“Ik zat er zo dicht op dat de spetters me tijdens het hoesten in het gezicht vlogen”

YDE – Martinus Kerlien (80) uit Yde heeft een heftige periode achter de rug. Zijn thuiswonende zoon Herman raakt hoogstwaarschijnlijk op het werk besmet met het coronavirus en daardoor raakt zijn vrouw Dina, die op dat moment al twee jaar met een depressie kampt, ook besmet met het coronavirus. Wat volgt zijn spannende weken. Gaat het goedkomen? Wordt Dina weer de oude en belangrijker nog, kan ze het navertellen? Het antwoord is ja, want als De Krant van Tynaarlo op bezoek gaat bij het gezin is Dina weer aan de beterende hand. Ze is nog wel erg moe en brengt de meeste tijd nog steeds door in haar bed in de woonkamer, maar dat staat niet in verhouding met de eerste week na de terugkeer uit het ziekenhuis: “Ze kon nog geen kopje koffie optillen.”

Al twee jaar loopt het stel de grote deuren van het Universitair Medisch Centrum in Groningen plat. Dina is depressief en heeft daar veel last van. Zes maanden lang wordt ze opgenomen in het ziekenhuis. Tijdens een gesprek in maart met de psycholoog van het UMCG, wordt duidelijk dat Dina ontslagen wordt uit het ziekenhuis en Martinus besluit zijn vrouw mee naar huis te nemen: “In dat gesprek werd duidelijk dat de kans groot zou zijn dat Dina, wanneer ze in het ziekenhuis zou blijven, geen bezoek meer zou mogen ontvangen in verband met de uitbraak van het coronavirus. Dat is in geen geval bevorderlijk.” Martinus wordt een duivels dilemma voorgeschoteld, want zijn vrouw mag dan wel naar huis, maar Herman ligt sinds 18 maart met coronaverschijnselen thuis op de bank. Het stel bevindt zich met hun leeftijden tevens in de risicogroep.

Martinus maakt een dappere keuze tussen twee kwaden en neemt Dina mee naar huis. Na anderhalve week wordt zij ook ziek. Herman heeft dan nog steeds 39 graden koorts en ook dat wordt niet beter. Eind maart is Dina zo ziek dat het tijdens een toiletbezoekje op de maandagavond helemaal mis gaat. Ze komt door duizeligheid te vallen en belandt met haar hoofd hard tegen de muur. De ambulance staat binnen no time op de stoep en ze wordt naar het ziekenhuis gebracht, waar een hersenscan volgt. “Er was niets op te zien, vertelden ze ons. Dina was toch echt wel even buiten westen geweest van de klap. Ze werd daarop ook getest op de aanwezigheid van het coronavirus en testte positief. Ze was alleen niet ziek genoeg om in het ziekenhuis te blijven. Bovendien zou het slecht zijn om in het ziekenhuis te zijn op dat moment. We konden maar beter gewoon thuis in quarantaine zijn en dus zat ik eind maart thuis met twee coronapatiënten. Ja, dan weet je niet wat je overkomt”, vertelt Martinus.

Sinds haar thuiskomst zweeft Dina erover, volgens Martinus. De donderdag erop kampt ze met zuurstofgebrek: “We hebben toen de zuurstofcilinder van mijn zoon gebruikt om haar te helpen. In de ambulance is ze vervolgens aan de beademing en een infuus komen te liggen. Ik mocht zelf niet in de buurt komen van de ambulance, terwijl ik wist dat het coronavirus natuurlijk vreselijke gevolgen kan hebben. Dan denk je dat ze misschien wel niet thuiskomt en dat vreet vreselijk aan je.” De met depressie kampende Dina, ligt vervolgens een week lang in het ziekenhuis, maar ze krijgt vanaf het moment dat ze de ambulance ingaat niets meer mee. “Ik was wel bang dat ze zich eenzaam zou gaan voelen en omdat het psychisch niet goed met haar ging zou ze misschien ‘wat moet ik hier’ kunnen denken”, laat Martinus weten.

