Akkerbouwer Arjen Schuiling was aanwezig bij het protest op het Malieveld

TYNAARLO – ‘’100 punten’’, is het antwoord van akkerbouwer Arjen Schuiling uit Tynaarlo op de vraag of het boerenprotest van dinsdag 1 oktober op het Malieveld in Den Haag effect gaat hebben. ‘’Binnen nu en een half jaar gaan we met het landbouwbeleid de goede kant weer op’’, vertelt hij donderdagmiddag aan de Krant van Tynaarlo. Na twee hectische weken heeft de boer bij terugkomst uit de Hofstad aan zijn medewerker gevraagd of hij even wat werk op de trekker mocht verrichten: ‘’Het was echt een gekkenhuis de afgelopen twee weken. Ik hing van ’s ochtends zes uur tot ’s nachts twee uur aan de telefoon. Op de trekker kan ik dan even rustig mijn hoofd leegmaken.’’

Tot voor kort was Schuiling bestuurslid van de actiegroep Farmers Defence Force (FDF). Samen met Agractie kwamen zij bijeen op het Malieveld om op te komen voor de belangen van boeren in Nederland. Afgelopen dinsdag geeft Schuiling er de brui aan, omdat hij het niet eens is met de koers van de beweging: ‘’Ik zag het als mijn morele plicht om me in te zetten voor mijn collega’s, maar ik ben geen actievoerder. Bovendien is actievoeren een middel en geen doel op zich. Volgens mij had het dinsdag allemaal wel wat subtieler gekund. Ik ben nu lid geworden van de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland.’’

Schuiling is van mening dat er met Jesse Klaver (GroenLinks) en Tjeerd de Groot (D66), de meest uitgesproken tegenstanders van de protestactie, juist de dialoog aangegaan moet worden. ‘’Ik vond het heel moedig van deze mannen dat ze durfden te spreken. Ik heb zelf even met Klaver gesproken en als we met die man om tafel kunnen, dan bereik je denk ik nóg meer’’, vertelt Schuiling. Toch denkt hij dat de protestactie effect gaat hebben. ‘’100 punten dat we binnen nu en een half jaar de goede richting uit gaan qua landbouwbeleid. Dat moet ook. We hadden dit eigenlijk tien jaar geleden al moeten doen’’, zegt Schuiling. De steun vanuit heel Nederland ontroert hem: ‘’Als ik dan een man op de radio hoor zeggen dat hij al een uur in de file staat en het hem niets uitmaakt omdat hij vindt dat wij gelijk hebben, dan vind ik dat wel prachtig ja.’’ De steun via social media raakt de boer ook: ‘’Ik had wel verwacht dat we draagvlak zouden hebben onder de samenleving, maar dat het zoveel mensen beweegt doet me oprecht wat.’’

De media heeft de afgelopen jaren een bepaald beeld van de boeren gevormd volgens de Tynaarloër, terwijl er veel verantwoordelijker met het milieu wordt omgegaan door de agrariërs. ‘’Er werd vroeger bijvoorbeeld tien keer drie kilo gewasbeschermingsmiddelen op een hectare landbouwgrond gesproeid. Nu sproeien we twintig keer een halve kilo op een hectare. We horen dan vaak van omwonenden: ‘daar is de boer weer met zijn gifkar’. De frequentie ligt inderdaad hoger, maar netto wordt er veel minder gesproeid’’, legt de akkerbouwer uit.

Schuiling is geen stereotype boer. Hij is goedgekleed en ietwat aan de stijlvolle kant voor iemand uit zijn beroepsgroep. Als er een foto gemaakt moet worden bij het artikel, schroomt de boer dan ook niet om nog even een beetje extra vet in het kapsel te smeren. ‘’Ja, uiterlijk vind ik wel belangrijk. Ik heb een bepaalde stijl. Je houdt er van of je haat het. Het is mij om het even’’, vertelt de zelfverzekerde boer. Stijl heeft hij zeker, want gekleed in een nette pantalon, strakke blouse en een paar Italiaanse lakschoentjes kun je bijna niet zien dat hij akkerbouwer van beroep is. Toch geeft hij aan dat het hem verder weinig kan schelen: ‘’Als het moet zit ik ’s avonds ook met deze kleding op de trekker. Dat maakt me niet uit.’’ Die instelling komt terug als de N385 overgestoken wordt om een foto voor het artikel te maken. De boer banjert met zijn nette pantalon en schoenen door de bieten: ‘’Ik ben geen boerboer, maar ik ben wel boer en ik blijf boer.’’

Schuiling gaat zich de komende tijd richten op LTO en waardeert door alle hectiek rondom het boerenprotest des te meer wat hij heeft. ‘’Ik heb een mooi bedrijf, een schitterende vriendin en een goede groep vrienden. Zonder hen had ik het niet kunnen doen. Bovendien denk ik aan mijn vader en opa die beide te vroeg zijn overleden. Door hen rooide ik op mijn twaalfde al aardappels op het land. Ik ben dankbaar voor wat ik van hen heb geleerd’’, aldus een ontroerde Schuiling.