75 jaar bevrijding; Opdat wij niet vergeten

ZUIDLAREN – In de Laarkerk en de Meent in Zuidlaren zou woensdagochtend 16 december 2020 de tentoonstelling ‘Opdat wij niet vergeten’ van Herre Steegenga, geopend worden door burgemeester Thijsen. Een tentoonstelling ter ere van 75 jaar bevrijding. Helaas is deze tentoonstelling door de nieuwe lockdown niet te bezichtigen. Daarom de afspraak met de Steegenga om wekelijks tot het einde van de lockdown gedeeltes van zijn tentoonstelling in de Krant van Tynaarlo te bespreken. Deze week is het thema Zuidlaren en Dennenoord ten tijde van de tweede wereldoorlog aan de beurt.

Eind jaren dertig van de vorige eeuw werden op veel plekken nieuwe kazernes gebouwd. De oorlog met Duitsland hing als een donkere wolk boven het land en er was plek nodig voor een groter aantal dienstplichtigen. De Infanterie werd ondergebracht in Zuidlaren. De eerste steen van de nieuwe kazerne in Zuidlaren werd op 18 juli 1938 gelegd in het bijzijn van burgerlijke en militaire autoriteiten, ook de Koningin was aanwezig bij de plechtigheid. Het werd gezien als een grote economische ontwikkeling van de streek in die tijd. De Adolf van Nassau kazerne werd in april 1939 in gebruik genomen.

Steegenga vertelt, “Ofschoon Hitler nog kort tevoren aan Nederland de neutraliteit had gegarandeerd, trokken toch in de nacht van de 9de op de 10de mei Duitse legers over onze oostelijke grenzen. In de vroege morgen van de 10de mei 1940 ronkten Duitse vliegtuigeskaders boven ons land. De Duitsers bombardeerden echter onze vliegvelden en wierpen parachute-troepen af bij Den Haag, Rotterdam en bij de Moerdijkbrug, die in Duitse handen viel. Overal braken de Duitsers door de linies heen. Groningen, Drenthe en Friesland werden zonder moeite bezet. Ondanks de nieuw gebouwde kazernes en extra mankracht van Nederland. Alleen bij de Afsluitdijk ontbrandde een verwoede strijd. De hevigste strijd vond plaats op de Grebbeberg, waar honderden Nederlandse soldaten sneuvelden. Binnen vier dagen voltrok het Nederlandse drama zich. Uit de omgeving van Zuidlaren kwamen Willem Thomas Coppij (1905-1940) en H.Kok (1918-1940) om het leven. W.Coppij was klerk op de Stichting Dennenoord en reserve sergeant in het Nederlandse leger. Hij sneuvelde op twaalf mei 1940 bij de verdediging van Rotterdam. H.Kok, geboren te Anloo, werd opgeroepen voor de militaire dienst en sneuvelde bij de verdediging van de Noordelijke sector van de Grebbeberg, bij Barneveld op veertien mei 1940.”

Tijdens de tweede wereldoorlog werd Zuidlaren een garnizoenplaats van de Duitsers. In juli 1940 werd de Adolf van Nassau kazerne door de Duitsers in gebruik genomen om recruten op te leiden. In oktober 1941 werd ook het Noorder Sanatorium van de Stichting Dennenoord en de daarnaast gelegen dirtecteurswoning gevorderd ten behoeve van de Duitse Wehrmacht. “Dat betekende dat de Zuidlaarder burgers dagelijks werden geconfronteerd met de gehate bezetter. Marcherende en zingende troepen langs de wegen, militaire voertuigen, gele richtingsborden met zwarte letters waarop ‘Ortskommandantur’ stond, militaire politie (Feldgendarmerie) en de bekende Duitse schildwachthuisjes op diverse plaatsen. Verschillende militaire terreinen, zoals de schietbaan in Midlaren en de ‘Strubben’ , waren verboden gebied voor inwoners van Zuidlaren en omgeving. In de weekeinden liepen groepjes militairen met verlof rond in het dorp en in de bossen, waar sommige meisjes met hen aanpapten. Die meiden die dit deden werden  daarom ‘moffenmeiden’werden genoemd,” vertelt Steegenga verder.

“Het Noorder Sanatorium was vooral in gebruik voor de opleiding van recruten van de Luftwaffe (luchtmacht). Soms kwamen de recruten in burger, met schamele koffertjes, vanaf het station Vries-Zuidlaren. Naarmate de oorlog vorderde daalde de leeftijd van de recruten. Eind 1944 waren het veelal jongens van vijftien of zestien jaar die nog gerecruteerd werden door de Duitsers. De meeste oefeningen vonden plaats op het gazon voor het Sanatorium. Vlak aan de openbare weg, zodat de burgers dagelijks getuige konden zijn van de Spartaanse opleiding van deze jongens en van de schreeuwerige werkwijze van de instructeurs.”

“De aanwezigheid van de vele Duitse militairen heeftaan het begin van de tweede wereldoorlog niet veel overlast gegeven voor de burgers van Zuidlaren. Echter in mei 1943 nam de gehate Grüne Polizei ook zijn intrek in het Noorder Sanatorium. Vanaf dat moment vonden er op grote schaal razzia’s plaats. Straat voor straat werd elk huis gecontroleerd op alles wat verboden was. Gelukkig waren er soms ook ‘goede Duitsers’ betrokken bij deze razzia’s. Dit ondervonden de families Drent en Buma. Bij de familie Buma werd keurig netjes aangebeld. Toen vrouw Buma de deur opende vroeg de Duitser of hij binnen mocht kijken. Het niet ingeleverde radiotoestel, waarmee men dagelijks naar de BBC luisterde, stond nog open en bloot op de tafel. De Duitse soldaat keek even rond en verdween weer, zonder iets te zeggen. Bij de familie Drent kon vrouw Drent rustig op de stoel blijven zitten waaronder het radiotoestel was verborgen. Niet alle militairen in Duits uniform waren overigens ook werkelijk Duitsers. Zo werden enkele Zuidlaarders in de zomer van 1944 op een stil pad in het bos bij het Laarwoud benaderd door enige Duitse soldaten met de opmerking: ‘Freund, kein Deutsche, gezwungen’. Het waren slecht Duitssprekende Kroaten. De grootscheepse razzia leverde verder godzijdank niets op. Het had mis kunnen gaan voor de vele onderduikers in de omgeving van Zuidlaren, maar dat is gelukkig niet gebeurd,” aldus Steegenga. 

Bron : “Historisch bestek ” van S. van der Werff en S.H.Woudsma, “Zuidlaren in oorlogstijd”van Dr.T.J.Buma