DIO toneelToneelvereniging DIO bont maar hecht gezelschap

VRIES – Toneelvereniging DIO uit Vries bereidt zich voor op de jaarlijkse uitvoering, het toneelstuk ’t Deeg wordt niet gaor’, dat in Café Onder de Linden op 31 oktober in première gaat In korte tijd moesten de spelers de teksten uit het hoofd kennen. Maar na de flinke inspanning is er altijd de ontspanning.

Want dat is niet alleen de lijfspreuk, maar zit ook in de naam: ‘Door Inspanning Ontspanning’. De toneelclub is eind jaren vijftig opgericht in toenmalig café Schuiling. Vries had geen toneelclub. Op de Vriezermarkt werd altijd een groep ingehuurd uit Groningen. Vriezenaren vonden het jammer dat er geen eigen toneelvereniging was en richtten deze op. We zijn in gesprek met Jenny Cordes, wiens ouders medeoprichters waren, samen met Simon Koops. Jenny speelt al jaren toneel in Vries, zoals de meesten. “Iedereen heeft het heel druk, dan is dit echt ontspanning”, vinden beiden. “Het leuke van toneelspelen is dat je totaal iemand anders bent. Het is pas leuk als je een ander kledingstuk aan hebt”, vindt Koops. “We spelen nooit hetzelfde typetje. Met grapjes geven we er ook een andere draai aan dan in het boekje staat. Het is bijna een schilderij dat je maakt”, geeft Koops er een poëtische draai aan. Gerdes: “Je zegt ook dingen die je normaal niet zegt”. Het is een bontgezelschap, de toneelspelers uit Vries, verder bestaand uit Trijnie Polling, Gerard Geerlichs, Raymond Imminga, Hennie Beerens, Marieke de Groot, Karin Rietkerk, Alet van Veen, Ron Prins, Bertel Tuitman, Karin van Wijk (souffleur). Toneelbouwers zijn Johannes Venema, Wieandus Dijkstra en Gerard Geerlichs, terwijl Pieter Bennink het schilderwerk doet. Zoals gezegd: een bont gezelschap, dat verschillende beroepen beoefent. Jenny handelt in marktkramen, er is een vrachtwagenchauffeur bij, schoenmaker, iemand zit in de reclamewereld, enz. “Het verveelt nooit. We praten overal over, behalve het weer. De kracht van DIO is gezelligheid en kameraadschap. Het vraagt veel wanneer je twee keer in de week moet repeteren. Er staan bijna sancties op als je niet kunt. Anders laat je je club zitten”, vindt Koops. Over het huidige stuk: “De leescommissie die de stukken uitzoekt heeft wel twintig boekjes besteld. Het moet passen, qua aantal spelers, en ook decor. We willen niet steeds een huiskamer. Het sfeertje van ‘Deeg wordt niet gaor stond me aan”, zegt Cordes. En het decor: een koffiehuis annex bakkerij. “Het mooie is dat je met zoveel inspanning zoveel mensen bereikt. De tweede avond was extreem snel uitverkocht. We trekken ook jong publiek. Hele groepen kopen een kaartje. Op de derde avond spelen we voor Het Zwarte Corps, een vakbond van draglines. Het is al jaren hun personeelsavond. Vroeger speelden we ook elders, wel tien keer, door heel Noord-Nederland. Dan ging je om vier uur ’s middags weg en kwam je na twaalven thuis. De aanhanger ging mee, die na het spelen ook weer uitgeladen moest worden. We waren elk weekend op pad. Dat kan in deze tijd niet meer. We kijken wel bij omliggende verenigingen, die hier ook komen”. Terug naar de huidige tijd. De voorbereidingen zijn in volle gang. Het belooft weer een avondje lachen. “Traditie is ook dat we een bekend persoon uit het dorp benoemen”, zegt Koops. Dus dat wordt dubbel lachen.