Dat gebeurt niet, want Dina krijgt dus helemaal niets mee van de week dat ze in het ziekenhuis ligt. Martinus viert in die week zijn tachtigste verjaardag en looft het team van het UMCG die zich over zijn vrouw ontfermt: “Ze belden me iedere ochtend over hoe het met haar ging.” Voor zijn verjaardag stuurt de inwoner van Yde een taart naar het UMCG voor het team en zijn vrouw. Dina komt dan overeind vanuit haar bed in de woonkamer: “Het schijnt dat ik iets van die taart heb gehad, maar dat zag ik later pas terug op de foto. Ik kan niet begrijpen dat ik dat gemist heb.”  

Martinus hekelt het feit dat er zo weinig getest is, want Herman weet immers nog steeds niet of hij corona heeft. Getest wordt hij namelijk niet terwijl hij hartpatiënt en diabeet is. Hemel en aarde beweegt de familie Kerlien om getest te mogen worden, maar het lukt niet. Begin mei krijgt Herman het na een telefoongesprek met de GGD het verlossende antwoord. Er ligt een test voor hem klaar. De test van de GGD wijst uit dat hij geen corona heeft. Iets wat hem niet verrast: “Ik was op dat moment al van de zwaarste verschijnselen af en had geen koorts meer, dus dat zegt mij verder vrij weinig. Ik zou graag willen weten of ik het heb gehad, maar daar kom ik vooralsnog niet achter.” Hetzelfde geldt voor Martinus, die wonderwel op een kuchje na nergens last van heeft gehad gedurende de weken dat hij twee coronapatiënten van dichtbij verzorgt. “Ik zat er bovenop. Als Dina hoestte, dan vlogen de spetters me in het gezicht. Het is voor ons een raadsel dat ik verder geen verschijnselen heb gehad. Ik dacht wel eens een avond dat het mis kon gaan, maar dan had ik ’s ochtends nergens meer last van”, geeft Martinus aan. Toch is hij benieuwd of hij ook besmet is geweest met het virus. “Heb ik het nou wel of niet gehad? Dat is de vraag die mij bezighoudt. Als het zo besmettelijk is als ze zeggen, dan moet ik het wel gehad hebben. Ik wil heel graag weten of ik immuunstoffen heb aangemaakt, maar dat kom je niet te weten met een gewone coronatest. Alleen met een bloedtest kom je daarachter.” De woorden van minister-president Mark Rutte tijdens de afgelopen persconferentie kan Martinus dan ook nauwelijks geloven: “Dat ze iedereen die dat wil vanaf 1 juni gaan testen, geloof ik niks van. Ze hebben dat ons namelijk zo moeilijk gemaakt.”

Op de automatische piloot volbrengt Martinus drie intense weken als fulltime verpleger: “Ik was aan het einde doodop. ’s Nachts sliep ik naast Dina in de woonkamer en elke keer als zij eruit moest, dan moest ik mee. Ze was wiebelig en niet genoeg bij machte om op de been te blijven.” Het geluk voor het gezin is geweest dat Herman aan het einde van deze drie heftige weken aan de beterende hand is, waardoor hij op een gegeven moment weer bij kan springen met koken en dergelijke. “Dat heeft ons gered, anders was ik er misschien wel aan onder door gegaan”, komt Martinus tot de conclusie.

Gelukkig gaat het nu de goede kant weer op. “Als ik zie waar ze vandaan is gekomen, dan zitten we in een stijgende lijn. Het zal echter nog wel even duren voordat ik de oude Dina terug heb”, vertelt de Yder. Als Dina afgelopen week dan oppert om een stukje te fietsen, geeft Martinus aan het niet te vertrouwen: “Ja, ze wil gelukkig alweer dingen ondernemen, maar fietsen. Nee, dat gaan we nog niet doen. Dat kan gewoon niet. Ze heeft nog erg last van naweeën en is ontzettend moe.” Wanneer de twee weer op de fiets door het dorp te bewonderen zijn, durft Martinus dus nog niet te zeggen. Het stel is inmiddels zevenenvijftig jaar getrouwd en kent elkaar vanzelfsprekend door en door. Als we vragen om een stip voor Dina aan de horizon te zetten, lacht Martinus: “Als ik een stip aan de horizon zet, houdt ze me eraan. Dat ga ik dus niet doen. We zullen wel zien wanneer het weer kan.” De angst dat het niet goedkomt is in ieder geval weg bij de Kerliens en dat scheelt een hoop.