter bekend als L.O. Zij gebruikte haar contacten uit de Gereformeerde Vrouwenbond om een landelijk onderduikersnetwerk op te zetten. Ze werd gedreven door haar geloof en ze had een groot talent om leiding te geven. Tante Riek, moeder van vijf kinderen, werd echter verraden, gearresteerd in 1944 en stierf in Duitse gevangenschap. De L.O. heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog circa 300.000 onderduikers onderdak geboden, gevoed en verzorgd in Nederland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

Bronnen Truus Menger ‘Toen Niet Nu Niet Nooit’,  Goff F. Miedema ‘Onderduiken in een broeinest van verzet’