PATERSWOLDE – De fotograaf doet open als ik aanbel. De 85-jarige mevrouw Boerema heeft vandaag nogal last van haar been en blijft liever zitten. Ze heeft een fraaie staat van maatschappelijk dienst, is  40 jaar actief als vrijwilliger in de Werkgroep Historische Kleding van Ol Eel, 30 jaar gastvrouw en rondleidster in het Klompenmuseum en 20 jaar gastvrouw bij Galerie Lemferdinge

Onvermijdelijk komt wijlen haar man Jaap Boerema (1933-2014) ter sprake. Hij was haar grote liefde en inspirator. Jaap was pedagoog en gaf les op de Paterswoldse Bladergroenschool aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen, en later aan de Pedagogische Academie. Hij was (mede-)oprichter van de historische vereniging Ol Eel en van het Klompenmuseum, beide in Eelde. Ook was hij bestuurder in de gehandicaptenzorg en 16 jaar volksvertegenwoordiger voor D66. In gedachten neem ik mijn petje af en maak een diepe buiging. Met deze informatie kan ik ook Mies Boerema, geboren Bruins, beter begrijpen.

Ze groeit op in Zuidlaren in een vrijzinnig hervormd gezin. Haar ouders hadden in Zuidlaren een stelmakerij annex houtzagerij. Vader Bruins speelt toneel in het amateurtoneel, zingt in het kerkkoor en is actief bij historische activiteiten. Haar moeder zorgt voor huis en haard, voedt de drie kinderen op en is na de Tweede Wereldoorlog mantelzorger voor de oma van Mies. Na de mulo volgt Mies de Rijkskweekschool in Groningen. ‘Een goed beroep, vonden mijn ouders’. In Steenwijk gaat ze aan de slag als onderwijzeres en wordt begeleid door Jaap.  Begin jaren zestig wordt er getrouwd, gaat Jaap Pedagogiek studeren aan de Groninger Rijksuniversiteit en zien twee dochters het levenslicht. ‘Ik woonde 21 jaar in Zuidlaren en voel me er nog steeds verbonden mee. Maar ik ben inmiddels zo verknocht aan Eelde, dat ik niet meer wegga’. lacht Mies.

Bij de historisch vereniging Ol Eel is Mies helemaal op haar plaats.  Ze is de drijvende kracht van de Werkgroep Historische Kleding en wil alles weten: waarvoor dient een kledingstuk, hoe  zit het in elkaar, welke stoffen worden er gebruikt, waar komen die stoffen vandaan en hoe kan een historisch kledingstuk het beste geconserveerd en bewaard worden. Alles wordt uitgezocht en gedocumenteerd. Mies verdiept zich in de historische kleding van specifieke Eelder boerenfamilies. Ze showt die historisch kleding en treedt er in op als Pieternel naast haar eigenste Jaap, als Thomasvaer. En dan ineens zegt Mies: ’Ik herinner me nu dat ik als achttienjarige een scriptie schreef over Drentse gewoonten en kleding. Drenthe was een arme provincie; de boeren hadden geen eigen klederdracht zoals in Groningen en Gelderland’. En in één adem is ze terug in de huidige tijd. ‘Die historische kleding is de moeite waard om te bewaren, maar inmiddels ben ik er niet meer zo mee bezig.’ De verhalen achter de historische kleding zijn voor Mies steeds belangrijker geworden. Die gaan over de achterkant van het toenmalige Drentse boerenleven. ‘Die verhalen moeten verteld blijven. Als je weet waar je vandaan komt, weet je waarover je het hebt. Zo kun je gevoelens en respect hebben voor de authentieke waarden. Zo kun je milder met het heden omgaan.’ 

In de jaren zeventig nodigt de Nederlandse Vereniging Van Huisvrouwen (NVVH) haar uit om creatieve workshops te geven. ‘In het creatieve vlak vond ik mijn passie. Van huis uit ben ik lerares, dus dat ging mooi samen.’ Het creatieve talent heeft ze van haar vader. ‘Ik begrijp nu beter wat hij deed als hij zo over zijn werktekeningen gebogen zat.’  Mies’ creatieve talent komt eerst tot uiting in  klei, maar al snel in het versieren van stof.  Gaf ze bij de NVVH nog les aan hun handwerkclub, algauw had Mies haar eigen handwerkclubs in Ons Dorpshuis in Paterswolde. Nu, twintig jaar later, begeleidt Mies nog één club. ‘De inspiratie voor mijn lessen kreeg ik op de buitenlandse reizen, samen met Jaap in onze camper. Vooral de natuur in Zweden heeft me enorm geholpen om de lessen interessant te houden.’ In de loop van de jaren is Mies steeds verfijnder gaan werken en geeft ze haar eigen draai aan de klassieke handwerktechnieken. ‘Eerst was het puur technisch en gericht op patronen. Daarna legde ik me erop toe om symbolen te gebruiken en tegenwoordig zijn mijn eigen werkstukken, zoals mijn quilts, gebaseerd op mijn gevoelens.’ Quilts zijn van oorsprong stofwerkstukken met Keltische motieven. Haar werken zijn te zien op een expositie in Huize Lemferdinge in Paterswolde.

De Werkgroep Historische Kleding moet Mies na haar recente hartinfarct met spijt loslaten. ‘Er is nog genoeg te doen, dus de werkgroep moet wel versterkt worden. Wie mee wil doen, kan Lammy Klip bellen, 050-3096076. Boter bij de vis’, glimlacht ze.  Als ik na het hartelijke gesprek met Mies door de lange gang naar de voordeur loop, floept ineens het ganglicht aan en worden alle quilts die hier hangen prachtig uitgelicht. Net een privé-galerie. ‘Kijk’, zegt Mies, ‘dit zijn mijn persoonlijke werkstukken waarin ik mijn liefde voor Jaap en de mooie herinneringen van mijn leven heb verwerkt. Die komen de voordeur niet uit.’  Ze zijn verfijnd, technisch perfect en zeer stemmig. Ik kan haar geen ongelijk geven.