ZEEGSE/RODEN – Na 200 barre, ijskoude kilometers is Tim Smeenge uit Zeegse vorige week als eerste over de streep gekomen in de vijfde editie van de Drenthe 200. In een sprint met teamgenoot Roel Verhoeven trapt de jonge mountainbiker zijn voorwiel als eerste de streep over. Het is zijn debuut bij de meest extreme wedstrijd van de provincie waarvan het parcours bij de mountainbiker om de hoek ligt. “Het is vijf minuutjes fietsen en dan rijd ik op het parcours. Het is extra mooi om deze ronde te winnen. Het is toch een soort thuiswedstrijd en daarom ben ik extra blij met deze overwinning”, vertelt Smeenge.

Het is koud op die zaterdagochtend vroeg in Roden. Rond het vriespunt. Het kwik ligt die dag niet hoger. “Vrij fris”, noemt Smeenge het. Met heel wat dunne laagjes kleding staat hij klappertandend aan de start om 6 uur ’s ochtends, want teveel kleding zorgt voor zweet en dat kan hij met deze ijzige temperaturen niet gebruiken: “Ik had koude lippen en het eerste half uur ook nog koude handen. Ik dacht als ik nu nog zeven uur zo door moet fietsen, dan wordt het heel pittig. Gelukkig werden mijn handen na een half uur stevig doortrappen weer warm. Je lichaam geeft dan zoveel warmte af, dat alles dan vanzelf weer warm wordt.” Gelukkig voor Smeenge kan hij goed tegen de kou, terwijl vrijwel alle wedstrijden voor de kampioen uit Zeegse in de zomer plaatsvinden. “Het seizoen start in april en duurt dan voort tot oktober, maar deze bijzondere wedstrijd wilde ik toch graag nog rijden voor het einde van het jaar. Vooral omdat het zo dichtbij is en ik wel houd van zware wedstrijden”, legt Smeenge uit.

Als de student Bewegingstechnologie terugkijkt op zijn mountainbikeseizoen dan geeft hij aan dat het begin ietwat stroef is verlopen, maar dat het een opmaat is gebleken voor goede prestaties: “Overall heb ik een stabiel seizoen gedraaid waarbij ik weer een hoog niveau heb gehaald. Daar ben ik heel blij mee.” Ieder jaar boekt hij progressie en daarbij is zijn jonge leeftijd een voordeel: “Als je kijkt naar de wereldtop, dan zijn dat veelal mannen van dertig plus. Bij onze sport gaat het vooral om het feit dat je veel inhoud moet hebben en dat komt met de jaren. Ik blijf daarom veel trainingsarbeid leveren om zo hopelijk tot de wereldtop te groeien.”

Na drie jaar in Den Haag te hebben gewoond voor zijn studie, woont Smeenge nu weer in Zeegse. Hij is bezig met zijn afstudeeropdracht: “Dat kan mooi vanuit huis en daarom was ik ook mooi in de buurt voor de Drenthe 200.” Echter is afstand in de wereld van de mountainbiker betrekkelijk. Waar Apeldoorn vroeger als ver weg wordt bestempeld, is dat nu niet meer aan de orde. Smeenge rijdt het gros van zijn wedstrijden namelijk buiten de landsgrenzen. Daarbij mag men denken aan dé bergketen van Italië, de Dolomieten, maar ook aan Oostenrijk en de mountainbike van Smeenge heeft zelfs wielsporen achtergelaten in het zand van Zuid-Afrika. Het gaat goed met de carrière van de jonge Smeenge en hij hoopt dan ook door te kunnen groeien: “Ik heb ooit in een interview gezegd dat ik graag wereldkampioen wil worden. Dat is mijn ultieme doel. Of dat realistisch is, dat zal de toekomst uit moeten wijzen.” Smeenge is nog jong, dus wellicht zien we hem ooit nog wel terug op de televisie. In een sprint. Waarbij hij zijn voorwiel net voor die van Van der Poel de streep over trapt. Dat scenario ziet de jonge mountainbiker niet gauw gebeuren: “Dat zou fantastisch zijn, maar sprinten is niet mijn beste kwaliteit en Van der Poel wint soms massasprints. Ik leef niet in de illusie dat ik ooit in een sprint van hem zal winnen. Overigens vind ik het wel mooi dat hij zich op de mountainbikesport richt, hierdoor ontdekt het brede publiek de schoonheid van de sport.”